‘Gemeenschapsfonds moet verder kijken dan buurthuizen alleen’

Leestijd: 3 minuten

Het nieuwe Gemeenschapsfonds uit het coalitieakkoord moet gemeenschappen versterken. Maar als het geld vooral naar gebouwen gaat, mist het zijn doel, stelt Maarten Hupkes van De Buurt. Deze club presenteerde afgelopen donderdag een handboek met zeven tips voor een verbonden buurt. ‘Een bankje verbindt niemand. Het gaat om wat je daar organiseert.’ 

n het coalitieakkoord wordt het Gemeenschapsfonds aangekondigd als impuls voor sterke buurten en dorpen. Daarbij worden onder meer buurthuizen en dorpswinkels genoemd als plekken die versterkt moeten worden. 

Maarten Hupkes, directeur-bestuurder van De Buurt, verwelkomt het fonds, maar plaatst een duidelijke kanttekening. Volgens hem moet het fonds niet alleen investeren in fysieke infrastructuur, maar juist ook in activiteiten. ‘Je kunt wel bankjes plaatsen’, zegt hij, ‘maar mensen gaan daar niet zomaar zitten. Ze komen pas als ze weten: hier gebeurt iets, hier ben ik welkom.’ 

Volgens Hupkes ontstaat ontmoeting niet vanzelf door een plek neer te zetten. Het gaat erom dat er een programma is. ‘Juist door er een programmaatje bij op te zetten, zie je dat mensen zich welkom voelen’, zegt hij. Een bankje wordt volgens hem pas een ontmoetingsplek als buurtbewoners het adopteren en er op vaste momenten samenkomen. 

Niet alleen stenen, maar sociale infrastructuur 

De Buurt organiseert sinds 2013 initiatieven als De Buurtcamping, Buurtbankjes en Zwaaistenen. Met 6.500 vrijwilligers ontstaan jaarlijks meer dan een miljoen ontmoetingen. Die ervaring vormt ook de basis voor het handboek De buurt maken we samen, dat afgelopen donderdag werd gepresenteerd. 

In dat handboek staan zeven lessen voor het organiseren van verbindende buurtactiviteiten. Het boek gaat nauwelijks over gebouwen, maar vooral over hoe je activiteiten zo organiseert dat mensen zich welkom voelen, meedoen en verantwoordelijkheid nemen. De nadruk ligt op vrijwilligers, begeleiding, communicatie en herhaling. 

Hupkes stelt dat gemeenschappen niet sterker worden door alleen te investeren in gebouwen. Volgens hem vraagt het Gemeenschapsfonds om middelen voor programmering, voor begeleiding van vrijwilligers en voor communicatie die mensen daadwerkelijk bereikt. ‘Investeer niet alleen in gebouwen, maar ook in activiteiten die een dwarsdoorsnede van de bevolking bereiken’,zegt hij. 

Socioloog Jan Willem Duyvendak gaf tijdens de presentatie aan dat gemeenschapszin een doel op zich kan zijn. Volgens hem hoeft verbinding niet altijd gekoppeld te worden aan andere beleidsdoelen, maar vraagt samenleven om plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. 

Preventie en maatschappelijke waarde 

De Buurt liet samen met Ecorys onderzoeken wat hun activiteiten opleveren en wat ze kosten. Volgens Hupkes laten die analyses zien dat investeringen in ontmoeting maatschappelijke waarde genereren. Hij wijst erop dat kleine, terugkerende activiteiten kunnen bijdragen aan meer contact in de buurt en minder eenzaamheid. 

In discussies over het Gemeenschapsfonds is ook gesproken over de vraag hoe zulke investeringen zich verhouden tot maatschappelijke kosten op langere termijn.  

Volgens betrokkenen kan investeren in gemeenschapszin bijdragen aan het voorkomen van hogere uitgaven in het sociale domein. 

Duyvendak benadrukte daarbij dat buurtinitiatieven niet alle maatschappelijke problemen kunnen oplossen. Verschillen in levensverwachting of armoede vragen volgens hem om nationaal beleid, bijvoorbeeld op het gebied van huisvesting en inkomenszekerheid.  

Gemeenschapsinitiatieven kunnen volgens hem wel bijdragen aan ontmoeting tussen verschillende groepen en het verkleinen van emotionele afstand. 

Grenzen van de buurtaanpak 

Hupkes maakt duidelijk dat buurtactiviteiten geen vervanging zijn van sociaal beleid. Een Buurtcamping moet volgens hem geen verkapt welzijnsprogramma worden.  

‘Wij zijn gewoon een leuke plek waar mensen komen om een leuke tijd te hebben’,zegt hij. Ontmoeting moet volgens hem niet worden ingezet als instrument om andere problemen op te lossen, maar in de eerste plaats gaan over samenkomen. 

Volgens Duyvendak vraagt samenleven om plekken waar mensen elkaar kunnen opzoeken, juist in een tijd waarin er volgens hem sprake is van toegenomen emotionele polarisatie. Tegelijkertijd waarschuwt hij ervoor dat de verantwoordelijkheid voor grote maatschappelijke vraagstukken niet bij buurtinitiatieven mag worden neergelegd. 

Zeven tips voor een verbindende buurt 

(Uit het handboek De buurt maken we samen

1. Maak een plek voor iedereen 
Neem drempels weg (kosten, taal, toegankelijkheid) en zorg dat iedereen zich welkom voelt. 
2. Houd het simpel en positief 
Organiseer laagdrempelig en leg je idee in één hoopvolle zin uit. 
3. Val op met communicatie 
Gebruik begrijpelijke taal en bereik mensen via kanalen waar ze al zijn. 
4. Test en leer 
Begin klein, vraag feedback en meet wat je activiteit oplevert. 
5. Deel eigenaarschap en bied ondersteuning 
Betrek buurtbewoners vanaf het begin en begeleid vrijwilligers goed. 
6. Denk in talenten, niet in tekortkomingen 
Ga uit van wat mensen wél kunnen en bijdragen. 
7. Betrek bondgenoten 
Werk samen met scholen, sportclubs, ondernemers en gemeenten.