Steden geven water opnieuw ruimte: zonder blauw geen groen

Foto: West8
Leestijd: 6 minuten

Steeds meer gemeenten maken in de stad ruimte voor extra water. Rotterdam en Eindhoven werken aan nieuwe waterstructuren, terwijl Zwolle en Utrecht laten zien hoe water breder onderdeel wordt van stedelijke kwaliteit en klimaatadaptatie. ‘We passen de omgeving aan het water aan, niet andersom.’ 

‘Nieuwe singels kunnen een bredere impact hebben op de stad’, schrijft de Rotterdamse wethouder Pascal Lansink-Bastemeijer in een raadsbrief eind oktober 2025 over ontwerpend onderzoek naar waterstructuren in zijn stad.  

Daarmee verwoordt hij een bredere beweging waarin steden water niet langer alleen zien als iets dat moet worden afgevoerd, maar ook als middel om de stad robuuster te maken. 

In meerdere gemeenten verschuift de aandacht van beheersen naar inpassen. In Eindhoven krijgt dat vorm in het nieuwe Victoriapark, waar de historische beek de Gender weer bovengronds komt. Diezelfde gender komt ook bovengronds in de stationsomgeving.  

Ook in bestaande stadswijken zoeken gemeenten opnieuw naar ruimte voor singels, oevers, wadi’s en andere waterstructuren. Uit onderzoek van KAW blijkt dat juist ook in naoorlogse wijken veel ruimte is voor kleinere waterstructuren, zoals sloten en wadi’s. Die kunnen samen een grote bijdrage leveren aan waterberging, biodiversiteit en leefkwaliteit. 

Nieuwe singels in Rotterdam 

In Rotterdam draait het onderzoek om concrete winst voor het stedelijke watersysteem. Lansink-Bastemeijer schrijft dat het systeem door zulke ingrepen ‘meer water [kan] vasthouden en zuiveren’, dat regenwater beter over de stad kan worden verdeeld en dat de kans op wateroverlast afneemt. Ook wordt groen volgens hem beter bestand tegen droogte. 

Aanvullend stelt programmamanager klimaatadaptatie Johan Verlinde dat de stad nu al tegen grenzen aanloopt: er is een gebrek aan waterberging en ‘water kan nergens heen’. Daarom is samen met het waterschap onderzocht waar de nood het hoogst is. De Goudsesingel en de Teilingerstraat kwamen daarbij als kansrijke locaties naar voren. 

Schakel tussen peilgebieden 

Aan de Teilingerstraat moet een nieuwe singel de Provenierssingel en de Noordsingel met elkaar verbinden. Daarmee ontstaat een nieuwe schakel tussen twee peilgebieden en dus een robuuster watersysteem. Uit hydrologisch onderzoek blijkt volgens Lansink-Bastemeijer dat deze singel ‘een bredere impact heeft op de stad’.  

De nieuwe waterstructuur vergroot volgens hem de sponswerking van een aanzienlijk deel van de stad, helpt water vast te houden en te zuiveren en maakt het makkelijker om overtollig regenwater te verdelen. 

Voor de Goudsesingel ligt geen klassieke singel op tafel, maar een zogeheten sponspark. Volgens Verlinde wordt het ‘geen vaarroute zoals vroeger’, maar een systeem van wadi’s dat regenwater opvangt en infiltreert. In droge perioden kan het gebied functioneren als park. 

We zetten het water niet zozeer naar onze hand, maar passen de omgeving aan natuurlijke waterstromen aan.  

Rotterdam koppelt die wateropgave nadrukkelijk aan de herinrichting van de openbare ruimte. Het sponspark moet het Oostplein met de Hofbogen verbinden en zo de groenblauwe structuur versterken.  

Daarnaast levert het park volgens Lansink-Bastemeijer ‘een positieve bijdrage aan biodiversiteit, verkoeling en verblijfskwaliteit’. Door minder ruimte voor autoverkeer en meer plek voor grote bomen moet er volgens hem ook ruimte ontstaan ‘voor sport, spel en ontmoeting’. 

Volgens Verlinde moet water in de stad altijd meerdere functies hebben.  ‘Als je niet nadenkt over de blauwe component, blijft het groen ook niet op kwaliteit’, stelt hij. Water hoeft daarbij niet altijd zichtbaar te zijn: systemen zoals Urban Water Buffers kunnen regenwater opvangen, filteren en ondergronds opslaan. 

Lansink-Bastemeijer plaatst het herstel van singels binnen de ambities van Groene Waterstad 2050. Daarbij tempert hij ook de verwachtingen: nieuwe singels aanleggen in een dichtbebouwde stad als Rotterdam is volgens hem een grote, complexe ingreep die veel tijd kost. Dat vraagt een lange horizon, onder meer omdat kabels en leidingen moeten worden verlegd, benadrukt Verlinde.  

Water als drager

Ook Eindhoven zet water zichtbaarder en actiever in. Daar wordt de Gender op plekken weer bovengronds gehaald, onder meer bij het Victoriapark. Volgens wethouder Rik Thijs ontstaat zo extra capaciteit om water op te vangen in natte perioden en te gebruiken in droge tijden. 

