De GGD aan de start van planvorming aan tafel en juridische ondersteuning bij het weren van ongezond voedsel rond scholen. Het Rijk wil gezondheid steviger verankeren in het fysieke domein. In de Landelijke nota gezondheidsbeleid 2025-2028 beschrijft het ministerie van VWS hoe Rijk, gemeenten en GGD’en dat kunnen bereiken. ‘We zijn als samenleving op allerlei manieren aan zet’, zegt staatssecretaris Judith Tielen.
‘De gezondheidsuitdagingen van deze tijd zijn omvangrijk’, vervolgt zij in een toelichting op de nota. Gemeentelijk gezondheidsbeleid – van welzijnsvoorzieningen tot gezonde inrichting van de openbare ruimte – is belangrijk, omdat mensen daar in de praktijk van alledag veel effect van merken’, valt verder te lezen op de site van de Rijksoverheid.
Op basis van de Landelijke nota gezondheidsbeleid 2025-2028 gaan gemeenten, GGD’en, regionale en lokale partners aan de slag om gemeentelijk gezondheidsbeleid verder uit te werken en vast te stellen.
De Wet publieke gezondheid (Wpg) schrijft voor dat gemeenten binnen twee jaar na het uitkomen van de landelijke nota hun gezondheidsbeleid uitgewerkt en in uitvoering moeten hebben.
GGD wettelijk versterkt
De nota stelt dat gezondheid nog te vaak pas laat wordt meegenomen in ruimtelijke processen, terwijl een gezonde omgeving beweging, ontmoeting en mentaal welzijn stimuleert en risico’s als luchtvervuiling en hittestress beperkt.
Daarom komt het Rijk met aanvullende acties. Gemeenten worden wettelijk verplicht om binnen twee jaar een nieuw lokaal gezondheidsbeleid op te stellen, in samenhang met ruimtelijke dossiers als omgevingsvisie, mobiliteit en openbare ruimte.
De rol van GGD’en wordt mogelijk wettelijk versterkt. Zij moeten vanaf de start van gebiedsontwikkeling adviseren over gezondheidswinst, in plaats van ad hoc. Het ministerie van VWS onderzoekt of bestaande wetgeving moet worden aangescherpt om deze rol structureel te borgen, met name bij omgevingsbesluiten rond industrie en leefomgeving.
Deze verkenning vindt plaats binnen de Actieagenda Industrie en Omwonenden van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het Rijk beoogt hiermee een cultuurverandering in de ruimtelijke praktijk: gezondheid moet niet aanvullend zijn, maar leidend in ontwerp en besluitvorming.
Ook wil het Rijk dat gezondheidsambtenaren vroeg worden betrokken bij plannen voor gebiedsontwikkeling en infrastructuur. Gezondheid moet een vaste afwegingsfactor worden bij ontwerpkeuzes rond woningbouw, groenstructuren en mobiliteit. In de ontwerp-Nota Ruimte is gezondheid daarom als nationaal belang opgenomen.
Daarnaast krijgen gemeenten juridische handvatten en ondersteuning voor het weren van ongezond voedsel, onder andere rond scholen. Het kabinet onderzoekt welke wetgeving hiervoor nodig is, maar wijst gemeenten ook op bestaande instrumenten zoals gezonde cateringcriteria en inrichtingseisen voor de openbare ruimte.
Hulp en instrumenten voor gemeenten
Het Rijk bouwt voort op bestaande programma’s en instrumenten, zoals het Programma Gezonde Leefomgeving (PGLO), dat indicatoren, kernwaarden en voorbeeldcriteria biedt. Deze hulpmiddelen helpen gezondheid te verankeren in integrale ruimtelijke afwegingen. De opbrengsten blijven beschikbaar na afloop van PGLO in 2025.
Gemeenten en GGD’en worden ook ondersteund bij het gebruik van lokale gezondheidsdata, kaarten en omgevingsindicatoren. Daarmee moeten gezondheidseffecten beter zichtbaar worden bij planvorming en beleidsevaluaties.
Gezondheid als vast onderdeel beleid
De nieuwste nota legt meer nadruk op preventie en een gezonde leefstijl. Gezondheid wordt daarbij sterker gekoppeld aan het fysieke domein, waar eerder vooral het sociale domein centraal stond. Ruimtelijke keuzes krijgen een grotere rol in het voorkomen van ziekte en het bevorderen van gezondheid.
Ten opzichte van de vorige nota (2020–2024) is de beleidsinzet nadrukkelijker. Gezonde leefomgeving is niet langer context, maar wordt beleidsprioriteit, gekoppeld aan ruimtelijke opgaven en instrumenten. Gezondheid is expliciet verbonden aan nationale dossiers als de ontwerp-Nota Ruimte en de Nationale Omgevingsvisie (NOVI).
Brede aanpak en maatwerk
De nota erkent grote gezondheidsverschillen tussen bevolkingsgroepen en gebieden. Vooral in kwetsbare wijken beïnvloedt een ongezonde leefomgeving het welzijn. Gemeenten moeten bij ruimtelijke keuzes daarom gericht inzetten op het verkleinen van gezondheidsachterstanden en het vergroten van gelijke kansen op gezondheid. Steden als Utrecht zetten dit actief centraal in hun gezondheidsbeleid.
Specifieke aandacht gaat in de nota ook uit naar doelgroepen zoals kinderen en jongeren in schoolomgevingen, ouderen in relatie tot hittestress en beweegvriendelijkheid, en werkenden nabij industriële activiteiten. Gemeenten worden gestimuleerd om toegankelijke buitenruimte te realiseren met veilige loop- en fietsroutes.
Bestaand beleid van kracht
De nota sluit aan op bestaande lijnen als het Nationaal Preventieakkoord, de Samenhangende Preventiestrategie en de Nationale Aanpak Milieu en Gezondheid. Deze verbinding moet zorgen voor een breed en samenhangend preventiebeleid.
Hoewel de nadruk ligt op nieuwe inzet, blijft bestaand beleid van kracht. Zo blijft het Schone Lucht Akkoord, gericht op gezondheidswinst door schonere lucht, belangrijk, net als de samenwerking tussen GGD’en en gemeenten via Regionale Structuren Preventie.