Inwoners moeten niet alleen worden beschermd tegen ongezond voedselaanbod, gezond eten moet ook een vaste plek krijgen in de wijk. Het sociale gezonde voedselinitiatief Mensa Mensa in Rotterdam en Amsterdam laat zien hoe gezond voedselaanbod nú al ruimtelijk kan worden verankerd in buurten en wijken. Oprichter Floris Visser oppert om er een basisvoorziening van te maken.
‘Wij vinden toegang tot gezond voedsel een publieke taak’, stelde Floris Visser, oprichter van Public Food, tijdens het evenement Good Food City van de City Deal Gezonde en Duurzame Voedselomgeving.
Mensa Mensa, een initiatief van Stichting Public Food, is een eethuis en openbare keuken voor betaalbaar goed eten. De eerste locatie op Rotterdam-Zuid combineert een buurtrestaurant met mealprep, kooklessen voor kinderen, catering en een communityprogramma rond voedsel.
Volgens Visser wordt de gezonde keuze sterk bepaald door de fysieke leefomgeving. Daarom kijkt Mensa Mensa niet alleen naar gedrag of voorlichting, maar naar de inrichting van buurten en wijken.
Tijdens Good Food City klonk dat de opgave niet alleen vraagt om een scherpe probleemstelling over ongezond aanbod. Steden hebben ook een eigen verhaal nodig dat laat zien waartoe zij samen in staat zijn. Mensa Mensa geeft daaraan voor Rotterdam invulling.
Plek in wijk
Drie keer per week gaan deelnemers samen met een kok de keuken in. Zij bereiden maaltijden voor hun eigen huishouden en nemen mee wat zij nodig hebben. Zo werkt Mensa Mensa tegelijk aan betaalbaarheid, tijdsbesparing en voedselvaardigheden.
Bewoners komen in aanraking met gezonde en duurzame voeding: niet via campagnes op afstand, maar via een fysieke plek in hun eigen wijk. Die ruimtelijke invalshoek sluit aan bij de bredere zoektocht binnen de City Deal.
Tijdens Good Food City werd benadrukt dat voedselbeleid verder komt wanneer gezondheid, economie, sociaal beleid en ruimtelijke ordening elkaar vinden. Een buurtkeuken is daarmee ook een sociale, economische en ruimtelijke voorziening.
Publieke taak
Volgens Public Food zorgt de markt alleen niet altijd voor toegankelijk, gezond en duurzaam voedsel. Visser ziet goed eten daarom als basisvoorziening, vergelijkbaar met kinderopvang, openbaar vervoer of kraanwater.
Dat betekent niet dat commerciële aanbieders moeten verdwijnen. Openbaar vervoer bestaat naast taxi’s en kraanwater naast water uit de supermarkt. Ook kinderopvang kent publieke ondersteuning, terwijl de uitvoering niet volledig bij de overheid ligt.
De overheid hoeft volgens Visser niet zelf in de keuken te staan. De uitvoering kan lokaal liggen, bij bewoners, sociale ondernemers en maatschappelijke organisaties. Gemeenten kunnen zorgen voor financiering, betaalbare ruimte, borging in beleid en koppeling met bestaande voorzieningen.
Volgens Visser begint dat met praktische ontwerpvragen. Wie moet de voorziening bereiken en richt een gemeente zich op minima, gezinnen of alle buurtbewoners? Daarna volgt de ruimtelijke vraag hoe zo’n plek in de wijk wordt georganiseerd.
Ruimte reserveren
Juist daar ziet Visser het belang van de term basisvoorziening. Als gezond eten zo wordt erkend, verwacht hij dat het makkelijker wordt om buurtkeukens, wijkkantines of volksrestaurants standaard mee te nemen in nieuwe gebiedsontwikkelingen en herinrichtingen.
Dan komt gezond eten eerder in beeld bij voorzieningenplannen, maatschappelijk vastgoed en de programmering van plinten of buurthubs. Niet als tijdelijke pilot, maar als onderdeel van de vaste infrastructuur van een wijk.