Rond de bovengronds gebrachte beek en in de hele stad werkt Eindhoven met een systeem waarin regenwater lokaal wordt opgevangen, opgeslagen en later weer ingezet. Bij hevige buien kan het water tijdelijk worden geborgen in parken, wadi’s en open waterstructuren. In drogere perioden infiltreert het water in de bodem of blijft het beschikbaar voor groen en verkoeling. 

Daarmee wijkt de aanpak in de stad af van het traditionele rioolsysteem, dat vooral gericht is op snelle afvoer. In Eindhoven wordt regenwater juist zoveel mogelijk losgekoppeld van het riool en vastgehouden in de stad. Volgens Thijs maakt dat het mogelijk om water te sturen: niet alleen afvoeren, maar ook tijdelijk opslaan en waar nodig opnieuw inzetten. 

Die omslag is volgens de wethouder noodzakelijk. Het bestaande riool kan piekbuien steeds minder goed verwerken. Ook hier komt het neer op het opvangen van extreme neerslag en het beter omgaan met droogte, maar dan gecombineerd met verblijfskwaliteit en biodiversiteit. 

Samenleven met water 

In Zwolle is die benadering minder nieuw. De stad is volgens wethouder Gerdien Rots ontstaan op een hoge dekzandrug, te midden van waterstromen. De vestinggracht ligt er nog altijd, mede omdat demping aan de zuidkant direct problemen met het watersysteem zou geven. ‘We zetten het water niet zozeer naar onze hand, maar passen de omgeving aan natuurlijke waterstromen aan’, zegt zij. 

Die houding werkt door in het ruimtelijk beleid. Zwolle neemt water en bodem als vertrekpunt voor de groei van de stad en reserveert ruimte voor extra waterberging. Rots noemt ook overstroombare oevers langs de stadsgracht, waar een fietspad of wandelpad bij hoge waterstanden tijdelijk onder water mag lopen. 

Juist daarin zit volgens haar de nieuwe houding tegenover water. Niet alles hoeft hard en vast te zijn. Op plekken waar dat veilig kan, levert meebewegen met water volgens Rots meer natuur, een aantrekkelijker uitloopgebied en extra waterretentie op.  

Daarnaast pleit zij ervoor oude kaarten te bekijken, omdat die laten zien hoe waterstromen vroeger liepen. 

Breder dan klimaat 

Naast ruimtelijke en ecologische waarde krijgt water in steden ook een economische en logistieke functie. In Amsterdam onderzoekt de gemeente hoe transport over water kan bijdragen aan een efficiëntere en schonere bevoorrading van de In Utrecht is dat al het geval. Wethouder Susanne Schilderman noemt water een essentieel onderdeel van de stad, als plek voor ontspanning, sport, recreatie, stadsnatuur én bevoorrading. Ze wijst op de gemeentelijke bierboot en ecoboot, die de binnenstad bevoorraden en afval ophalen. 

Tegelijk laat Utrecht zien hoe sterk die gebruikswaarde samenvalt met klimaatadaptatie. Schilderman noemt het herstel van de singel rond de binnenstad als voorbeeld van ingrepen die geschiedenis, verblijfskwaliteit en watersysteem verbinden. Meer ruimte voor water helpt volgens haar bij hevige neerslag en voorkomt problemen met de waterkwaliteit.

Geïnteresseerd in groen en stedenbouw? Ga mee het dak op en meld je aan voor het Kennisevent De Hoogte In (Rotterdamse Dakendagen) op 4 juni in Rotterdam.

In de komende jaren heeft Utrecht ook nog uitbreidingsplannen. ‘Nu werken we aan het terugbrengen van de Leidsche Rijn, zodat deze opnieuw wordt verbonden met het overige stadswater. De verwachting is dat dit rond 2030 gerealiseerd zal zijn’.

Ook in de rest van de openbare ruimte werkt Utrecht daaraan. De stad vervangt gemengde rioolstelsels door gescheiden riolen, kiest waar mogelijk voor meer groen en bomen en past waterdoorlatende verharding toe.

Daarnaast werkt Utrecht aan meer zwemplekken, omdat bewoners volgens Schilderman in warmere zomers steeds meer behoefte hebben aan verkoeling ‘in of rond het water van onze stad’. 

Advies aan andere steden 

Gemeenten die water willen toevoegen, doen er volgens betrokken wethouders goed aan het systeem als vertrekpunt te nemen. ‘We zetten het water niet zozeer naar onze hand, maar we passen eigenlijk de omgeving aan natuurlijke waterstromen aan’, zegt wethouder Rots. 

Ook in Eindhoven komt het advies neer op het verbinden van functies. Daar wordt waterberging gekoppeld aan vergroening, biodiversiteit en de herinrichting van de openbare ruimte. Volgens wethouder Rik Thijs is dat de grote verschuiving van de afgelopen jaren: regenwater niet meteen afvoeren, maar vasthouden en combineren met andere ruimtelijke opgaven. 

Rotterdam voegt daar een bestuurlijke les aan toe. Nieuwe singels en sponsparken kunnen veel opleveren, maar vragen in een dichtbebouwde stad ook tijd en lange adem.