‘Landelijke aanpak nodig voor vergroenen versteende buurten’

Leestijd: 4 minuten

Een landelijke aanpak is noodzakelijk om klimaat- en gezondheidsproblemen in versteende buurten gericht aan te pakken. Dat stelt Natuur en Milieu in een nieuw onderzoek. De organisatie vraagt het Rijk om regie te nemen en minstens 1 miljard euro te investeren in vergroening van 260 kwetsbare wijken.

Volgens Natuur en Milieu is een gecoördineerde landelijke aanpak nodig, waarbij het rijk gemeenten ondersteunt bij het vergroenen van kwetsbare buurten. ‘De urgentie is hoog, de kansen zijn groot’, aldus directeur Marjolein Demmers. Op basis van een eigen berekening schat de organisatie dat hiervoor 1,3 miljard euro nodig is. 

‘Groen raakt álle domeinen, van gezondheid tot klimaatadaptatie. Investeer daar waar de nood het hoogst is en maak hiervoor ten minste 1 miljard vrij de komende kabinetsperiode’, zegt Wilma Berends, programmaleider Groene Stad bij Natuur en Milieu. 

‘Zonder landelijke aanpak blijven juist de wijken met de grootste problemen achter’, schrijft Natuur en Milieu verder in het rapport.

Landelijke regie

De organisatie doet meerdere aanbevelingen aan een nieuw kabinet. Zo moet het rijk de landelijke regie nemen op vergroening van kwetsbare wijken en daar structureel financiële middelen voor vrijmaken. Ook adviseert Natuur en Milieu om groenbeleid te integreren in bestaande Rijksprogramma’s, zoals het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid en de Regiodeals. 

Verder pleit de organisatie voor het hanteren van een groennorm per woning, met een streefwaarde van 75 vierkante meter. Zo’n norm helpt bij sturing op lokaal niveau, maar geeft het Rijk ook zekerheid dat Nederland voldoet aan de Natuurherstelverordening, waaronder het behouden en vergroten van de hoeveelheid stedelijk groen en de boomkroonbedekking. 

‘Investeer niet incidenteel, maar zorg voor een meerjarige financiële en beleidsmatige inzet om deze buurten toekomstbestendig te maken’, aldus Natuur en Milieu.

Veel problemen tegelijk in versteende buurten 

Natuur en Milieu analyseerde 2.011 buurten in de 32 grootste gemeenten op basis van vijf thema’s: hittestress, overstromingsrisico, bodemdaling, luchtvervuiling en gezondheidsachterstanden. Op basis van die analyse zijn 260 buurten geselecteerd die het meest versteend zijn. Hier wonen gezamenlijk zo’n 800.000 mensen. 

Deze wijken hebben gemiddeld 93 procent minder openbaar groen, 77 procent minder privaat groen en 50 procent minder schaduw door bomen dan de overige buurten. In 94 procent van deze buurten spelen meerdere opgaven tegelijk. 

Al deze buurten hebben minder dan 15 vierkante meter openbaar groen per woning. De Atlas Natuurlijk Kapitaal (ANK), in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, hanteert 75 vierkante meter als richtlijn voor een ‘gezonde woonomgeving’. 

In 184 van de 260 buurten is op minstens drie van de vijf onderzochte thema’s sprake van een bovengemiddelde opgave. Achttien buurten scoren bovengemiddeld op álle vijf. Tegelijkertijd zijn er ook wijken die minder breed kwetsbaar zijn, maar die wel extreem scoren op één specifieke uitdaging. 

In onder meer Den Haag, Amsterdam, Tilburg, Arnhem en Dordrecht komen deze uitdagingen het sterkst samen. 

Ook bij nieuwbouw blijft verstening een probleem, zegt de organisatie: bij 32 procent van deze buurten wordt de groennorm van 75 vierkante meter groen per woning niet gehaald.

Kwetsbare groepen extra geraakt 

De problemen in versteende buurten raken bewoners op meerdere fronten, aldus Natuur en Milieu. Wateroverlast en hittestress spelen hier vaker; bewoners hebben relatief vaak een kwetsbare gezondheid, een hogere mentale druk en beperktere financiële middelen om zich te beschermen tegen extremere weersomstandigheden. 

De onderzoekers stellen dat vergroening juist in deze wijken gezondheidswinst kan opleveren. ‘Het is wrang dat juist bewoners die het meest zouden kunnen profiteren van groen, groen het minst beschikbaar hebben. Vergroening helpt om de kloof niet groter te laten worden’, zegt Wilma Berends. Uit eerder onderzoek blijkt bovendien dat ook het uitzicht op groen positief bijdraagt aan het welzijn van bewoners. 

Hoewel het onderzoek duidelijke verbanden laat zien tussen verstening en de aanwezigheid van klimaat- en gezondheidsproblemen, benadrukt Natuur en Milieu dat het geen causale relaties aantoont. ‘Er zijn sterke aanwijzingen dat versteende buurten bovengemiddeld kwetsbaar zijn voor meerdere klimaat- en gezondheidsuitdagingen’, stelt het rapport. Tegelijkertijd wijst de organisatie erop dat ook andere factoren, zoals sociaal-economische omstandigheden, van invloed kunnen zijn.

Het onderzoek laat daarmee dus niet zien dat versteende buurten de facto ongezonde buurten zijn, maar stelt wel dat vergroening een van de knoppen is om aan te draaien om bewoners met een kwetsbare gezondheid tegemoet te komen.

Brief aan Schoof I 

In een brief aan de Tweede Kamer van 4 maart 2025 benadrukt het kabinet-Schoof I nog het belang van vergroening, maar stelt tegelijk dat het rijk zich beperkt tot een adviserende en faciliterende rol. Het wil geen aanvullende regels voor gemeenten en stelt geen extra middelen beschikbaar.  

Volgens Natuur en Milieu is deze houding onvoldoende. Een proactieve, landelijke aanpak is nodig om steden klimaatadaptief te maken en te voldoen aan de wettelijke verplichtingen uit de Natuurherstelverordening. Meerdere klimaat- en gezondheidsuitdagingen rechtvaardigen volgens Natuur en Milieu een rijksbrede vergoeningsaanpak. 

In 2024 ondertekenden 22 gemeenten en 5 metropoolregio’s al eens een brief waarin het kabinet werd opgeroepen tot een programmatische aanpak Groen. Daarin werd ook een groennorm genoemd, naast een groen-inclusieve planbatenheffing en uitbreiding of verbinding van het programma GIOS

De gebruikte onderzoeksmethodiek door Natuur en Milieu is gebaseerd op openbare data van onder meer CBS, RIVM, Klimaateffectatlas en de Basisregistratie Grootschalige Topografie. De aanpak is getoetst door onderzoekers van Wageningen University & Research en adviesbureau Sweco.