Steeds meer gemeenten hebben een ‘loopminutenkaart’, die inzichtelijk maken hoe snel verschillende bestemmingen te voet bereikbaar zijn. Voor gemeenten en stadsontwerpers helpt het om aantrekkelijkere voetgangersnetwerken aan te leggen. Ook werkt het om fietsbewegingen te wisselen voor bewuster, meer ontspannen wandelen, aldus het platform Ruimte voor Lopen
‘Lopen is de vriendelijkste vorm van mobiliteit’, zegt Martine de Vaan, strategisch adviseur bij het Rijksvastgoedbedrijf en aanjager innovatie bij het platform Ruimte voor Lopen. ‘Het draagt bij aan ontmoeting, gezondheid en leefkwaliteit. Zeker in drukke binnensteden als Utrecht en Amsterdam, waar willen we lopen aantrekkelijker maken.’
De loopminutenkaart toont in een oogopslag hoe snel verschillende bestemmingen te voet bereikbaar zijn. Ze is gebaseerd op wandeltijden tussen “points of interests”, zoals parken, pleinen, kerken, musea en treinstations in binnensteden. Daarnaast verlaagt het de druk op stallingsruimte voor fietsers, helpt het om meer ontspannen en bewuster de stad te ervaren en vergroot het de kans op sociale interactie met voorbijgangers.
De kaart maakt loopafstanden inzichtelijker dan standaardplattegronden en helpt gemeenten om wandelen (ook ten opzichte van de fiets) te positioneren als volwaardig vervoermiddel. Volgens mobiliteitsadviseur Eline Wiersma (Goudappel) is tijd voor voetgangers vaak abstract en speelt de loopminutenkaart daar slim op in. ‘Wat is te ver lopen? De kaart biedt een objectief vertrekpunt.’
Inmiddels hebben Eindhoven, Utrecht, Rotterdam, Dronten, Zwolle en Amersfoort (concrete plannen voor) een loopminutenkaart. Een aantal van deze gemeenten is ook aangesloten op het platform of de City Deal Ruimte voor Lopen.
Zichtbaar en toepasbaar in verschillende contexten
In Rotterdam werd de kaart ingezet na de herinrichting van het Hofplein. Lokale ondernemers verspreidden de kaart om aan te tonen dat winkels en voorzieningen nog steeds goed bereikbaar zijn – ook te voet. In Amersfoort sluit de kaart aan bij de zogenoemde ‘beweegrondjes’, routes die inwoners stimuleren om meer te bewegen. In Amsterdam kreeg de kaart tijdelijk een plek tijdens het Jaar van de Voetganger.
De kaart is inzetbaar voor verschillende groepen en op meerdere plekken, on- en offline, te verspreiden. ‘Studenten kijken misschien liever online waar ze naartoe kunnen. Een toerist of congresbezoeker kan in het hotel of vanaf het station zien of iets goed te lopen is’, zegt De Vaan.
Ook ov-reizigers hebben baat bij de kaart: ‘De waardering van een ov-reis hangt sterk af van het voor- en natransport. Bij bushaltes kan de kaart ook worden opgehangen om reizigers uit te nodigen helpt de kaart reizigers om de juiste keuze te maken.’
Het is volgens De Zwaan niet nodig dat gemeenten overal grote borden plaatsen met de loopminutenkaart, zoals nu tijdelijk in Amsterdam. ‘Wel kan het helpen om deze kaart te plaatsen op plekken waar reizigers een keuze moeten maken welke manier van vervoer ze kiezen’, aldus De Zwaan. Zij denkt daarbij aan bushaltes, grotere ov-knooppunten en grote fietsenstallingen.
Instrument voor gemeenten
De kaart is er ook nadrukkelijk om gemeenten op weg te helpen een loopvriendelijke binnenstad te ontwikkelen. Door routes op de kaart te bewandelen, kunnen ambtenaren de objectieve looptijd op de kaart toetsen bij inwoners en bezoekers.
‘Idealiter loopt een gemeente zelf de routes, samen met bewoners. Dan zie je wat goed voelt, maar ook welke routes gevoelsmatig langer duren. Dat duidt erop dat verbeteringen nodig zijn om de openbare ruimte aantrekkelijker te maken’, aldus Wiersma.
‘De tijd is voor voetgangers iets abstracts, bijna een meningenvraagstuk wat nu ver lopen is’, vervolgt ze. ‘Als een route vijf minuten kost, maar voetgangers ervaren het als 10 minuten, dan is dat voor gemeenten een hint om die route aantrekkelijker te maken.’
De kaart moet dus vooral gemeenten aanzetten tot actie. Bijvoorbeeld door groen toe te voegen, minder ruimte te geven aan andere middelen van vervoer of verkeerslichten voetgangersvriendelijk af te stellen.’
Wel benadrukken beide experts dat de kaart geen instrument op zich is. Ze werkt het best in combinatie met andere instrumenten, zoals gedrags- en bewegingscampagnes of de ontwikkeling van een goed voetgangersnetwerk. Voor gemeenten is het nadrukkelijk een startpunt om op basis van de kaart de fysieke inrichting onder de loep te nemen. Wiersma: ‘Waar wij de kaart bij gemeenten introduceren, daar komen altijd vervolgstappen uit.’
Van beeldvorming naar beleid
De loopminutenkaart ontstond in het Spaanse Pontevedra. De gemeente besloot in 1999 een ingrijpend mobiliteits- en stadsvernieuwingsprogramma te starten, waarbij voetgangers, fietsers en openbaar vervoer vóór auto’s werden geplaatst.
Sinds 2022 wordt het instrument via het Platform Ruimte voor Lopen en de City Deal onder de aandacht gebracht bij Nederlandse gemeenten. Inmiddels wordt de kaart zowel analoog – bijvoorbeeld op een bord in de openbare ruimte – als digitaal toegepast.
Het platform heeft ook een handreiking online staan voor het opstellen en implementeren van een loopminutenkaart. Daarin zijn ook gemiddelde looptijden voor kinderen en volwassenen opgenomen.