Volgens Visser kost een locatie van Mensa Mensa ongeveer 285.000 euro per jaar. In Rotterdam komt een derde daarvan uit subsidies en donaties. Het grootste deel financiert de locatie zelf met activiteiten, waaronder catering.
In de sessie werd ook gesteld dat iedere geïnvesteerde euro zes tot zeven euro aan maatschappelijke baten oplevert. Die baten zitten volgens Mensa Mensa in maaltijden, ontmoeting, preventie, voedselvaardigheden en gemeenschapsvorming.
Gemengde economie
De gedachte achter Mensa Mensa is niet dat de commerciële voedselmarkt moet verdwijnen. Het pleidooi is dat er naast die markt een publieke laag ontstaat. Tijdens de sessie werd dat vergeleken met openbaar vervoer naast taxi’s.
Ook de vergelijking met volkshuisvesting kwam voorbij. Woningen worden grotendeels door commerciële partijen gebouwd, maar sociale woningbouw biedt een publiek antwoord op betaalbaarheid. Voor voedsel zou volgens Public Food een vergelijkbare redenering kunnen gelden.
Visser wees daarbij op internationale voorbeelden. In de Verenigde Staten wordt geëxperimenteerd met publieke supermarkten. Ook noemde hij volksrestaurants, mealprepkeukens, kiosken en gemeentelijke productieketens als mogelijke vormen van een publiek voedselsysteem.
Locaties hoeven volgens Mensa Mensa niet altijd de grootste opgave te zijn. Bestaande publieke gebouwen, buurthubs, bibliotheken, ziekenhuizen of andere maatschappelijke plekken kunnen drager worden van zo’n systeem.
Ook binnen de overheid bestaan al plekken waar voedsel wordt georganiseerd, zoals bedrijfsrestaurants. Volgens Visser laat dat zien dat publieke organisaties ervaring hebben met voedselvoorziening, maar die logica nog beperkt toepassen op wijkniveau.

Eerste resultaten
Mensa Mensa draait sinds 2023 in Rotterdam-Zuid. Visser vertelt hoe die locatie jaarlijks ongeveer 35.000 gezonde en betaalbare maaltijden mogelijk maakt voor bewoners. Een tweede locatie in Amsterdam-Zuidoost is deze week geopend.
Voor die tweede locatie werd dit voorjaar gewerkt aan een plek in Brasa Village, met een professionele keuken, restaurant en communityruimte. De keuze past bij de ambitie om gezond eten laagdrempelig beschikbaar te maken waar toegang tot voedzaam eten minder vanzelfsprekend is.
Het concept zet in op laagdrempelige toegang, om zo verschillende groepen inwoners uit te nodigen. Zo moet vermeden worden dat bewoners door stigma’s de buurthub vermijden. Visser: ‘Mensa Mensa is niet uitsluitend gericht op minima, maar we hopen wel dat we juist die doelgroep ook kunnen helpen gezond te koken en te eten.’
Voedselwet
Op Good Food City ging het ook over de aanpassing van de Voedselwet. Iris Kramer, senior beleidsmedewerker bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, benadrukte in een panelgesprek dat die wet niet eerder dan 2027 verwacht wordt.
De voedseldrukmonitor, waar onder andere de gemeente Amsterdam en Utrecht bij betrokken zijn, kan zonder die juridische onderbouwing niet reguleren en handhaven. Ook de gemeente en provincie Groningen vroegen eerder dit jaar om snel met landelijke kaders te komen.
Dat wil niet zeggen dat gemeenten niet nu al verschil kunnen maken. Gemeentelijk voedselbeleid is volgens wethouder Eva van Esch (Stadslandbouw en voedsel bij gemeente Arnhem) belangrijk om latere maatregelen beter te onderbouwen.
Ook adviseert Luc Hagenaars, docent aan Amsterdam UMC, gemeenten niet te bang te zijn voor conflict op het thema van gezonde voedselomgeving. Juridische maatregelen ontstaan volgens hem vaak pas wanneer publieke druk, duidelijke framing en bestuurlijke keuzes samenkomen.