Vrije doorloopruimte voortaan leidend bij ontwerp voetpaden

Leestijd: 3 minuten

Niet de trottoirbreedte telt, maar de vrije doorloopruimte in relatie tot de drukte op een route. De nieuwe CROW-leidraad laat de vaste minimumbreedte van voetpaden los en kijkt voortaan anders naar de beoordeling van trottoirs. De richtlijnen bieden ontwerpers, verkeerskundigen en beheerders een duidelijker kader voor nieuwe routes, omgaan met obstakels en de onderbouwing van ruimte voor voetgangers. 

Het doel van de nieuwe leidraad is volgens het kennisinstituut om bestaande aanbevelingen voor voetpadbreedte op een rij te zetten. Ook worden de richtlijnen daarmee verduidelijkt. De leidraad moet professionals helpen om beter afgewogen keuzes te maken over de ruimte voor voetgangers en het belang van brede voetpaden. 

Nieuw is dat het CROW de breedte van voetpaden niet alleen als vaste minimummaat behandelt. Extra loopruimte hangt volgens de leidraad ook af van voetgangersintensiteit, comfort en het belang van een route. Daarmee verschuift de afweging van een vaste norm naar een ontwerpkeuze per straat of route. 

Het CROW noemt daarbij onder meer drukke routes, winkelgebieden, omgevingen bij zorginstellingen en plekken waar ook de uitstraling van de openbare ruimte meeweegt. Voor beheerders is verder van belang dat de kwaliteitsniveaus aansluiten op bestaande beheersystematiek, zodat ontwerp, inrichting en beheer beter op elkaar kunnen aansluiten. 

Het CROW brengt daarvoor bestaande aanbevelingen uit onder meer de Ontwerpwijzer voetgangers, ASVV 2021 en de Leidraad Toegankelijkheid samen. De publicatie neemt ook de systematiek van vijf kwaliteitsniveaus over en scherpt de relatie aan tussen voetgangersintensiteit en de in die context benodigde breedte van het voetpad. 

Andere meetlat 

De grootste verandering zit in de manier van meten. Het CROW stelt dat voor de breedte van voetpaden meer aandacht nodig is voor de vrije doorloopruimte. Dat is de ruimte die overblijft als palen, laadpunten, groen en ander straatmeubilair zijn weggedacht. Die objecten tellen dus niet meer mee als loopruimte. 

Dat maakt de leidraad direct bruikbaar in ontwerp en beheer. Wie een voetpad ontwerpt, moet niet alleen kijken naar de breedte van het profiel, maar ook naar wat er in de loopruimte staat. Vernauwingen mogen slechts af en toe voorkomen, met maximaal één per 50 meter. 

Het CROW koppelt die aanpak aan vijf kwaliteitsniveaus. Het basisnetwerk is het gewone netwerk van voetpaden dat in elk geval goed bruikbaar moet zijn. Daar koppelt het CROW kwaliteitsniveau B aan, met minimaal 2,00 meter vrije doorloopruimte. 

Het hoofdnetwerk bestaat uit de belangrijkere looproutes in een gebied. Daar hoort volgens het CROW kwaliteitsniveau A bij, met minimaal 2,90 meter vrije doorloopruimte. Voor routes binnen dat hoofdnetwerk die extra kwaliteit moeten bieden, geldt niveau A+ met 3,60 meter vrije doorloopruimte. 

Onder 1,50 meter valt een voetpad in niveau D, dat het CROW als ernstig belemmerd beschrijft. 

Voor vakprofessionals is vooral van belang dat de leidraad laat zien welk comfort bij welk netwerk hoort en wanneer een route tekortschiet. Zo wordt sneller duidelijk waar obstakels moeten verdwijnen, waar extra ruimte nodig is en waar een route niet meer goed werkt. 

Ontwerp vanuit gebruik 

De leidraad kijkt daarbij niet alleen naar de standaardvoetganger. Juist mensen met een rolstoel, rollator, kinderwagen, stokken of boodschappentassen hebben extra ruimte nodig en moeten bij het ontwerpen van de openbare ruimte beter in beeld komen. 

Het CROW schrijft dat voetpaden genoeg ruimte moeten bieden om elkaar te passeren, te manoeuvreren en even te kunnen stilstaan. 

Bij niveau A+ trekt het CROW die lijn het verst door. Op zulke routes zijn vernauwingen niet toegestaan en hoort een aparte strook voor objecten naast het voetpad. Zo blijft de loopruimte vrij en wordt ook in de inrichting zichtbaar dat het om een belangrijke voetgangersroute gaat.