‘Laat baathouders mee-investeren in publiek groen’

Leestijd: 3 minuten

Gemeenten hebben grote vergroeningsambities, maar de middelen schieten tekort. Hoe betrek je andere partijen bij die bekostiging? Stadszaken legde vijf vragen voor aan consultant Steven Hamming van adviesbureau Rebel, hoofdspreker op het Openbare Ruimte Congres. ‘De maatschappelijke opgave moet centraal staan.’

Klimaatadaptatie, hittestress, biodiversiteit: vergroening van de openbare ruimte levert maatschappelijke meerwaarde op. Toch is structurele bekostiging vaak een struikelblok, zeker in de bestaande stad. Gemeenten kunnen het niet alleen dragen, zoeken naar gedeelde verantwoordelijkheid en tasten af welke baathouders mee willen financieren. 

Steven Hamming van adviesbureau Rebel zoekt binnen de gebiedsontwikkeling naar nieuwe modellen of financieringsvormen om complexe stedelijke projecten haalbaar te maken. Hij pleit voor maatwerk, redeneren vanuit andermans belang en anders nadenken over kostenverdeling. Stadszaken stelde hem vijf vragen. 

1. Waarom is de bekostiging van vergroening zo’n lastige puzzel? 

‘De opgaven in de bestaande stad zijn groot, maar de geldstromen groeien niet automatisch mee. Bij nieuwbouw kun je vooraf groene eisen stellen, maar in de bestaande stad moet je het vaak doen met beperkte middelen. Vergroening concurreert vervolgens met andere gemeentelijke verplichtingen, zoals kosten voor jeugdzorg. Dan blijft er weinig ruimte over.’ 

‘Gemeenten willen vergroenen, maar de financiële ruimte ontbreekt simpelweg. De vraag is daarom hoe gemeenten meer geldstromen kunnen lostrekken. Je kan naar belastingen kijken, maar je kan ook bekijken wat beschikbaar is op vrijwillige basis.’ 

2. Hoe zorg je ervoor dat ook andere partijen meebetalen? 

‘De klassieke bekostigingsvraag speelt hier: wie profiteert, en wie betaalt? De investeerder is niet altijd de baathouder. Het helpt dan om de maatschappelijke baten inzichtelijk te maken. Denk aan minder wateroverlast, aangenamere winkelstraten of aantrekkelijkere bedrijventerreinen. Als je dat verbindt aan stakeholders, kun je zoeken naar gezamenlijke oplossingen. Het vereist wel dat iedereen hetzelfde probleem en doel voor ogen heeft.’ 

‘Volgens Hamming zit de sleutel in het slim verbinden van belangen. Groene maatregelen helpen niet alleen tegen wateroverlast, maar zorgen ook voor aantrekkelijkere leefomgevingen, betere luchtkwaliteit en meer verblijfskwaliteit. Dat maakt dat ondernemers, vastgoedeigenaren en bewoners baat hebben. ‘De meerwaarde is er voor velen. Dit moet je zowel inhoudelijk als financieel vertalen naar gedeelde verantwoordelijkheid.’ 

Openbare Ruimte Congres (ORC)

Steven Hamming is spreker op het Openbare Ruimte Congres (ORC) in de gemeente Dordrecht op 2 oktober. Hij gaat in op het actuele vraagstuk: hoe moet de vergroening van de openbare ruimte betaald, uitgevoerd en beheerd worden?

Gemeenten kunnen dit niet alleen, ziet ook Hamming. Op het congres gaat hij samen met deelnemers in op mogelijke nieuwe samenwerkingsverbanden en constructies voor gemeenten en ruimtelijke partners.

Meld je hier aan voor het congres!

3. Bestaan er al werkende financieringsmodellen? 

‘Een ondernemingsfonds of Bedrijveninvesteringszone (BIZ) kan bijdragen, net als cofinanciering met waterschappen of provincie. Verzekeraars of pensioenfondsen zouden ook kunnen meebetalen als vergroening leidt tot minder schadeclaims.’ 

‘Denk daarnaast aan green of blue bonds: investeringsfondsen waarin publieke en private partijen middelen bundelen voor klimaatadaptieve maatregelen. Dat vraagt om schaalgrootte, samenwerking en het overtuigend kunnen aantonen van baten. Het is echter zoeken: de praktijk zit vaak ingewikkeld in elkaar en daarom ligt de oplossing niet zonder meer voor de hand.’

4. Wat is de rol van gemeenten? 

‘Gemeenten hebben het beste zicht op de lokale opgave, die deels landt in de openbare ruimte. Kijk per locatie wie belang heeft bij een groenere en leefbaardere omgeving. Leg vervolgens contact met bedrijven, bewoners of vastgoedeigenaren.’ 

‘De kunst is om van die maatschappelijke waarde een financiële waarde te maken, en daar een passende constructie bij te zoeken. Denk bijvoorbeeld aan een lokale coalitie zoals een “club van honderd”, waarin ondernemers samen met de gemeente investeren in de leefkwaliteit van hun stad.’ 

‘Daarnaast helpt het als een gemeente een inspirerend en samenhangend verhaal heeft, waar partijen op kunnen aanhaken. Dat geeft richting, nodigt uit tot samenwerking en eigen initiatief. Mensen willen bijdragen aan iets wat betekenis heeft en soms komen goede oplossingen vanuit burgers zelf: daar maak je dan ruimte voor.’ 

5. Op welk schaalniveau is samenwerking het meest effectief? 

‘De kern ligt op gemeentelijk niveau, maar je moet ook slim opschalen. Je zit als gemeente in een netwerk met waterschappen, provincies en het Rijk. Zij hebben hun eigen doelen, dus betrek ze bij je gebiedsgerichte aanpak. Vaak ligt de businesscase bij de gemeente, maar de oplossing in het verbinden van belangen en budgetten. Dat vraagt om vakmanschap én politiek gevoel.’