Deze vuistregels bepleit het RIVM voor gezonde leefomgeving

Leestijd: 5 minuten

Minimaal 25 procent van de openbare ruimte moet zijn bestemd voor bewegen, meer groen en een norm voor vaste ontmoetingsplekken op straat. In opdracht van het ministerie van VWS presenteert het RIVM ruimtelijke vuistregels voor een gezonde leefomgeving. Die moeten een tegenhanger bieden voor harde normen rond parkeren, verkeer en woningbouw. ‘Ontbreken normen verzwakt gezondheid in beleid en ontwerp.’

‘Minimaal 25 procent van de openbare ruimte is primair bedoeld voor bewegen.’ Met dit soort vuistregels wil het RIVM het gesprek over de inrichting van de schaarse openbare ruimte versterken. Ze moeten een tegenwicht bieden tegen harde normen voor woningbouw, verkeer en parkeren, die in planvorming vaak dominant zijn.  

Deze harde normen drukken ‘zachtere thema’s’ in gebiedsontwikkelingen op de achtergrond en naar later in het proces, waardoor adviserende partijen als de GGD pas (te) laat of niet aan tafel zitten en deze thema’s restposten dreigen te worden, aldus de opstellers.

Volgens het RIVM ontbreekt het juist voor gezondheidsbevorderende aspecten aan harde ruimtelijke normen. In het rapport staat: ‘Harde ruimtelijke normen ontbreken voor deze aspecten, wat hun positie in beleid en ontwerp verzwakt.’ Vuistregels moeten die lacune deels opvullen. 

Niet bindend, wel richtinggevend 

De vuistregels zijn nadrukkelijk geen juridische normen. Ze zijn niet verplicht, maar wel meetbaar en gebaseerd op wetenschappelijke kennis over de relatie tussen leefomgeving en gezondheid. Daarmee bieden ze een onderbouwd kader voor afwegingen in ruimtelijke plannen en ontwerpen. 

Het RIVM benadrukt dat gezondheid in de ruimtelijke praktijk nu vooral wordt benaderd vanuit bescherming. Denk aan normen voor luchtkwaliteit of geluid. Voor het actief bevorderen van gezondheid, zoals bewegen, groen en ontmoeten, ontbreken vergelijkbare landelijke richtlijnen. 

Gezonde leefomgeving uitgelegd 

Het rapport beschrijft de gezonde leefomgeving als een samenhangend geheel. De vuistregels zijn volgens de onderzoekers dan ook niet bedoeld om in te shoppen. ‘De kracht zit hem in de samenhang’, zeggen zij. ‘In de schaarse ruimte is het verbinden van functies essentieel om tot een gezonde inrichting te komen. Wie de vuistregels integraal gebruikt, kan een sterk en samenhangend verhaal neerzetten en gezondheid volwaardig meenemen in ruimtelijke keuzes.’

Vuistregels in het kort 

1. Bewegen 
-Minimaal 25% van de openbare ruimte is bedoeld voor lopen, fietsen, spelen en sporten. 
-Binnen 200 meter een speelplek voor kinderen t/m 12 jaar. 
-Binnen 300 meter beweeggroen van minstens 1 hectare. 
-Binnen 400 meter een sport- of speelplek voor 12 jaar en ouder. 
-Binnen 800 meter een supermarkt, school, huisarts en ov. 
-Binnen 1.500 meter minimaal drie soorten sportaccommodaties. 

2. Groen 
-Zicht op groen vanuit elke woning (bijvoorbeeld drie bomen). 
-30 procent boomkroonbedekking op buurtniveau. 
-Binnen 300 meter een park of groengebied. 
-Binnen 5 km een groter natuur- of recreatiegebied. 

3. Ontmoeten 
-Brede stoepen en zitplekken op straat, om de 125 meter. 
-Herkenbare oriëntatiepunten en flexibele openbare ruimte. 
-Verblijfsplekken met zicht, schaduw en menselijk contact. 

Behoefte breed gedragen 

De vuistregels zijn tot stand gekomen via focusgroepen, interviews en werkgroepen met professionals uit verschillende domeinen. In focusgroepen werd de noodzaak van vuistregels voor zachte gezondheidswaarden breed onderschreven. Zonder dergelijke richtlijnen wordt het gesprek over ruimte voor gezondheid lastiger. 

Daarnaast zijn interviews gehouden met vijf koplopergemeenten: Utrecht, Amsterdam, Rotterdam, Leiden en Zwolle. Deze gesprekken boden inzicht in beleidspraktijken en in domein overstijgende samenwerking tussen ruimtelijke, sociale en gezondheidsafdelingen. 

