Waar haalt Rotterdam 1000 hectare groen en blauw vandaan?

Foto: JackF / iStock.com
Leestijd: 5 minuten

Hoe wil Rotterdam 1000 hectare extra groen en blauw realiseren in de komende 24 jaar? De gemeente zoekt het antwoord in meetbare ingrepen, geplande werkzaamheden, ander beheer, bewonersinitiatieven en samenwerking met partijen in de stad. ‘We rekenen eigenlijk alleen mee wat we ook echt kunnen meten.’ 

‘Het moet kunnen lukken’, zegt adviseur Stadsbeheer Marianne van Wijngaarden over de Rotterdamse ambitie. De gemeente zoekt de hectares niet in één groot project, maar in ingrepen op daken, pleinen, wegen, singels, parken en bestaande groengebieden. 

Daarbij gaat het volgens Van Wijngaarden niet alleen om méér groen. Rotterdam rekent ook bestaand groen en water mee wanneer dat beter bruikbaar, toegankelijker of sterker verbonden wordt. De opgave draait volgens haar om ‘meer, beter en verbonden’ groen en blauw. 

Dat maakt de ambitie breder dan het toevoegen van nieuwe parken. Volkstuinen, sportcomplexen en begraafplaatsen kunnen bijdragen wanneer ze toegankelijker worden. Ook daken tellen mee. Daarnaast kijkt Rotterdam naar singelstructuren en extra water in de stad. 

Meetbare hectares 

De gemeente heeft nog geen harde verdeling per categorie gemaakt. Volgens Van Wijngaarden is er geen eenvoudige ‘pie chart’ van te maken. De duizend hectare moet voortkomen uit grote projecten, maar ook uit veel kleinere kansen in straten, pleinen en beheerprojecten. 

De meetmethode is daarbij bepalend. Rotterdam kan vooral meetellen wat ook echt te meten is. Daken zijn goed zichtbaar met satellietbeelden. Gevelgroen telt daarom voorlopig niet mee, omdat dat veel lastiger betrouwbaar in beeld te brengen is.

Ook vergroening in de openbare ruimte is goed te volgen. Bij gemeentelijke projecten kan op tekeningen worden vastgesteld hoeveel groen of water wordt toegevoegd. De bestaande meetmethoden voor daken en openbare ruimte blijven daarom in elk geval overeind. 

Voor landelijke monitoring kijkt Rotterdam wel naar het Rijk. Volgens Van Wijngaarden is Den Haag nodig voor richting en een gezamenlijke systematiek. Voor financiering rekent de gemeente daar niet op. Rotterdam gaat ervan uit dat zij de opgave zelf moet dragen. 

Meeliften met werk 

Een belangrijke uitvoeringslijn is meeliften met geplande werkzaamheden. Vooral rioolvervangingen bieden kansen. ‘We hebben heel veel rioolvervangingen in deze stad’, zegt Van Wijngaarden. ‘Dat betekent echt dat je hele buitenruimte op de schop gaat.’ 

Op zulke momenten kan de gemeente straten meteen anders inrichten. Dat beperkt extra werk en koppelt vergroening aan beheer, klimaatadaptatie en herinrichting. Ook bij gebiedsontwikkelingen en infrastructurele projecten zoekt Rotterdam naar extra groene ruimte. 

Daarnaast zijn er plekken waar de gemeente niet wacht op andere projecten. In stenige wijken zijn de afgelopen jaren pleinen vergroend omdat de urgentie daar hoog was. Volgens Van Wijngaarden zal dat de komende tijd vaker gebeuren. 

De ambitie wordt niet tot 2050 in detail vastgelegd. Rotterdam werkt met uitvoeringsagenda’s per periode. Daarin komen mijlpalen, financiering, monitoring en prioritering terug. Zo blijft de lange lijn overeind, terwijl de invulling per collegeperiode kan veranderen. 

Ambitie verankeren 

Dat de gemeenteraad Groene Waterstad 2050 unaniem heeft vastgesteld, helpt volgens Van Wijngaarden om de koers vast te houden. De ambitie wordt bovendien verder verwerkt in de herziening van de omgevingsvisie. Daarmee komt de opgave stap voor stap steviger vast te liggen. 

Toch blijft de uitvoering afhankelijk van politieke en financiële keuzes. Van Wijngaarden noemt de duizend hectare daarom een serieuze ambitie, geen hard afrekenbaar jaardoel. De gemeente wil de opgave opknippen, maar het totaalbeeld in zicht houden. 

