‘Parken en bomen vragen in 2050 dezelfde aandacht als wegen en woningen’

Foto: Jan van der Wolf/iStock
Foto: Jan van der Wolf/iStock
Leestijd: 3 minuten

Alleen bomen planten is niet genoeg om steden koel te houden. In Vlaardingen is onderzocht hoe de stad zich de komende 25 jaar kan wapenen tegen steeds warmere zomers. De conclusie: groen moet niet als bijzaak worden behandeld, maar als stedelijke infrastructuur.

Wetenschappers van TU Delft en Erasmus Universiteit Rotterdam onderzochten de hittebestendigheid van Vlaardingen richting 2050. Daarbij keken zij niet alleen naar klimaatverandering, maar ook naar bevolkingsgroei, woningbouw en de levenscyclus van stedelijk groen.

Het onderzoek richtte zich op elf wijken in Vlaardingen. Vooral het centrum en de havenwijken blijken kwetsbaar voor het stedelijk hitte-eilandeffect. Tijdens toekomstige hittegolven kan het in de warmste delen van de stad tot vier graden warmer worden dan in landelijk gebied eromheen.

De oorzaak ligt in de combinatie van beton, asfalt, weinig schaduw en een bebouwde omgeving die warmte vasthoudt. In dichtbebouwde gebieden kan opgeslagen warmte minder goed ontsnappen, zeker wanneer er weinig open lucht en weinig vegetatie aanwezig is. Daardoor lopen temperaturen tijdens hitteperioden extra op.

De gemeente Vlaardingen heeft vergroeningsplannen, onder meer met meer bomen en schaduwrijke plekken. Het onderzoek onderwierp die plannen aan een stresstest met een rekenmodel dat niet uitgaat van één voorspelling, maar van een brede waaier aan mogelijke toekomstbeelden. Daarmee werden duizenden scenario’s doorgerekend.

In die scenario’s varieerden onder meer klimaatontwikkeling, bevolkingsgroei, woningbouw, onderhoudsbudgetten en de levensduur van bomen. Het model laat zien waar bestaande plannen kunnen tekortschieten en onder welke omstandigheden het verkoelende effect van groen behouden blijft of juist verdwijnt.

Onderhoud bepaalt effect

De uitkomst is dat vergroening noodzakelijk is, maar alleen werkt als bomen en parken ook op lange termijn worden onderhouden. Als onderhoud achterblijft of dode bomen niet snel worden vervangen, verdwijnt het koelende effect snel. In sommige scenario’s neemt de blootstelling aan hitte ondanks vergroening zelfs toe.

Volgens het onderzoek hangt het succes van de vergroeningsstrategie vooral af van structureel beheer. Wanneer de herplantingsgraad onder de 32 procent zakt, of onderhoud langer dan drie jaar wordt uitgesteld, komt het systeem in een faalsituatie terecht. Ook inflatie boven drie procent kan de financiële houdbaarheid onder druk zetten.

De onderzoekers adviseren om parken en bomen dezelfde status te geven als wegen en woningen. Dat betekent: langjarige planning, stabiele financiering, duidelijke onderhoudscycli en een verplichting om dode of zieke bomen tijdig te vervangen. Groen is dan geen losse maatregel, maar onderdeel van de basisstructuur van de stad.

Groen als onderdeel van gebiedsontwikkeling

Die benadering vraagt ook om keuzes in de ruimtelijke ordening. Vergroening moet worden meegenomen bij woningbouw, mobiliteit en gebiedsontwikkeling. In Vlaardingen werd bijvoorbeeld besproken hoe verdichting, parkeerbeleid, groene parkeerplaatsen, groene daken en gevels kunnen bijdragen aan het behouden of toevoegen van koele plekken.

Het onderzoek laat tegelijk zien dat bomen planten in een stedelijke omgeving praktische grenzen kent. Ondergrondse kabels en leidingen, logistieke bewegingen, evenementenruimte en wortelopdruk kunnen permanente aanplant bemoeilijken. In het centrum werd daarom ook gekeken naar mobiele bomen in bakken, gecombineerd met zitplekken.

Naast vergroening wijzen de onderzoekers op aanvullende maatregelen. Lokale temperatuursensoren kunnen helpen om hitte realtime te monitoren, vooral in kwetsbare gebieden zoals het centrum en Havengebied Oost. Ook aangepaste bouwmaterialen, schaduwvoorzieningen en samenwerking met gezondheidsdeskundigen en regionale partners horen bij een bredere aanpak.