Voorzitters NVTL en BNSP: ‘Alleen groei is geen optie meer’

Leestijd: 2 minuten

De voorzitters van de NVTL en de BNSP waarschuwen dat gebiedsontwikkeling vastloopt als groei het vertrekpunt blijft. In gesprekken met Joeri de Bekker en Eric van der Kooij schuift de aandacht naar leefkwaliteit, biodiversiteit en koersvast opdrachtgeverschap. Volgens beide verenigingen vraagt dit om harde keuzes en soms een ‘nee’.

‘Alleen groei is geen optie meer’, zegt Joeri de Bekker (NVTL). Volgens hem is het geen pleidooi om ontwikkeling te stoppen, maar om de logica om te draaien. Minder ruimtegebruik, minder autobezit en bewuster wonen worden randvoorwaarden voor plannen die overeind moeten blijven.  

Eric van der Kooij (BNSP) ziet dezelfde druk, maar wijst op een tweede knelpunt: veel plannen zijn programmatisch aangescherpt, terwijl uitvoerbaarheid achterblijft. Betaalbaarheid, parkeerdruk, water en sociale veiligheid zetten projecten klem. Dat vraagt om keuzes die niet pas bij de uitvoering gemaakt worden.  

Openbare ruimte als kernwaarde 

De voorzitters zijn eensgezind over de status van de openbare ruimte. Die wordt nog te vaak behandeld als restpost wanneer het programma onder druk staat. Verdichten kan, maar niet ten koste van leefkwaliteit en gebruikswaarde. Publieke ruimte moet vanaf het begin onderdeel zijn van de rekensom.  

Daarbij schuiven ze het debat van ‘hoeveel’ naar ‘hoe’. Minder asfalt en meer ruimte voor natuur en gezondheid vragen om andere prioriteiten in ontwerp én besluitvorming. Investeren in publieke ruimte werkt volgens hen door in sociale samenhang en preventieve gezondheid, en voorkomt kosten later.  

Ook de lange termijn moet weer leidend worden, stelt de NVTL. Planprocessen lopen decennia, maar besluiten worden vaak genomen op korte politieke en financiële horizons. Ontwerpers kunnen met scenario’s en verbeelding laten zien wat keuzes vandaag betekenen voor de leefomgeving over twintig of dertig jaar.  

Koersvastheid in opdrachtgeverschap 

Van der Kooij koppelt die lange adem aan continuïteit in gebiedsontwikkeling. Aanbestedingen en wisselende opdrachtgevers versnipperen verantwoordelijkheid, waardoor kwaliteit onderweg verdwijnt. Bestuurlijk leiderschap en goed opdrachtgeverschap zijn nodig om de ‘lange lijnen’ te bewaken, juist bij stapelende opgaven.  

De complexiteit verandert bovendien de rol van ontwerpers. Stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten opereren vaker als procesbegeleider en ruimtelijke onderhandelaar, naast het klassieke ontwerpwerk. Ontwerpend onderzoek kan helpen om botsende belangen inzichtelijk te maken, maar is nog onvoldoende verankerd.  

Tegelijkertijd klinkt een oproep tot meer zelfbewustzijn. Niet elke opdracht hoeft letterlijk uitgevoerd te worden. Soms begint duurzaamheid bij de vraag of een project wenselijk is, of anders geformuleerd moet worden. Dat vraagt lef van ontwerpers én ruimte van opdrachtgevers om die discussie te voeren.  

Rol voor het Rijk 

Ook bij sociale opgaven pleit de BNSP voor realisme. Sociale cohesie laat zich niet afdwingen met verplichte ontmoetingsplekken. De plint en het dagelijks gebruik van straten en pleinen zijn bepalender dan dakterrassen of collectieve huiskamers. Beheer en eigenaarschap moeten vanaf het begin meewegen.  

Beide verenigingen zien tenslotte een rol voor het Rijk in heldere kaders en regie, onder meer rond waterkwaliteit en andere nationale opgaven. Niet door alles dicht te regelen, maar door richting te geven en kwaliteit te borgen. De boodschap is consequent: minder ruimte innemen, bestaande ruimte beter benutten en durven kiezen.