Gemeenten kunnen fastfoodvestigingen rond scholen niet weigeren op basis van volksgezondheid. De Omgevingswet biedt alleen indirecte aanknopingspunten, onder meer via ruimtelijke kwaliteit of verkeer. Provincie en gemeente Groningen hebben donderdag in Den Haag gepleit voor een brede Voedselwet die gemeenten op grond van volksgezondheid juridische mogelijkheden geeft om in te grijpen in het vestigingsbeleid.
‘De Omgevingswet biedt geen expliciete basis om ongezond voedselaanbod te weren puur op basis van de schadelijke effecten op de volksgezondheid’, staat in het rapport Gemeenten aan zet – Een gezonde leefomgeving. Dat werd overhandigd aan minister Jan Anthonie Bruijn van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Het rapport is opgesteld door de Aletta Jacobs School of Public Health van de Rijksuniversiteit Groningen. De whitepaper bundelt literatuuronderzoek, praktijkervaringen en juridische analyses over de fysieke voedselomgeving, zoals winkelstraten, schoolomgevingen, sportlocaties en de openbare ruimte.
Gezondheid geen zelfstandige grond
Volgens de onderzoekers is het kernprobleem dat gezondheid binnen de huidige wetgeving geen zelfstandige weigeringsgrond vormt. Gemeenten kunnen een vestiging niet afwijzen uitsluitend vanwege negatieve effecten op de volksgezondheid.
De Omgevingswet biedt wel instrumenten via de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Gemeenten kunnen regels stellen over horeca, reclame in de openbare ruimte, verkeersbewegingen en ruimtelijke kwaliteit. Daarmee kunnen zij indirect invloed uitoefenen op de voedselomgeving.
Die indirecte route vraagt om onderbouwing via andere belangen dan gezondheid. Volgens provincie en gemeente Groningen maakt dat besluitvorming juridisch complex en minder voorspelbaar. Volksgezondheid kan niet rechtstreeks als doorslaggevend criterium worden ingezet bij vestiging en vergunningverlening.
Pleidooi voor brede wet
Met een brede Voedselwet moet dat veranderen. Provincie en gemeente willen dat gezondheid expliciet wordt opgenomen als afwegingsgrond in vestigingsbeleid en vergunningverlening. Dat zou gemeenten beter in staat stellen om concentraties van ongezond aanbod rond scholen of in kwetsbare wijken te begrenzen.
Daarnaast vragen de Groningse bestuurders om landelijke definities, waaronder die van een ‘gezonde voedselomgeving’, en om duidelijke kaders in relatie tot Europese regelgeving zoals de Dienstenrichtlijn. Ook pleiten zij voor regels voor kindermarketing van ongezond voedsel, zowel fysiek als online.
De oproep sluit aan bij de Landelijke nota gezondheidsbeleid 2025–2028, waarvoor het ministerie van Volksgezondheid werkt aan wetgeving die gemeenten meer ruimte moet geven om gezondheidseisen te stellen aan de voedselomgeving. Gemeente en provincie Groningen vragen om versnelling en om heldere juridische afbakening.
Van meten naar sturen
Binnen de City Deal Gezonde en Duurzame Voedselomgeving werkt Groningen met kennisinstellingen aan een voedselomgevingsscore. Op basis daarvan is een voedseldrukmonitor ontwikkeld die concentraties van ongezond voedselaanbod inzichtelijk maakt.
Volgens provincie en gemeente heeft dit instrument nu vooral een signalerende functie. Het biedt geen juridische basis om vestigingen te weigeren of te beperken. Met een brede Voedselwet zouden deze gegevens kunnen worden vertaald naar ruimtelijke keuzes en vergunningvoorwaarden.