De ruimtelijke aanpak verschilt per deel van de stad. Rotterdam werkt met vier perspectieven: Deltastad, Polderstad, Parkenstad en wijken en bedrijventerreinen. Die maken duidelijk waar verschillende soorten groen en water logisch zijn. 

Deltastad gaat over Maas, Rotte en Schie, en over de relatie met het omliggende landschap. Polderstad richt zich op singels, vaarten, plassen en waterlopen. Parkenstad gaat over parken. Wijken en bedrijventerreinen brengen de opgave terug naar straat, buurt en werkgebied. 

Breed instrumentarium 

De uitvoering vraagt volgens Van Wijngaarden om een breed palet aan instrumenten. Intern gaat het om kennis, organisatie, extra capaciteit en financiële middelen voor projecten. Ontwerpers moeten eerder kunnen nadenken over bodem, beplanting, beheer en water. 

Ook werkt Rotterdam aan een beplantingscatalogus. Die moet helpen bij de keuze voor soorten die passen bij de plek, biodiversiteit en beheer. Soms begint vergroening niet met planten, maar met bodemverbetering voordat nieuwe beplanting wordt aangebracht. 

Nieuw zijn de Vuistregels voor groen en water. Die moeten richting geven aan wat in een straat, buurt of gebied nodig is. Denk aan bomen, groeiruimte, biodiversiteit, waterberging, ontmoeting en beweging. Het zijn uitgangspunten, geen harde norm. 

Als een straat onvoldoende ruimte biedt, moet volgens Van Wijngaarden breder worden gekeken. Niet alles kan op straatniveau. Dan komt de buurt of het gebied in beeld. De vuistregels moeten vooral zorgen dat vergroening vroeg en serieus in plannen wordt meegenomen. 

Netwerk nodig 

Naar buiten toe werkt Rotterdam met bewonerssubsidies, wijkraden, Opzoomer Mee, stoepgroepen, Samen Buiten Doen, de TegelTaxi en groenblauwe schoolpleinen. Voor bewonersinitiatieven is vanuit de groenagenda maximaal 10.000 euro per initiatief beschikbaar. 

Rotterdam begint daarbij niet vanaf nul. Volgens Van Wijngaarden bestaat er al een groot groen netwerk van bewonersinitiatieven, waterschappen, corporaties en stedelijke organisaties. Via Groen 010 en groentafels spreekt de gemeente met initiatieven over kansen, knelpunten en de koers. 

Corporaties krijgen daarin een grotere rol. De gemeente heeft al contact met hen, maar wil scherper krijgen wat zij nodig hebben om meer bij te dragen. Volgens Van Wijngaarden gaat het daarbij niet alleen om geld, maar ook om ondersteuning, afspraken en bewonersbereik. 

Samenwerking is noodzakelijk, omdat de gemeente niet alle ruimte zelf bezit. Ongeveer 40 procent van Rotterdam is gemeentelijk bezit. Voor de rest zijn corporaties, waterschappen, scholen, bewoners, bedrijven, wijkorganisaties en groene initiatieven nodig. 

Inclusief vergroenen 

De aanpak verschilt per wijk. Van Wijngaarden noemt Rotterdam ‘mega divers’. In sommige buurten kan vergroening bewoners niet snel genoeg gaan. Elders spelen andere zorgen. De gemeente probeert daarom per gebied aan te sluiten bij wat lokaal werkt. 

In gebieden met hoge urgentie werkt Rotterdam met een gerichte wijkaanpak. Op 13 plekken zijn klimaatactiecoördinatoren actief, vaak mensen uit de buurt. Zij zoeken kleine kansen, voeren gesprekken met bewoners en bouwen lokale netwerken op. 

Daarmee raakt de aanpak ook aan klimaatrechtvaardigheid. In sommige gebieden wacht de gemeente niet tot bewoners zelf initiatief nemen. Volgens Van Wijngaarden begint het gesprek soms niet bij groen, maar bij wat eerst nodig is om vertrouwen en betrokkenheid op te bouwen. 

Ook beheer moet bijdragen aan de ambitie. Rotterdam werkt met minder maaien, minder schoffelen en meer kruidenbeheer. Nieuw groen moet vaker uit meerdere lagen bestaan, zodat meer diersoorten er gebruik van kunnen maken. De gemeente test dit in beheerpilots. 

De buitenruimte blijft schaars. Auto’s, energie-infrastructuur, mobiliteit, water en groen vragen allemaal ruimte. Rotterdam wil de ambitie daarom vooral halen door kansen te benutten, projecten te koppelen en het gesprek vol te houden. De unaniem vastgestelde koers moet daarbij richting blijven geven.