De Gezond Groen Wijzer van het RIVM helpt gemeenten bij gerichte keuzes over groen in de leefomgeving. Het instrument onderscheidt 14 typen groen en koppelt die aan gezondheidseffecten, doelgroepen en randvoorwaarden voor ontwerp en beheer. ‘We willen voorbij alleen de hoeveelheid groen kijken.’
‘Gemeenten willen verder kijken dan alleen hoeveel groen er is’, zegt onderzoeker Hanneke Kruize van het RIVM. ‘Het gaat om welk type groen voor wie van waarde is.’ Met de Gezond Groen Wijzer biedt het instituut daarvoor een praktisch hulpmiddel.
De aanleiding ligt in de dagelijkse praktijk van gemeenten. Groen wordt in de ruimteclaim vaak als één categorie benaderd, terwijl de effecten sterk verschillen per type en locatie. De Gezond Groen Wijzer is volgens de onderzoekers bedoeld als vervolg op de vuistregels voor vergroenen: waar die vooral gaan over hoeveelheid en afstand, helpt deze wijzer bij de vraag welk type groen waar het meest passend is vanuit het gezondheidsperspectief. Dat maakt het makkelijker om onderbouwde keuzes te maken, zeker wanneer ruimte en budget onder druk staan.
Van hoeveelheid naar keuze
De Gezond Groen Wijzer sluit qua typologie aan op het Informatiemodel Beheer Openbare Ruimte. Daarmee is het instrument herkenbaar voor beleidsmakers en beheerders. De 14 groentypen lopen uiteen van groene daken, geveltuinen en wadi’s tot parken, groenblauwe corridors en natuurgebieden.
Per type groen beschrijft de wijzer de verwachte effecten op mentale en fysieke gezondheid, de doelgroepen die er het meest baat bij hebben en de belangrijkste randvoorwaarden. Daarmee biedt het instrument houvast voor keuzes in ontwerp, inrichting en beheer van de buitenruimte.
Een belangrijk inzicht, en tegelijk een aanvulling op de bestaande vuistregels over hoeveelheid en afstand, is dat niet elk groentype dezelfde functie vervult. Bomen dragen bijvoorbeeld bij aan verkoeling en stressreductie, terwijl groene speelplekken relevant zijn voor de ontwikkeling van kinderen. Kleine groene plekken, zoals geveltuinen, kunnen juist ook bijdragen aan ontmoeting en sociale cohesie.
| Geïnteresseerd in groen en wetgeving? Meld je aan voor de Expertsessie EU Natuurherstelwet op 2 juni in Amersfoort. |
Waarde kleine plekken
Volgens het RIVM helpt de wijzer ook om het belang van kleinere groenvoorzieningen zichtbaar te maken. In de praktijk staan juist deze plekken vaak onder druk bij bezuinigingen of herontwikkeling.
‘Als je alleen naar de hoeveelheid groen kijkt, verdwijnen kleine plekken al snel uit beeld’, aldus Kruize. ‘Terwijl juist die plekken belangrijk zijn voor mensen die afhankelijk zijn van groen dichtbij huis.’
Plantsoenen en kleine parken vervullen bijvoorbeeld een belangrijke rol voor ouderen, kinderen en bewoners met een beperkte actieradius. Ze dragen bij aan ontspanning, ontmoeting en het tegengaan van eenzaamheid, juist doordat ze op korte afstand liggen.
Marcelle Lock van het RIVM benadrukt dat juist de differentiatie van belang is. ‘Je ziet dat elk type groen van belang is en zijn eigen functie heeft, ook voor verschillende doelgroepen.’ Juist doordat die functies nu in één document zijn samengebracht, krijgen gemeenten meer houvast bij lokale afwegingen.
Houvast integraal beleid
De meerwaarde van het instrument ligt volgens het RIVM in het ondersteunen van afwegingen, en in het verbinden van verschillende beleidsdomeinen. Groen speelt niet alleen een rol in ecologie en beheer, maar ook in gezondheid, klimaatadaptatie en sociale kwaliteit.
Door per groentype inzicht te geven in effecten en randvoorwaarden, kunnen gemeenten gerichter afwegingen maken. Dat helpt ook in gesprekken tussen afdelingen, bijvoorbeeld tussen groenbeheer, ruimtelijke ontwikkeling en gezondheid. Lock wijst er bovendien op dat gemeenten ook vanuit recreatie en beheer naar groen kijken, en dat die verschillende perspectieven in de praktijk samenkomen.
Daarnaast benadrukt de wijzer het belang van randvoorwaarden. De gezondheidswinst van groen hangt af van factoren als toegankelijkheid, onderhoud, veiligheid en aansluiting op de behoeften van gebruikers. Zonder die voorwaarden blijven effecten beperkt.
Ook privégroen maakt deel uit van de benadering. Tuinen en balkons dragen bij aan verkoeling, waterberging en mentaal welzijn. Daarmee spelen ze ook een rol in de totale kwaliteit van de leefomgeving.
Instrument in ontwikkeling
De Gezond Groen Wijzer is volgens het RIVM nadrukkelijk een instrument in ontwikkeling. Het instituut werkt aan verdere toepassing in de praktijk en onderzoekt hoe de verschillende groentypen beter in kaart kunnen worden gebracht, bijvoorbeeld op het niveau van buurten en wijken. Daarmee werkt het RIVM ook aan een ruimtelijke vertaling van de 14 typen groen, zodat gemeenten beter kunnen zien waar welke typen liggen en hoe toegankelijk die zijn.
De eerste reacties uit het werkveld zijn positief. Gemeenten geven aan dat het instrument helpt om het gesprek over groen te verbreden en concreter te maken, bijvoorbeeld tussen afdelingen als groenbeheer, ruimtelijke ontwikkeling en gezondheid.
Lock plaatst daar wel een praktische kanttekening bij. ‘Het is natuurlijk ook echt per stad afhankelijk. In de binnenstad, die al vol bebouwd is, heb je veel minder mogelijkheden dan wanneer je echt een nieuwbouwwijk opzet.’ Volgens haar vraagt de toepassing van de wijzer daarom altijd om maatwerk per gebied.
Tegelijkertijd wordt gewerkt aan verdere uitwerking, onder meer rond toepassing, kaarten en ruimtelijke vertaling. Het RIVM wil beter zichtbaar maken waar de 14 typen groen liggen en hoe toegankelijk die zijn, zodat gemeenten het instrument gerichter in de praktijk kunnen gebruiken.