Groningen wil vrouwen vaste rol geven bij ontwerp openbare ruimte

Leestijd: 4 minuten

De gemeente Groningen moet vrouwen structureel en op meerdere momenten betrekken bij ontwerp, beheer en herontwikkeling van de openbare ruimte. Dat stellen D66, ChristenUnie, Partij voor het Noorden en Student en Stad in een initiatiefvoorstel voor een vrouwvriendelijke leefomgeving. ‘Niet over vrouwen praten, maar mét vrouwen.’

Het voorstel is ingediend door D66, ChristenUnie, Partij voor het Noorden en Student en Stad. Daarmee komt het initiatief grotendeels uit de oppositie. Van de vier indieners maakt alleen de ChristenUnie deel uit van de coalitie, die verder bestaat uit GroenLinks, PvdA, Partij voor de Dieren en SP.

De indieners willen dat de gemeente samen met vrouwen uit verschillende doelgroepen schouwen uitvoert in de openbare ruimte. Ook vragen zij om een jonge vrouw toe te voegen aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Zij moet meekijken voordat ontwerpen en inrichtingsplannen definitief worden vastgesteld.

Op 27 mei zal worden gestemd over het initiatiefvoorstel. Enkele aanpassingen die voortkwamen uit een raadsdebat zullen nog worden doorgevoerd.

Vrouwelijk perspectief

‘Waar het ons met name om gaat, is het gesprek met jonge vrouwen’, zegt D66-raadslid Andrea Poelstra-Bos, een van de indieners. Volgens haar worden vrouwen nu nog te laat of te beperkt betrokken bij keuzes over straten, routes, pleinen en stationsomgevingen.

Poelstra-Bos noemt meerdere manieren om het vrouwenperspectief te borgen. Dat kan via de Omgevingsvisie, de Leidraad Openbare Ruimte, een klankbordgroep voor de fysieke leefomgeving en een checklist voor inclusieve openbare ruimte.

Geïnteresseerd in gebiedsontwikkeling en leefbaarheid? Meld je aan voor de Vierdaagse fieldtrip Manchester & Liverpool: “Van industriële kracht naar leefbare stad” van 16 t/m 19 september.

Ook visualisaties kunnen helpen. Daarmee kunnen ontwerpers laten zien hoe plekken worden ervaren in het donker, bij slecht weer of op stille momenten. Dat moet volgens Poelstra-Bos gebeuren voordat kosten voor aanleg zijn gemaakt.

Het voorstel verschuift de aandacht van eenmalige inspraak naar terugkerende betrokkenheid. Vrouwen moeten niet alleen reageren op uitgewerkte plannen, maar eerder kunnen meekijken, meeschouwen en mee-ontwerpen.

Jonge vrouw als toetssteen

In het initiatiefvoorstel staat de zestienjarige jonge vrouw centraal. De gedachte is dat een openbare ruimte die voor haar veilig, overzichtelijk en uitnodigend is, ook voor andere groepen beter werkt. Meerdere raadsleden verwezen daar in het debat naar.

Volgens Poelstra-Bos is die focus nodig om het vraagstuk concreet te maken. Het gaat niet alleen om objectieve veiligheid, maar ook om routes mijden, gedrag aanpassen en voortdurend inschatten of een plek prettig aanvoelt.

Tijdens de raadsbehandeling viel op dat vooral vrouwelijke raadsleden het woord voerden over sociale veiligheid en ontwerpkeuzes. Het debat werd op onderdelen breder getrokken, maar de focus op vrouwen en jonge vrouwen bleef het vertrekpunt.

Niet over vrouwen

De voorgestelde betrokkenheid moet volgens Poelstra-Bos niet neerkomen op één vrouw die namens alle vrouwen spreekt. De gemeente moet vrouwen betrekken met uiteenlopende leeftijden, achtergronden en dagelijkse routes door stad en dorpen.

In het gesprek noemt zij onder meer alleenstaande moeders, bewoners van azc’s, queerpersonen, vrouwen uit andere culturen en mogelijk melders van overlast. De gemeente moet volgens haar voorkomen dat alleen de gebruikelijke gesprekspartners aan tafel komen.

Ook in het debat vroegen raadsleden aandacht voor de samenstelling van een klankbordgroep en voor het actief bereiken van vrouwen die zich niet vanzelf melden. Daarmee werd de focus op vrouwen breder ingevuld, zonder die los te laten.

Volgens de indieners gaat vrouwvriendelijke inrichting bovendien om meer dan verlichting of cameratoezicht. Het gaat ook om zichtlijnen, functiemenging, beheer, aanwezigheid van andere gebruikers en de vraag of een plek uitnodigt.

Wethouder ziet versnelling

Wethouder Rik van Niejenhuis ziet het initiatief als een manier om het vrouwenperspectief eerder in ruimtelijke processen te verankeren. Volgens hem gaat het voorstel over bestaande én nieuwe gebieden. ‘Stadsontwikkeling is een langzaam vak’, zei hij. Juist daarom kan het voorstel volgens hem een ontwikkeling die al gaande is ‘een extra slinger’ geven.

Daarbij wijst de wethouder op plekken waar gebruikers nu al kunnen meekijken, zoals Park Selwerd en het Noorderstation. De gemeente kan daar volgens hem toetsen of plannen sociaal veilig zijn, voldoende gemengd worden ingericht en ook in de avond functioneren. Bij zulke locaties kan het vrouwenperspectief dus al tijdens de planvorming worden meegenomen.

Voor bestaande plekken ziet Van Niejenhuis vooral functiemenging als structurele oplossing. Hij noemde P+R Meerstad, de Pijperseweg en de Sint Petersburgweg als locaties die overdag worden gebruikt, maar ’s avonds minder levendig zijn. Dat hangt volgens hem samen met bedrijventerreinen en een gebrek aan gemengd gebruik.

‘Daar verdwijnt onveiligheid ook over de komende maanden en jaren door het toevoegen van woningen’, zei de wethouder daarover. Door woningen en andere functies toe te voegen, ontstaan meer ogen op straat. Tegelijk blijft de vraag wat de gemeente op kortere termijn kan doen met verlichting, beheer en andere maatregelen.

Van Niejenhuis verbond het voorstel ook aan grotere ruimtelijke keuzes, zoals het stationsgebied. Nu de beoogde popzaal daar niet komt, moet volgens hem opnieuw worden gekeken naar levendigheid. De eerste vraag is dan, zei hij, ‘hoe zorg je dan alsnog voor levendigheid en ogen op de straat?’

Ook de nieuwe Omgevingsvisie biedt volgens de wethouder kansen. Groningen werkt aan stedelijke kernen en betere verbindingen daartussen. Volgens Van Niejenhuis is dat ‘bij uitstek’ een kans om tussen de binnenstad en die kernen veilige routes te garanderen en functiemenging toe te passen.