Ontwerpleidraad Groningen steun voor groene openbare leefruimte

Leestijd: 4 minuten

De gemeente Groningen werkt al enkele jaren met een eigen ontwerpleidraad die moet helpen om de kwaliteit van de openbare ruimte structureel te verbeteren. De leidraad brengt tien ruimtelijke dimensies samen – van groen en blauw tot verblijf, mobiliteit en lichtkwaliteit – en biedt daarmee een integraal denkkader voor ontwerpers, beleidsmakers én bewoners. 

Onderstaand artikel stond eerder in vakblad Groen, editie 10 van vorig jaar. Interesse in soortgelijke artikelen of een abonnement? Vraag een proefabonnement aan.

Op de Nationale Groendag in oktober vertelden Anne Geertje Bouman (onderzoeker openbare ruimte, gemeente Groningen) en Michiel van Driessche (landschapsarchitect en partner bij Felixx) over hun ervaringen met de leidraad. 

De gemeente Groningen werkt sinds 2021 aan de Ontwerpleidraad Leefkwaliteit Openbare Ruimte, ontwikkeld vanuit de behoefte om de inrichting van straten en pleinen structureel consistenter, toekomstbestendiger en mensgerichter te maken. De opdracht ontstond vanuit de vraag hoe de stad – die de komende jaren sterk groeit – haar openbare ruimte kan herverdelen tussen mobiliteit, verblijf, groen en water, zonder telkens van project tot project opnieuw het wiel uit te vinden. 

De leidraad werd opgesteld door Felixx in samenwerking met de gemeente, ondersteund door STIPO (team voor stedelijke ontwikkeling), adviesbureau Goudappel en hoogleraar Urban Mobility Futures Marco te Brömmelstroet. 

De leidraad bundelt de tien ruimtelijke dimensies tot één integraal afwegingskader en vormt daarmee zowel een ontwerpinstrument als ondersteuning bij participatieprojecten, als een intern hulpmiddel om disciplines als mobiliteit, beheer, klimaat en groen gelijkwaardiger aan tafel te krijgen. 

In de ontwerpleidraad worden transities voor de openbare ruimte in drie stappen gevisualiseerd. Foto: Felixx

Ruimte voor Lopen 

‘De reden waarom die is opgestart, is vooral vanuit de leefkwaliteitsoverweging’ zegt Van Driessche. ‘Hoe kunnen we meer ruimte maken voor mensen in de straat en minder voor auto’s en blik? Felixx had eerder voor het College van Rijksadviseurs onderzoek gedaan naar de kansen van de mobiliteitstransitie. Dit resulteerde in de publicatie Ruimte voor Lopen, naar een gezonde stad te voet

Daarin wordt duidelijk dat de mobiliteitstransitie niet alleen een belangrijke bijdrage levert aan de klimaatopgave, maar vooral ook dat meer ruimte voor groen en blauw de verblijfskwaliteit van straten versterkt. Dat verbetert niet alleen de leefomgeving, maar stimuleert ook de psychologische overgang naar meer lopen.  

 Bouman herkent dat de leidraad voor veel collega’s – en ook voor andere gemeenten – voelt als een eyeopener. Niet omdat groen centraal zou staan, maar omdat de tien dimensies een gedeeld startpunt vormen. ‘Als je die tien dimensies als een soort paraplu boven een project hangt, kun je veel gerichter het gesprek voeren’, zegt ze. ‘Raken we alles? Waarom wel, waarom niet? Waar moeten we meer op inzetten? Het is een manier om vanaf het begin breder te kijken dan alleen je eigen domein.’ 

In de praktijk wordt de leidraad op dit moment vooral actief gebruikt wanneer een project al loopt. ‘Er zijn al beleidsopgaven en keuzes die vooraf gemaakt moeten worden. Ik denk dat de leidraad veel meer potentie heeft om al vóór en tijdens projecten afwegingen te maken – en ook om met bewoners het gesprek te voeren over hoe hun openbare ruimte eruit kan zien.’ 

Mobiliteit 

De leidraad neemt de spanningsvelden niet weg, zegt Van Driessche. ‘Het is een vriendelijk instrument, een uitnodiging voor een gesprek. Maar de echte wrijving zit in hoe je dat gesprek voert, en of je elkaar durft aan te spreken.’ 

Groningen ontwikkelde de ontwerpleidraad namelijk gelijktijdig met de nieuwe mobiliteitsvisie. Dat is volgens Bouman cruciaal geweest. ‘Het feit dat die twee samen opliepen is heel goed voor de beweging die nu ontstaat. Aan de mobiliteitskant is er besef: hier moeten keuzes worden gemaakt. Tegelijk groeit in andere beleidsvelden het inzicht dat een andere openbare ruimte ook andere vormen van beheer, gebruik en beleving betekent.’ 

Voor andere gemeenten die overwegen om met een vergelijkbare leidraad te werken, is er volgens Van Driessche een belangrijke waarschuwing. De tien dimensies lijken universeel, maar kunnen niet een-op-een worden overgenomen. ‘Ze zijn gekoppeld aan vastgesteld beleid, onderzoek en politieke keuzes’, legt hij uit. ‘Als je ze zomaar overhevelt naar een andere stad zonder die onderliggende verankering, blijft het instrument hol. Dan wordt het een gereedschapskistje van de ontwerpafdeling, die voor elk project opnieuw moet lobbyen.’ 

Mobiliteit speelt hierin een sleutelrol. Niet omdat de leidraad over mobiliteit zou gáán, maar omdat juist daar de ruimte gecreëerd kan worden om andere ambities te realiseren. ‘Mobiliteit is de knop waaraan je ruimtelijk kunt draaien, zegt Van Driessche. ‘Het bepaalt nu heel veel ruimte en door eraan te sleutelen ontstaat ruimte voor blauw, groen en verblijf.’ In gemeenten waar die stap niet gezet kan of wil worden, dreigt volgens hem greenwashing. ‘Mensen moeten bereid zijn om ergens op in te leveren, anders kan de kwaliteit die de leidraad voorstelt niet ontstaan.’ 

Scenario’s 

Een opvallend onderdeel van de Groningse leidraad is het gebruik van drie scenario’s: nu, straks en later. Elk scenario wordt verbeeld met een toegesneden 3D-render op basis van de echte situatie. ‘Ze helpen om het gesprek te openen en de verbeelding aan te zetten. Maar je moet ze wel goed toelichten, anders krijg je standaardreacties als “dat kunnen we toch niet betalen”.’ 

Van Driessche vult aan dat de scenario’s ook bedoeld zijn om participatie eerlijker te maken. ‘We laten alle situaties op dezelfde manier zien, zodat het gesprek transparant blijft. En we bouwen geleidelijk: mensen hoeven niet ineens te schrikken van een enorme verandering, maar kunnen zien hoe je in stappen naar een ambitieuzer beeld toewerkt.’