Ontwerpers en ambtenaren realiseren zich onvoldoende de impact van een vrouwonvriendelijke openbare ruimte. Bij herinrichtingen moet daarom standaard een vrouw aan tafel, is een van de conclusies op de slotbijeenkomst van het onderzoeksproject Plek voor Meiden in Apeldoorn. Een dialoogkaart en kersverse coalitie moeten vrouwvriendelijk ontwerpen gemeengoed maken.
‘Een object als een hangplek kan op zichzelf niet de schuld krijgen, maar wel hoe je het als ontwerp plaatst in de grotere ruimte. Een zitgelegenheid verplaatsen, meer in open gebied en dichter bij looproutes, helpt al’, vertelde Suze, een van de meiden die deelnam aan een onderzoeksproject.
Onderzoekers van hogeschool HAN gingen het afgelopen anderhalf jaar met tien meiden en jonge vrouwen tussen de 12 en 23 jaar op zoek naar wat vrouwvriendelijk ontwerpen voor hen betekent en hoe daar door middel van participatie meer mee gedaan kan worden bij herinrichtingen.
Dat dit bij professionals nog niet altijd bekend is, blijkt uit de vele reacties op de slotbijeenkomst. Zo vertelt Axel Boomgaard van de Johan Cruyff Foundation dat hij in projecten wél nadenkt over aanlooproutes bij het inrichten van sportieve buitenruimte, maar niet over vluchtroutes.
Aanwezige ambtenaren geven in een discussie tussen een panel en het publiek aan verrast te zijn over de andere kijk en ervaringen van vrouwen in de openbare ruimte. Ouderwetse denkpatronen van ‘jaren in het vak’ en beleidsregels zitten vaak in de weg.
Vrouwen kunnen bijvoorbeeld baat hebben bij meer verlichting in een park, terwijl beleid voor biodiversiteit voorschrijft dat kunstlicht schadelijk is voor diersoorten.
Bankje onveilig
‘Wij zijn gewend om een bankje langs een pad te plaatsen tegen een mooie achtergrond van een paar groene struiken. Nu hoor ik dat vrouwen dit als onveilig ervaren, omdat ze niet zien wat er achter hen gebeurt’, aldus een ambtenaar in Apeldoorn.
Een projectleider van de gemeente Apeldoorn reageert op de vraag hoe het kan dat er al jaren wordt geschreven over de gevoelsmatige onveiligheid van vrouwen in de openbare ruimte, maar er volgens vrouwen weinig van begrepen wordt: ‘Ik had oprecht tot op de dag van vandaag geen besef dat vrouwen zich zo anders voelden in de openbare ruimte.
‘Voor velen van ons zit het echt nog in de bewustwording van het probleem. Ik denk dat het te vergelijken valt met roken, dat vonden we toen heel normaal en nu proberen we dat actief terug te dringen.’
Ook de ontwerpregel ‘ontwerpen voor vrouwen betekent automatisch ontwerpen voor veel andere doelgroepen’ wordt door aanwezige ambtenaren handig, maar nieuw voor hen genoemd.
Sociale programmering
Vrouwvriendelijke ingrepen moeten volgens Wierda-Boer altijd gepaard gaan met sociale programmering, zo laat ook Zweeds onderzoek zien. Zonder programmering wordt openbare ruimte doorgaans weer overgenomen door jongens en mannen.
‘Het terughalen van meiden en andere afgeschrikte doelgroepen is van groot belang’, zegt Michelle Cramwinckel van Jantje Beton tijdens een afsluitend panelgesprek.
Daarin voegt Boomgaard toe dat het soms nodig is om het belang van één doelgroep tijdelijk voor te trekken: ‘Om daarmee de balans te herstellen en er later in het proces de vruchten van te plukken.’
Ook zijn er bij ruim zeventig jonge vrouwen interviews afgenomen door onderzoekers van de Hogeschool HAN. Ambtenaren van de gemeente Apeldoorn woonden die gesprekken bij
Zij gingen op zoek naar plekken in de stad die zij als ‘not-spot’ zien, om vervolgens te onderzoeken hoe daar een ‘hot-spot’ van gemaakt kan worden. In zes bijeenkomsten is daarop met ambtenaren van de gemeente en de hogeschool is een dialoogkaart ontwikkeld voor de vakprofessional.
In vijf stappen analyseert deze professional met een jonge vrouw wat een plek voor haar betekent, hoe een plek scoort op acht thema’s en welke aanpassingen nodig zijn.
De dialoogkaart oogt als een afvinklijstje, maar dat is het niet. Het doel van de kaart is ambtenaren bewust te maken van subtiele verschillen in hoe vrouwen de inrichtingskeuzes ervaren door op locatie de kaart door te nemen.
Resultaten verankeren
De kaart is vanaf deze week te downloaden via de site. Een inspiratieboek over Plek voor Meiden verschijnt in december.
Voor meerdere plekken in Apeldoorn zijn verzoeken gekomen om samen met dezelfde groep meiden en de dialoogkaart de herinrichting van parken en andere locaties onder de loep te nemen.
Binnen de Regiodeal Stedendriehoek wordt gekeken hoe Plek voor meiden kan worden doorgezet als participatievorm. Ook komt er de stichting Openbare ruimtemakers voor meiden waarin de opbrengsten van het Apeldoornse onderzoeksproject landelijk worden verankerd.
De HAN onderzoekt verder nog hoe 3D-ontwerpen kunnen helpen om met jonge vrouwen ontwerpen voor herinrichting te toetsen.
Het afgeronde onderzoeksproject loopt volgens Hilde Wierda-Boer, senior onderzoeker bij de HAN, voorop in Nederland. Enkel het Rotterdamse project Ruimte voor meiden op Zuid onder leiding van associate lector Krista Schram (InHolland Hogeschool) doet op dezelfde schaal onderzoek naar dit onderwerp. Onderzoek in landen als België en Engeland loopt verder voorop, aldus Wierda-Boer.
De tien meiden riepen professionals op de slotbijeenkomst op om hen en andere vrouwen serieus te nemen in de urgentie van vrouwen in de openbare ruimte. Vrouwen horen volgens hen standaard betrokken te worden bij de inrichting en herinrichting ervan. ‘Laat ons voorlichting geven op scholen, houdt ons aan voor nieuwe projecten.’