Eén duidelijke vuistregel 

Uit de focusgroepen bleek ook een brede behoefte aan één herkenbare hoofdvuistregel, vergelijkbaar met de 3-30-300-regel voor groen. Die regel houdt in dat iedere woning uitzicht heeft op drie bomen, op buurtniveau 30 procent schaduw aanwezig is en binnen 300 meter een groengebied van 0,5 tot 1 hectare ligt. 

Die wens heeft per thema tot verschillende uitwerkingen geleid. Voor bewegen is voortgebouwd op afstandsregels van het Mulier Instituut, aangevuld met een ruimtelijke analyse van de openbare buitenruimte. Dit resulteerde onder meer in de vuistregel dat 25 procent van de openbare ruimte bedoeld is voor bewegen. 

De vijf geïnterviewde gemeenten hanteren ieder een eigen invalshoek. Utrecht richt zich vooral op buitenspelen. Amsterdam benadert de openbare ruimte expliciet vanuit gezondheid. Rotterdam werkt aan een samenhangend loopbeleid. Leiden gebruikt zogenoemde ‘beweegsleutels’. Zwolle ontwikkelt BOSS-beleid: Bewegen, Ontmoeten, Spelen en Sporten. 

Hoewel de accenten verschillen, herkennen alle gemeenten de waarde van duidelijke richtlijnen. Ze helpen om gezondheid een steviger plek te geven in ruimtelijke afwegingen, zeker bij verdichting en woningbouw. 

Uit de interviews blijkt ook hoe belangrijk politieke en bestuurlijke aandacht is. Beleidsontwikkeling komt vaak in een stroomversnelling als een wethouder zich actief inzet, of als er een duidelijke opdracht ligt vanuit het college van burgemeester en wethouders. 

Dat maakt het thema tegelijk kwetsbaar. De aandacht voor een gezonde leefomgeving kan afhankelijk zijn van personen of momentum. Ambtenaren benadrukken daarom het belang van structurele samenwerking tussen afdelingen en disciplines, al is dat niet vanzelfsprekend. 

Ontwerpwijzers en hulpmiddelen 

Belangrijke hulpmiddelen voor gemeenten zijn ontwerpwijzers en handboeken voor een beweegvriendelijke en gezonde leefomgeving. Deze bevatten concrete regels, afgestemd op verschillende gebiedstypen. Ze helpen om ruimte voor bewegen, spelen en ontmoeten te borgen, ook bij toenemende woningbouw. 

Gemeenten kunnen gemotiveerd afwijken van zulke regels, maar benadrukken dat vuistregels voor kwantiteit alleen niet voldoende zijn. Ook de kwaliteit van de inrichting vraagt aandacht. Digitale hulpmiddelen, zoals GIS-applicaties, ondersteunen steeds vaker dit proces. 

Kleinere gemeenten geven aan dat zij soms extra ondersteuning nodig hebben. Door beperkte capaciteit is het lastiger om te experimenteren of eigen richtlijnen te ontwikkelen. In dat geval kunnen landelijke vuistregels helpen om gezondheid toch goed te verankeren in beleid en projecten. 

Proces en tijdspad 

Het traject achter de vuistregels startte eind 2023 met focusgroepen. In de eerste helft van 2024 volgden interviews met koplopergemeenten. In werkgroepen werkten experts vervolgens aan een eerste set vuistregels en een denkkader voor toepassing in de praktijk. 

In 2025 zijn de vuistregels verder uitgewerkt per thema, onderbouwd met literatuuronderzoek, ruimtelijke data-analyses en praktijktoetsen. Het RIVM beschouwt deze publicatie als een eerste stap. De ambitie is om het aantal vuistregels in de komende jaren uit te breiden en zo de rol van de fysieke leefomgeving in het gezondheidsbeleid verder te versterken. 

‘Er is brede wetenschappelijke consensus over de positieve effecten van groen op de gezondheid, zowel op de fysieke als mentale gezondheid. Hoe dit precies werkt, dat is wel een jong onderzoeksveld’, aldus de onderzoekers. 

‘We zien soms dat de actie op groen stopt door vragen over de precieze werking van groen, dat is vanuit het gezondheidsperspectief zonde. Vanuit RIVM kijken wij vooral naar hoe je het meeste gezondheidswinst kan behalen met groen in de openbare buitenruimte. Met deze vuistregels zijn wij daarin weer een stap verder.’