Kleinschalige, zichtbare gebouwtjes met zitplekken, koffie en thee, een openbaar toilet dragen aantoonbaar bij aan sociale binding, ontmoeting en de kwaliteit en gebruik van de openbare ruimte. Dat blijkt uit een kwalitatieve evaluatie door de Rijksuniversiteit Groningen naar een zogeheten MichiiNoeki in de Groningse Oosterparkwijk.
De eerste Michi Noeki werd in september 2021 gerealiseerd aan het Wielewaalplein in de Oosterparkwijk, een wijk met relatief veel ouderen, eenpersoonshuishoudens en bewoners met een lagere sociaaleconomische positie.
Het concept is geïnspireerd op het van oorsprong Japanse Michi-No-Eki-concept. In Groningen is het idee vertaald naar de Nederlandse context door architect Irene Edzes van architectenbureau Vollmer en Partners, in samenwerking met de gemeente Groningen en andere lokale partijen.
Het gebouwtje ligt op een natuurlijke looproute richting winkels en andere voorzieningen. Juist die positionering was volgens de initiatiefnemers essentieel: de Michi-Noeki moest onderdeel zijn van het dagelijks ritme van bewoners, zonder dat zij daar een expliciete reden voor nodig hebben.
Onderzoek naar werking en effecten
In opdracht van de gemeente Groningen hebben onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen gesprekken met bewoners, vrijwilligers, onderzoekers, architecten en gemeentelijke medewerkers gevoerd. Ook zijn bezoekers geobserveerd. Uit die verschillende perspectieven komt een consistent beeld naar voren: de Michi-Noeki functioneert zoals beoogd als laagdrempelige ontmoetingsplek in de wijk. Bezoekers gebruiken de plek om even te zitten, koffie te drinken, een praatje te maken, of gebruik te maken van het toilet.
Voor sommige bewoners is de Michi-Noeki een vast onderdeel geworden van hun dagelijkse of wekelijkse routine en soms zelfs het enige sociale contactmoment op een dag. De onderzoekers constateren dat de ontmoetingsplek daarmee voorziet in een behoefte die eerder onvoldoende werd ingevuld.
Van passantenruimte naar verblijfsruimte
Een belangrijk effect van de Michi-Noeki is zichtbaar op het niveau van de openbare ruimte. Door de aanwezigheid van de ontmoetingsplek is het Wielewaalplein veranderd van een doorstroomlocatie naar een plek waar mensen verblijven. De kwaliteit en uitstraling van het plein zijn daarmee versterkt.
Volgens de onderzoekers is dit een wezenlijk resultaat: niet alleen ontstaat er sociale interactie ín de Michi-Noeki, ook de directe omgeving profiteert van meer levendigheid, sociale controle en een gevoel van veiligheid. De Michi-Noeki fungeert daarmee als een fysieke ingreep met een bredere ruimtelijke en sociale impact.
Sociale infrastructuur en ‘weak ties’
De onderzoekers benaderen de Michi-Noeki nadrukkelijk als sociale infrastructuur: een fysieke plek die sociale interactie mogelijk maakt. In de sociale wetenschappen is dit begrip de afgelopen jaren steeds belangrijker geworden, mede door het verdwijnen van traditionele ontmoetingsplekken zoals buurthuizen, wijkcentra en kleine winkels.
Een belangrijk inzicht uit het onderzoek is dat de Michi-Noeki vooral excelleert in het faciliteren van zogenoemde ‘weak ties’: niet-intensieve contacten zoals korte gesprekken, herkenning en een praatje in het voorbijgaan.
Deze contacten leiden meestal niet tot vriendschappen buiten de Michi-Noeki, maar zorgen er wel voor dat bezoekers meer mensen uit de buurt leren kennen en zich minder anoniem voelen. Volgens de onderzoekers zijn juist dit soort lichte contacten belangrijk voor het welzijn van oudere bewoners.
Uit interviews met bezoekers blijkt dat zij de sfeer in de Michi-Noeki anders ervaren dan in andere ontmoetingsplekken. Waar men zich in een buurthuis makkelijker kan terugtrekken of anoniem kan blijven, nodigt de Michi-Noeki juist uit tot aanspraak.
De combinatie van kleinschaligheid, zichtbaarheid en ligging aan een drukke looproute verlaagt de drempel om even binnen te stappen.
Bereik en kanttekeningen
Tegelijkertijd zijn de onderzoekers helder over de beperkingen van het concept. Structureel eenzame bewoners weten de Michi-Noeki minder goed te vinden en het contact blijft vaak beperkt tot momenten bij de ontmoetingsplek zelf.
