Met analyse herstelt Heijmans natuurwaarden bij gebiedsontwikkeling

Leestijd: 3 minuten

Hoe kun je natuurwaarden behouden of zelfs versterken bij gebiedsontwikkeling? Volgens Harwil de Jonge, directeur bij Heijmans, begint dat met een systeemanalyse en een duidelijke ambitie. In projecten als Maanwijk en Parijsch wordt die aanpak concreet toegepast. ‘Natuur versterken begint bij systeemanalyse’.

‘Bodem en water zijn bij ons sturend geworden, in plaats van randvoorwaarden achteraf’, zegt De Jonge. Die keuze beïnvloedt het ontwerp direct. In Maanwijk (Leusden) en Parijsch (Culemborg) leidde dat tot brede groenstroken, collectieve groenzones en minder diepe achtertuinen. Soms betekent dat minder woningen, maar met hogere ruimtelijke kwaliteit.

De ambitie om natuurwaarden te versterken is volgens De Jonge sinds 2018 verankerd in de strategie van Heijmans. ‘We willen gebieden beter achterlaten dan we ze aantroffen.’ Die ambitie vraagt om concrete vertaling per project. De centrale vraag is steeds hoe natuurlijke systemen kunnen worden hersteld of versterkt.

Natuurlijke systeem begrijpen

De eerste stap is een systeemanalyse op drie schaalniveaus: stad, wijk en projectgebied. Daarbij worden bodem, water en ecologie in samenhang onderzocht. Niet alleen binnen het plangebied, maar ook in de bredere omgeving. ‘Natuur houdt zich niet aan gemeentegrenzen.’

Door het systeem integraal te analyseren, wordt zichtbaar waar verstoringen zitten en waar kansen liggen voor herstel. Dat kan gaan om waterhuishouding, bodemkwaliteit of biodiversiteit. De analyse vormt de basis voor ontwerpkeuzes en voorkomt dat natuur pas in een latere fase wordt toegevoegd.

Ook binnenstedelijk zijn volgens De Jonge mogelijkheden. ‘Juist waar alles versteend lijkt, kun je met gerichte ingrepen biodiversiteit herstellen.’ Wel vraagt dat maatwerk. Kabels, leidingen en compacte bodems beperken de ruimte. Toch kan vergroening bijdragen aan ecologische én sociale kwaliteit.

Biodiversiteit meetbaar maken

Een belangrijke vraag is hoe natuurwaarden meetbaar worden. Anders dan bij CO? is biodiversiteit niet eenvoudig in cijfers uit te drukken. ‘Je hebt indicatoren nodig.’ Heijmans kijkt bijvoorbeeld naar de terugkeer van vogelsoorten. Die functioneren als graadmeter voor een werkend ecosysteem.

Daarnaast werkt het bedrijf met het gebiedslabel van NL Greenlabel. Dit instrument omvat negen duurzaamheidsthema’s, waaronder biodiversiteit en beheer. Het label ondersteunt bij integrale afwegingen en maakt voortgang inzichtelijk tijdens ontwerp, realisatie en beheer.

Beheer is volgens De Jonge essentieel voor structurele natuurversterking. ‘Wat je in jaren opbouwt, kan zonder goed beheer snel verdwijnen.’ Daarom wordt beheer al in de ontwikkelfase meegenomen. Dat kan via een professionele partij of via een lokale stichting met betrokken bewoners.

Ambitie vroeg vastleggen

Gebiedsontwikkeling vraagt soms om ingrepen die natuur raken. Bomen moeten wijken of grond wordt verplaatst. Volgens De Jonge is dat niet altijd te vermijden. De stelregel is daarom: versterk waar mogelijk en compenseer waar nodig.

‘Soms moet je een boom kappen om ruimte te maken. Dan moet je zeker weten dat je er iets beters voor terugbrengt.’ Dat kan bijvoorbeeld door herstel van een parkstructuur of het vergroten van biodiversiteit elders in het gebied. Cruciaal is dat de ambitie vroeg wordt vastgelegd.

Als natuurdoelen pas in de ontwerp- of vergunningsfase worden toegevoegd, zijn de kosten hoger en is het effect beperkter. ‘Ambities glijden’, zegt De Jonge. ‘Als je niet hoog inzet, blijft er weinig over.’ Daarom worden natuurdoelen steeds vaker vastgelegd in overeenkomsten met gemeenten en andere partijen.

Regie en organisatie

Volgens De Jonge ligt er een duidelijke rol voor ontwikkelaars. ‘Wij hebben vaak de meeste impact op een gebied. Dan moet je ook verantwoordelijkheid nemen.’ Dat vraagt om kennis, instrumenten en interne borging.

Heijmans ontwikkelde eigen handleidingen, projectfaseringen en meetmethoden om biodiversiteit structureel te integreren. In sommige projecten wordt het gebruik van het gebiedslabel contractueel vastgelegd. Zo worden alle betrokken partijen gehouden aan dezelfde ambitie.

Naast technische en organisatorische maatregelen speelt bewustwording een rol. Bewoners kunnen bijdragen aan biodiversiteit via hun tuinen. Heijmans stimuleert dat met tuinbrochures en activiteiten zoals natuursafari’s. Informatie over vlindertuinen of pluktuinen helpt bewoners gerichte keuzes te maken.

Natuurversterking in gebiedsontwikkeling vraagt daarmee om een combinatie van systeemanalyse, heldere ambities, meetinstrumenten en structureel beheer. Niet als bijvangst, maar als uitgangspunt. ‘Biodiversiteit is complex’, zegt De Jonge, ‘maar juist daarom moet je het organiseren.’