Zeven jaar Gezonde Buurten: succes zit in bestaande, lokale netwerken

Leestijd: 4 minuten

Inwoners van een buurt of wijk gezonder en betrokkener bij hun leefomgeving krijgen, slaagt het best als een initiatief voortbouwt op bestaande betrokkenheid en lokale netwerken. Dat bleek uit praktijkvoorbeelden tijdens het symposium Gezonde Buurten in Apeldoorn, naar het gelijknamige project dat nu zeven jaar bestaat.  

Het Gezonde Buurten-concept is inmiddels op vijftig plekken in Nederland toegepast. De opbrengsten zitten onder meer in verbeterde gezondheid, vergroting van sociale samenhang, meer participatie en vergroening van de leefomgeving. Achter het concept zitten IVN Natuureducatie, Jantje Beton en JOGG. 

Tijdens het symposium, waar het jubileum werd gevierd, werd duidelijk wat deze buurten met elkaar gemeen hebben: ze zijn gebouwd op wat er al is. Niet het beleid, maar de gemeenschap vormt het vertrekpunt. 

‘Begin waar mensen zich al verantwoordelijk voelen’, zei Jeske de Kort van Jantje Beton, het goede doel dat zich inzet voor meer speelruimte. Ze was betrokken bij de ontwikkeling van de nieuwste Gezonde Buurt in Apeldoorn. 

Het gaat om speeltuin De Zoemer dat werd gekozen als kern van het project. Het is een plek met een lange geschiedenis en een actieve vereniging van vrijwilligers. In eerste instantie werd ook het nabijgelegen Vogelplein overwogen, maar de bestaande inzet in en rond de speeltuin gaf de doorslag. 

‘Als je een Gezonde Buurt-project start, dan kijk je allereerst wat je kunt toevoegen. En wat er dus al bestaat’, aldus De Kort. De speeltuin ligt tussen een oude volkswijk en een winkelcentrum dat volgens bewoners ‘verpaupert’. Juist die ligging, gecombineerd met bestaand eigenaarschap, maakte de locatie geschikt voor een buurtbrede aanpak. 

Snel en goedkoper 

Wat het Apeldoornse project opvallend maakt, is de snelheid waarmee het tot stand kwam. Binnen één jaar werd van eerste idee naar uitvoering gegaan. Die voortgang was mogelijk doordat er al een actief netwerk van vrijwilligers bestond en de betrokken partijen elkaar snel wisten te vinden.  

Een andere Gezonde Buurt in Apeldoorn, waar eigenaarschap nog georganiseerd moest worden, nam twee jaar in beslag. 

Een belangrijke kostenbesparing zat in de samenwerking met de lokale praktijkschool. Leerlingen leveren een bijdrage aan het onderhoud van het terrein, waarmee zowel capaciteit als betrokkenheid is vergroot.  

Ook andere maatschappelijke organisaties uit de buurt, zoals een taalgroep voor vrouwen, sloten aan bij de uitvoering. Zo ontstond een breed gedragen project, zonder dat er extra druk op de bestaande vrijwilligers kwam te liggen. 

Daarnaast werd slim gebruikgemaakt van natuurlijke en herbruikbare materialen. Op de gemeentewerf werd gezocht naar bruikbare onderdelen en hout uit de eigen houtwerkplaats werd ingezet voor onder meer een opbergschuur.  

Door minder te besteden aan inrichting, kon juist méér worden geïnvesteerd in programmering en activiteiten om de speeltuin als ontmoetingsplek onder de aandacht te brengen. In slechts vier dagen werd het grootste deel van de herinrichting gerealiseerd. 

Interne afstemming gemeente 

Een vergelijkbare werkwijze bleek succesvol in Bovenveen, een naoorlogse wijk in de gemeente Leidschendam-Voorburg. Ook daar startte het Gezonde Buurten-project niet vanuit beleid, maar vanuit de energie en ideeën die al in de buurt leefden.  

Lokale organisaties, scholen en vrijwilligers begonnen met het uitwerken van plannen voor een buurtpark, terwijl de gemeente intern nog worstelden met het organiseren van budgetten en afstemming tussen afdelingen. 

De betrokkenheid van bewoners was groot. Kinderen deden mee aan participatiemomenten in de vorm van een ‘safari’ door de wijk, waarbij ze met stickers aangaven wat ze wilden veranderen. Daarbij werd gehoor gegeven aan een sterke wens voor terugkeer van een vlot of het water, die eerder verdween door zorgen van Stadsbeheer over het beheer ervan. De bestaande betrokkenheid gaf het project vaart, nog voordat formele besluiten waren genomen. 

De gemeente wist uiteindelijk budget vrij te maken door bestaande beleidsplannen om te buigen. Onder meer het groenactieplan, middelen voor sociale cohesie en bijdragen van corporaties werden samengebracht om de Gezonde Buurt financieel mogelijk te maken.  

Het resultaat is een beweegvriendelijk park waar meer mensen gebruik van maken dan voorheen. Kinderen uit verschillende buurten spelen er nu samen en het groen is uitgebreid met meer biodiversiteit. In de toekomst volgt de herinrichting van een grotere speelplek in de wijk, waarvoor de gemeente opnieuw wil voortbouwen op de ervaringen en het eigenaarschap dat met dit project is opgebouwd. 

De inzet van bewoners was hierbij doorslaggevend. ‘In geen enkele wijk zagen we zoveel organisatiekracht vanuit vrijwilligers en bewoners ‘, aldus gebiedsregisseur Anne Hans. ‘Ook hier is de motor geweest dat zij al volop aan de slag gingen, nadat de gemeente al had aangekondigd dat hier een Gezonde Buurt-project kwam, maar er intern eigenlijk nog niet klaar voor was.’ 

De deelnemers aan het symposium klonk waren het met elkaar eens dat Gezonde Buurten door heel Nederland succes boeken door benadering van onderop, waarin participatieprocessen ruim de tijd krijgen en verschillende doelgroepen elk apart gevraagd worden naar hun wensen. 

‘Wees ook niet bang om bewoners en organisaties te vragen: hoe kunnen we jullie het beste meenemen in een participatieproces? Welke vorm past bij jullie?’, aldus Marlon Stevelink van de gemeente Hardenberg. 

Opbrengsten hoger dan kosten 

Dat Gezonde Buurten niet alleen sociaal, maar ook economisch rendement opleveren, blijkt uit onderzoek dat IVN Natuureducatie, Jantje Beton en JOGG lieten uitvoeren door de Vrije Universiteit Amsterdam en onderzoeksbureau Ecorys. Een gemiddeld project kost ruim 180.000 euro, maar levert in financiële en maatschappelijke waarde minimaal 268.000 euro op. Dat is anderhalf keer de oorspronkelijke investering. 

Het symposium keek terug op zeven jaar werk door IVN Natuureducatie, Jantje Beton, JOGG en betrokken gemeenten. Een Rijkssubsidie voor Gezonde Buurten loopt  medio 2026 af. ‘We willen hier in de toekomst graag mee door, maar bij het ministerie van VWS is weinig geld. Zeker in het huidige klimaat.’ 

In een aanbestedingsbrief van eind oktober laat staatssecretaris Judith Tielen (VWS) weten dat het Rijk werkt aan een richtlijn die helpt onderbouwen welke investeringen aantoonbaar bijdragen aan het voorkomen van zorg.  

Deze zogeheten richtlijn ‘Passend bewijs voor preventie’ moet beleidsmakers ondersteunen bij het verantwoord inzetten van preventieve maatregelen, ook als hard wetenschappelijk bewijs (nog) ontbreekt.