Ook bestaat het risico dat een vaste groep bezoekers ontstaat, waardoor nieuwe of jongere bezoekers zich minder snel welkom voelen.
Volgens de onderzoekers vraagt dit om voortdurende aandacht voor openheid en gastvrijheid. Deze kanttekeningen doen echter geen afbreuk aan de hoofdconclusie dat de Michi-Noeki haar doelen bereikt, menen de onderzoekers.
Het gaat om een relatief kleine fysieke ingreep in de openbare ruimte, die geen specifieke doelgroep bedient. De Michi-Noeki is volgens de onderzoekers geen oplossing voor alle sociale problemen in de wijk, maar wel een effectief instrument binnen een breder palet aan voorzieningen.
Vrijwilligers, participatie en signalering
Ook op het gebied van participatie laat de evaluatie positieve effecten zien. Ongeveer de helft van de vrijwilligers had al ervaring met vrijwilligerswerk, terwijl de andere helft via de MichiiNoeki juist opnieuw betrokken raakt bij de samenleving.
Voor sommige vrijwilligers fungeert de ontmoetingsplek als opstap naar verdere persoonlijke ontwikkeling of werk. Onder vrijwilligers ontstaan bovendien sociale relaties, variërend van vriendschappen tot zelfs een liefdesrelatie.
Maatschappelijk werkers en andere professionals zien daarnaast kansen voor vroegsignalering. Door de laagdrempelige setting komen bewoners in beeld die anders minder snel contact zoeken met formele instanties.
Dit kan bijdragen aan sociale en economische participatie, al benadrukken professionals dat de Michi-Noeki altijd onderdeel moet blijven van een breder netwerk van ondersteuning in de wijk.
Het concept werkt het best in een omgeving waar al een zekere mate van activiteit en wijkgevoel bestaat. Dit betekent ook dat het concept niet automatisch schaalbaar is.
In het voorwoord van het rapport wordt gesteld dat meerdere Michi-Noeki’s in één wijk relatief weinig extra meerwaarde opleveren, mede vanwege de benodigde inzet van vrijwilligers.
De onderzoekers zien meer potentie in het plaatsen van Michi-Noeki’s in verschillende wijken, waarna per wijk kan worden onderzocht welke aanvullende ontmoetingsplekken of functies nodig zijn. Dat kan dan een extra Michi-Noeki zijn, maar dat hoeft niet.
Laagdrempeligheid als kernkwaliteit
Architect Irene Edzes herkent zich in de conclusies van het onderzoek. Zij benadrukt dat de kracht van het concept juist zit in de laagdrempeligheid en de kleinschalige uitstraling.
In tegenstelling tot buurthuizen verschaft de Michi-Noeki volgens haar een ‘sociaal alibi’: bezoekers hoeven geen expliciete reden te hebben om binnen te stappen en worden niet geconfronteerd met verwachtingen of programmering.
Grote, imposante gebouwen kunnen voor kwetsbare bewoners afschrikwekkend zijn, terwijl de Michi-Noeki juist uitnodigt tot spontaan gebruik. De grote ramen, de zichtbaarheid vanaf de straat en de verschillende zitplekken,met zowel ruimte voor aanspraak als de mogelijkheid om zich terug te trekken, zijn bewust ontworpen om die laagdrempeligheid te ondersteunen.
Edzes ziet ruimte voor doorontwikkeling, bijvoorbeeld door de Michi-Noeki ook te gebruiken als informele opstapplek voor afspraken met zorg- of welzijnsprofessionals, zolang dit de open en informele sfeer niet aantast.
Geen rekensom, wel richting
Tijdens de presentatie van het rapport kwam ook de vraag aan bod of de effecten van de Michi-Noeki in geld zijn uit te drukken, bijvoorbeeld in termen van vermeden zorgkosten. Volgens de onderzoekers is dat geen onderdeel geweest van het onderzoek.
Voor de gemeente Groningen lijkt het tot dusver ook geen vereiste geweest om aan het opzetten en testen van de Michi-Noeki mee te werken. De evaluatie richt zich op de werking en betekenis van dit soort ontmoetingsplekken in de praktijk, niet op de financiële rendabiliteit.
Wel benadrukken zij dat alleen al het toevoegen van een zichtbare voorziening bewoners het gevoel kan geven dat er in hun wijk wordt geïnvesteerd. Daarmee biedt de evaluatie vooral richting: de Michi-Noeki wordt gezien als een geslaagd experiment, dat uitnodigt tot vervolgonderzoek en zorgvuldige toepassing in andere wijken, in plaats van snelle opschaling binnen één wijk.