Breda wil ‘stad in een park’ zijn en roept inwoners op mee te doen

Leestijd: 4 minuten

Breda koppelt de net verkregen status van National Park City aan een bredere ruimtelijke koers: groen, gastvrij en toegankelijk. Dat blijkt uit de nieuwe visie op de openbare ruimte: Breda Stad in een Park: overal een verhaal. ‘We hebben de hulp van iedereen nodig om dit waar te maken’, zegt wethouder Jeroen Bruijns. 

Met de nieuwe visie wil Breda nadrukkelijk de stap zetten van beleidskaders naar gedeeld eigenaarschap. ‘De openbare ruimte is niet alleen van de gemeente, maar van ons allemaal’, aldus Bruijns tijdens de presentatie. 

De gemeente zoekt daarom actief de samenwerking met bewoners, ondernemers en gebiedsontwikkelaars om elke plek in de stad van meerwaarde te voorzien. 

Foto: Stadszaken

De titel van de visie – Stad in een Park – verwijst direct naar de status van National Park City, die Breda in 2024 verwierf. Daarmee schaart de stad zich onder een internationaal netwerk van steden die leefbaarheid, natuur en gezondheid centraal stellen. Door ambitieus te vergroenen in steden, moet het voelen alsof steden ‘in een park liggen’. 

‘Het gaat om het toevoegen van een plus in ieder project. Dat kunnen we niet alleen. We hebben partners nodig die mee willen bouwen aan die groene, toegankelijke stad van de toekomst’, zegt strategisch adviseur openbare ruimte Clementine Simons. 

De gemeente erkent dat het de rekening voor een groenere stad niet volledig zelf kan dragen. Het sluit niet uit dat voor alle groene ambities nieuwe geldstromen nodig zijn, bijvoorbeeld via gebiedsontwikkelaars of zorgverzekeraars.

Drie pijlers voor leefbare stad 

De visie rust op drie pijlers: vergroening, gastvrijheid en toegankelijkheid. Breda wil buurten ontwikkelen die uitnodigen tot ontmoeten en bewegen – met extra aandacht voor kinderen, ouderen en gezinnen. Beleving en identiteit vormen daarbij de basis. 

‘Daarom kiezen we voor belevingsgericht inrichten, per gebied op maat’, stelt Simons. In een uitgebreid participatietraject dachten meer dan 5.000 Bredanaars mee over de plannen, naast experts zoals landschapsontwerper Ivo Südmeier van attractiepark De Efteling. 

Südmeier deelde tijdens de presentatie van de visie zijn ideeën over goede openbare ruimte. Enkele van zijn adviezen waren om via vergroening en sociale inrichtingskeuzes overal in de stad een verhaal te vertellen en op te letten dat genoeg openbare ruimte vrij blijft van commerciële doeleinden. 

‘In Nederland spreken we van openbare ruimte, maar ik noem het liever publieke ruimte: openbare en private ruimte samen. Het is aan ons allemaal om grondeigenaren uit te nodigen om openbare ruimte aan de stad toe te voegen, al is het tijdelijk en sluit het elke dag om tien uur ’s avonds de deuren.’ 

Van Groenkompas tot Gebiedstypen 

De gemeente hanteert voor de pijler vergroenen het zogenoemde Groenkompas, gebaseerd op de 3-30-300-regel: drie bomen in zicht van een woning, 30 procent kroonbedekking in de wijk, en op maximaal 300 meter van een park. In het geval van Breda wordt zelfs gestreefd naar de 3-30-200-regel.

Daarbij maakt Breda onderscheid tussen vijf gebiedstypen: centrum, woonwijken, dorpen, buitengebied en werklocaties. Met name die laatste moeten nauwer verweven worden met de rest van de stad, wat volgens de wethouder vooral kan door werklocaties met extra groen leefbaarder in te richten. 

Tegelijk erkent de gemeente dat niet overal tegelijk vergroend kan worden. ‘De Grote Markt wordt geen biologische berm’, zegt Bruijns. ‘We vergroenen waar het kan, maar houden zichtlijnen, veiligheid en beheerbaarheid altijd in het oog.’ 

De wethouder doet deze uitspraak in relatie tot de recente aandacht voor femicide en de rol daarin van de inrichting van openbare ruimte. Daar waar pijlers uit de nieuwe visie met elkaar dreigen te botsen (bijvoorbeeld vergroenen en veiligheid), wil de gemeente voorzichtig afwegen hoe beide ambities samen kunnen gaan. 

‘Van inwoners horen we veelal dat ze veiligheid erg belangrijk vinden, maar dat ze niet vinden dat daarvoor massaal het groen moet wijken.’ 

Uitvoeringsprogramma’s

De visie wordt vertaald in een vierjarig uitvoeringsprogramma, een handboek openbare ruimte en een juridisch kader voor objecten in de publieke ruimte. De gemeente gaat strikter toetsen op wat er wel en niet kan in de openbare ruimte, en weegt daarbij ook de beheerkosten direct mee aan de voorkant van projecten. 

Een definitief handboek Openbare Ruimte, dat de gemeente nog niet heeft, moet nieuwe ontwikkelingen en herinrichtingen meer standaardisering aanbrengen in zogeheten assets. 

In de uitvoering wil Breda nadrukkelijk de samenwerking versterken met bewonersinitiatieven en private partijen. ‘We zien wijkonderhoud toenemen. Dat eigenaarschap willen we benutten’, aldus Simons. ‘Bij gebiedsontwikkelingen voeren we actiever het gesprek over: kunnen we hier een extra kwaliteit aan toevoegen?’ 

Ruimtelijke verbeelding als kompas 

De identiteit van Breda speelt een grotere rol dan in eerdere visies. ‘We willen een stad zijn waarin het verhaal zichtbaar is, gewoon doordat je er doorheen loopt’, zegt Bruijns. Inspiratie komt onder meer van de Efteling. Südmeier: ‘Als je het gevoel weet te raken via inrichting, doe je het goed. Dat kan overal anders zijn.’ 

Volgens de gemeente vraagt de ruimtedruk van woningbouw, klimaatadaptatie en mobiliteit om duidelijke keuzes. Breda kiest ervoor koersvast te zijn, ook als de uitwerking verder reikt dan de huidige bestuursperiode. 

Bruijns: ‘We hebben een groene stad geërfd. Het is onze verantwoordelijkheid om die samen toekomstbestendig te houden.’