Lelystad en Staatsbosbeheer werken aan stadsbossen van de toekomst

Leestijd: 3 minuten

Lelystad wil haar twaalf stadsbossen beter bestand maken tegen klimaatverandering, intensiever gebruik en biodiversiteitsverlies. Met het project ‘Stadsbossen van de Toekomst’ ontwikkelen de gemeente en Staatsbosbeheer een langetermijnvisie op inrichting, beheer en financiering. De aanpak moet natuur, recreatie en stedelijke ontwikkeling beter verbinden. 

‘Wat vroeger natuurgebied was, is nu stadsnatuur geworden. Dat vraagt om ander onderhoud, andere financiering en een andere rolverdeling’, zegt boswachter Joris Blankena van Staatsbosbeheer. 

De stadsbossen moeten niet alleen groener, maar ook veerkrachtiger en gebruiksvriendelijker worden ingericht. Fietspaden en wandelroutes moeten worden aangepast aan intensiever gebruik, autotoegankelijkheid wordt heroverwogen en groenstructuren krijgen een meer multifunctionele functie in de stad. Ook vraagt de veranderde gebruikersdruk om herinrichting van voorzieningen en bereikbaarheid. 

Herplanting na essentaksterfte 

De noodzaak tot revitalisering begon volgens Blankena al eerder, met de massale uitval van essen. ‘De es was ooit dé boom voor Flevoland. De essentaksterfte betekende voor Staatsbosbeheer een flinke aderlating, ook financieel. Hout was niet meer verkoopbaar en hele bosvakken moesten worden geruimd.’ 

De sterke afhankelijkheid van één boomsoort – monobeplanting – is een breder probleem in Nederland. In Flevoland werd de es op grote schaal aangeplant als ‘boom van de toekomst’. Sindsdien experimenteert Staatsbosbeheer met meer soortenrijkdom, passend bij de omstandigheden op de zeebodem. 

Ruimtelijke knelpunten en beheerdruk 

De fysieke inrichting van de bossen sluit vaak niet meer aan bij het huidige gebruik. ‘Soms moet je terug naar de tekentafel: liggen de paden nog logisch, zijn parkeerplaatsen goed bereikbaar?’ 

Daarnaast is het beheer versnipperd. ‘Soms zijn er twee verschillende partijen nodig om één maaibeurt uit te voeren. Dat is niet efficiënt. Samenwerking of uitruil van percelen zou veel kunnen opleveren.’ 

Ook de recreatieve druk neemt toe. ‘Bezoekers komen met snellere fietsen of grotere groepen. Sommige fietspaden zijn te smal of onveilig. Als die niet meer veilig gebruikt kunnen worden, sluiten we ze af. Dat is niet alleen praktisch, maar ook een signaal naar het bestuur: het huidige onderhoudssysteem schiet tekort.’ 

Financiering onder druk 

Volgens Blankena is het financieel lastig om deze opgaven te blijven dragen. ‘We zijn als boswachters creatief met subsidies, maar het houdt ergens op. Negentig procent van de gebruikelijke geldstromen is weggevallen.’ 

De signalen vanuit de organisatie worden scherper. ‘We zijn eigenlijk al door het ijs gezakt. Nu is het klaar. Als er niets verandert, kunnen we onze rol niet meer blijven vervullen.’ 

De rol van Staatsbosbeheer verandert daarbij fundamenteel. Het gebruik van natuur in stedelijke context vraagt om een andere aanpak. ‘We ontwikkelen ons van traditionele natuurbeheerder naar een partij die stadsnatuur mee vormgeeft.’ 

Gemeenten vragen daar ook actief om. ‘Dat vraagt om intensievere samenwerking. We hebben veel kennis in huis, bijvoorbeeld over multifunctionele bossen. Maar zonder structurele afspraken en passende middelen komen we niet verder.’ 

Om op die vraag in te spelen, heeft Staatsbosbeheer de functie van stadsboswachter ingevoerd. Hij of zij kent de wijken, werkt samen met scholen, zorginstellingen en sportclubs, en weet wat er leeft. Daarmee wordt de afstand tussen stad en natuur letterlijk kleiner.  

De stadsboswachter organiseert excursies, schoolprojecten, sportieve activiteiten, lichtjeswandelingen en buurtbijeenkomsten. Het concept is inmiddels actief in onder meer Lelystad, Almere, Utrecht en Dordrecht. 

Basiskwaliteit Natuur als pilot 

Het project fungeert ook als pilot voor de systematiek van de Basiskwaliteit Natuur (BKN). Deze methodiek, in opdracht van het ministerie van LNV, maakt het mogelijk om natuurkwaliteit structureel mee te nemen in ontwerp en beheer van gebieden. De toepassing past binnen de Agenda Natuur van Lelystad, waarin natuur als volwaardige component in stadsontwikkeling wordt verankerd. 

Gemeente en Staatsbosbeheer hebben een gezamenlijke analyse uitgevoerd naar de problemen en potentie van de stadsbossen. Naast ziektes spelen ook invasieve exoten zoals reuzenberenklauw en bosrank een rol. Die laatste kan bomen verstikken en zorgen dat ze sneller omvallen. 

Unieke aanpak in Lelystad 

Lelystad is de eerste gemeente die deze integrale aanpak specifiek op stadsbossen toepast. In andere delen van het land wordt gewerkt aan diverser bosbeheer, maar de koppeling van natuurkwaliteit, recreatie, stedelijke ontwikkeling en beheer op deze schaal is nieuw. Volgens Blankena kan het project als voorbeeld dienen voor andere stedelijke regio’s. 

De ontwikkeling van de stadsbossen past binnen bredere ambities van Lelystad op het gebied van groene groei, klimaatadaptatie en natuurinclusieve gebiedsontwikkeling. In projecten als ZuiderC en de verdere uitbreiding van woonwijken wordt ingezet op het verweven van groen, water en bebouwing. De stadsbossen kunnen hierbij dienen als ecologische en recreatieve drager van nieuwe stadsdelen.