Rijk wil meer ruimte voor sport en bewegen

Leestijd: 4 minuten

Door verstedelijking, veroudering en veranderende beweegbehoeften staat ruimte voor sport en spel onder druk, stelt demissionair staatssecretaris Judith Tielen van het ministerie van VWS. Ze komt daarom met een plan voor een toekomstbestendige sportinfrastructuur. Ondertussen ontwikkelt het RIVM een nationale richtlijn voor sport- en beweegruimte. ‘We moeten nú investeren in ruimte en kwaliteit.’ 

Nederland telt ruim 21.000 sportaccommodaties en 26.000 sportverenigingen. Toch staat de ruimte voor sport en bewegen steeds meer onder druk. Verstedelijking, stijgende bouwkosten en veranderende sportvoorkeuren maken het voor gemeenten lastig om te voldoen aan de behoefte, zegt Tielen. Meer dan 60 procent van de accommodaties is bovendien verouderd. 

‘Als we willen dat iedereen kan blijven sporten en bewegen, moeten we daar nú ruimte voor reserveren en voorzieningen verduurzamen’, stelt Tielen in haar beleidsbrief aan de Tweede Kamer van 31 oktober. Het kabinet kondigt twee beleidslijnen aan: voldoende ruimte voor sport en bewegen én een toekomstbestendige sportinfrastructuur. 

Landelijke richtlijn en lokale plannen 

Een van de belangrijkste acties is de ontwikkeling van een nationale richtlijn voor ruimte voor sport en bewegen. Het RIVM ontwikkelt, samen met onder meer het Mulier Instituut, gemeenten, GGD’en en sportkoepels, meetbare indicatoren voor de hoeveelheid, nabijheid, toegankelijkheid en kwaliteit van voorzieningen en ruimte voor sport en beweging.  

Het doel van die richtlijn is om gemeenten een handvat te bieden voor ruimtelijke planning, vergelijkbaar met hoe er nu al richtlijnen bestaan voor bijvoorbeeld groen, speelruimte en gezondheid. Dit moet gemeenten houvast geven bij ruimtelijke keuzes. 

Tegelijk wil de staatssecretaris de lokale strategische planning versterken. Gemeenten worden gestimuleerd om integrale huisvestingsplannen (IHP’s) op te stellen, specifiek gericht op sport en bewegen. Daarmee moet een betere afstemming komen tussen ruimtelijke ontwikkeling, maatschappelijke opgaven en sportinfrastructuur. 

Nederland telt ruim 21.000 sportaccommodaties en 26.000 sportverenigingen. Toch staat de ruimte voor sport en bewegen steeds meer onder druk. Verstedelijking, stijgende bouwkosten en veranderende sportvoorkeuren maken het voor gemeenten lastig om te voldoen aan de behoefte, zegt Tielen. Meer dan 60 procent van de accommodaties is bovendien verouderd. 

‘Als we willen dat iedereen kan blijven sporten en bewegen, moeten we daar nú ruimte voor reserveren en voorzieningen verduurzamen’, stelt Tielen in haar beleidsbrief aan de Tweede Kamer van 31 oktober. Het kabinet kondigt twee beleidslijnen aan: voldoende ruimte voor sport en bewegen én een toekomstbestendige sportinfrastructuur. 

Landelijke richtlijn en lokale plannen 

Een van de belangrijkste acties is de ontwikkeling van een nationale richtlijn voor ruimte voor sport en bewegen. Het RIVM ontwikkelt, samen met onder meer het Mulier Instituut, gemeenten, GGD’en en sportkoepels, meetbare indicatoren voor de hoeveelheid, nabijheid, toegankelijkheid en kwaliteit van voorzieningen en ruimte voor sport en beweging.  

Het doel van die richtlijn is om gemeenten een handvat te bieden voor ruimtelijke planning, vergelijkbaar met hoe er nu al richtlijnen bestaan voor bijvoorbeeld groen, speelruimte en gezondheid. Dit moet gemeenten houvast geven bij ruimtelijke keuzes. 

Tegelijk wil de staatssecretaris de lokale strategische planning versterken. Gemeenten worden gestimuleerd om integrale huisvestingsplannen (IHP’s) op te stellen, specifiek gericht op sport en bewegen. Daarmee moet een betere afstemming komen tussen ruimtelijke ontwikkeling, maatschappelijke opgaven en sportinfrastructuur. 

Verduurzaming en nieuwe financiële steun 

Een ander onderdeel van het plan is het verduurzamen van sportaccommodaties. Gemeenten en sportverenigingen kunnen daarvoor gebruikmaken van bestaande subsidieregelingen. De DUMAVA-regeling is bedoeld voor maatschappelijk vastgoed, waaronder ook sportgebouwen vallen. Die subsidie helpt bij het energiezuiniger maken van gebouwen.  

Daarnaast wordt de BOSA-regeling – gericht op bouw en onderhoud van sportaccommodaties – aangepast, zodat deze volgens de staatssecretaris beter aansluit op verduurzamingsmaatregelen.  

Deze regelingen vormen belangrijke instrumenten binnen het beleid, maar de demissionaire staatssecretaris onderzoekt ook aanvullende financiële ondersteuning. 

Bestaande subsidies worden in ieder geval voortgezet in 2026, aldus Tielen. Vanaf 2027 komt er een nieuw instrument om gemeenten financieel te ondersteunen bij hun sportinfrastructuur.  

Ook wordt de oprichting van een revolverend fonds voor sportverenigingen verkend. Aflossingen op geleend geld worden zo weer beschikbaar gemaakt voor nieuwe projecten, waardoor de middelen doorlopend beschikbaar blijven en niet eenmalig worden uitgegeven zoals bij subsidies. 

De uitwerking van de plannen volgt in 2026. Dan wil de demissionaire staatssecretaris de Tweede Kamer informeren over de mogelijke rol van een sport- en beweegwet. Die moet het wettelijke kader vormen voor het borgen van voldoende en kwalitatieve sportvoorzieningen in de toekomst. 

Een ander onderdeel van het plan is het verduurzamen van sportaccommodaties. Gemeenten en sportverenigingen kunnen daarvoor gebruikmaken van bestaande subsidieregelingen. De DUMAVA-regeling is bedoeld voor maatschappelijk vastgoed, waaronder ook sportgebouwen vallen. Die subsidie helpt bij het energiezuiniger maken van gebouwen.  

Daarnaast wordt de BOSA-regeling – gericht op bouw en onderhoud van sportaccommodaties – aangepast, zodat deze volgens de staatssecretaris beter aansluit op verduurzamingsmaatregelen.  

Deze regelingen vormen belangrijke instrumenten binnen het beleid, maar de demissionaire staatssecretaris onderzoekt ook aanvullende financiële ondersteuning. 

Bestaande subsidies worden in ieder geval voortgezet in 2026, aldus Tielen. Vanaf 2027 komt er een nieuw instrument om gemeenten financieel te ondersteunen bij hun sportinfrastructuur.  

Ook wordt de oprichting van een revolverend fonds voor sportverenigingen verkend. Aflossingen op geleend geld worden zo weer beschikbaar gemaakt voor nieuwe projecten, waardoor de middelen doorlopend beschikbaar blijven en niet eenmalig worden uitgegeven zoals bij subsidies. 

De uitwerking van de plannen volgt in 2026. Dan wil de demissionaire staatssecretaris de Tweede Kamer informeren over de mogelijke rol van een sport- en beweegwet. Die moet het wettelijke kader vormen voor het borgen van voldoende en kwalitatieve sportvoorzieningen in de toekomst.