Symposium zachte stad: ‘Wijken en buurten vragen om mensgerichte inrichting’

Leestijd: 3 minuten

Er is meer aandacht nodig voor de vormgeving en sociale infrastructuur in wijken en buurten. Dit vraagt om samenwerking tussen het fysieke en sociale domein, aldus lector Jeannette Nijkamp op een symposium over de ‘zachte stad’. Hier werd ook een magazine gepresenteerd met handvatten voor gemeenten, partners en hogescholen om sociale infrastructuur te borgen. 

‘De zachte stad gaat over het zodanig ontwerpen dat mensen elkaar gemakkelijk tegenkomen. Het is een tegenreactie op de modernistische stedenbouwkundige beweging die in eerste helft van de twintigste eeuw op gang kwam’, zegt Jeannette Nijkamp, lector Gezonde Stad bij de Hanzehogeschool Groningen.

De lector sprak woensdag op het symposium, dat in het teken stond van de zachte stad. 

Autoverkeer, stedelijke verdichting en andere ruimtelijke opgaven: ook in huidige stadsontwikkeling wordt de sociale infrastructuur over het hoofd gezien, zegt Nijkamp. Ook mag de fysieke inrichting beter worden ingericht voor de voetganger en fietser.

Om de leefbaarheid in wijken en buurten te bewaken, is meer samenwerking nodig tussen het fysieke en sociale domein. Dit geldt zowel voor de gemeentelijke afdelingen onderling als samen met partners en bewoners. 

Om dit te veranderen is het noodzakelijk dat gemeenten ingrijpende fysieke maatregelen durven te nemen. 

Op het symposium werd onder andere een pleidooi gehouden voor voorzieningen zoals de hoekwinkel. Door de grote vraag naar woonruimte dreigt deze uit te sterven, vertellen docent-onderzoekers Otto Lussenberg en Anna Viola Epping van het lectoraat van Nijkamp.  

Zonder dit soort ontmoetingsruimtes, waar vooral kwetsbare bewoners afhankelijk van zijn voor sociale interactie en ontspanning, komt de leefbaarheid van wijken en buurten onder druk. 

Magazine 

Op het symposium werd een magazine gepresenteerd met artikelen, columns en een interview over de zachte stad. In een aantal bijdragen wordt ingegaan op verschillende fysieke aspecten van de zachte stad.

Waaronder het belang van de nabijheid van voorzieningen en de beschikbaarheid van aantrekkelijke openbare ruimte voor alle groepen bewoners.

‘Daarnaast laten verschillende auteurs zien dat ook sociale interventies een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan gemeenschapsvorming’, aldus de lector. 

Zo schrijft Anton Boonen, lector Duurzame Gemeenschappen bij Hogeschool Utrecht, over de inzet van de Asset Based Community Development (ABCD) en Participatief Actieonderzoek (PAO). 

ABCD start vanuit het principe dat bewoners leidend zijn bij sociale veranderingen, met een ondersteunende rol voor professionals. PAO denkt vanuit de faciliterende rol van professionals in samenwerking met bewoners. 

‘Het gezamenlijk gebruik van ABCD en PAO kan de ontwikkeling van gemeenschappen versterken’, aldus Boonen. In de ene situatie kunnen bewoners eigen plannen maken tijdens een ‘flatkoffie’, bij complexere opgaven kunnen professionals wensen en zorgen ophalen tijdens een buurtbijeenkomst.  

In een ander artikel deelt het lectoraat Urban Innovation een vierstappenplan voor het opzetten van een community. 

Ook legt Stephan van Berkel, docent-onderzoeker aan de Haagse Hogeschool, uit hoe samenwerkingen met scholen kinderen kan betrekken bij het vormgeven van hun buurt of wijk. 

Het magazine wordt uitgebracht door Platform Stad en Wijk, een samenwerkingsverband van lectoraten die onderzoek doen op het gebied van leefbaarheidsvraagstukken in stadswijken. 

De digitale versie is naar verwachting vóór de zomervakantie beschikbaar via de website van Platform Stad en Wijk

De wijze waarop we onze steden bouwen en leefomgeving inrichten heeft bewijsbare impact op de gezondheid van mensen. Talloze wetenschappelijke onderzoeken wijzen op een verband tussen de inrichting van de leefomgeving en het aantal ziekenhuisopnames, chronische ziekten en het gemiddelde sterftejaar. Met meer vergroening of ruimte voor ontmoeting gaan deze statistieken aantoonbaar omlaag. Of het nu om mentaal welzijn of fysieke gezondheid gaat: een groene en gezonde leefomgeving doet er toe.

En waarom genezen als je beter kan voorkomen? Begin dit jaar ondertekenden gemeenten, GGD’s, zorgverzekeraars en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Stip op de horizon is een gezonde generatie in 2040 met weerbare gezonde mensen die opgroeien, leven, werken en wonen in een gezonde leefomgeving met een sterke sociale basis. Ook de Omgevingswet schrijft voor dat gezondheid als primair belang wordt meegewogen in ruimtelijke beleid en -inrichtingskeuzes.

Die gezonde leefomgeving zal steeds vaker een stedelijke leefomgeving zijn, want steeds meer mensen zoeken een plek in de stad. Of het nu grote, middelgrote of kleinere steden zijn: we wonen, werken en leven dichter op elkaar. En dat hoeft helemaal niet ten kosten te gaan van gezondheid, laten tal van inspirerende voorbeelden van gezonde stedelijke leefomgevingen zien. Op deze themasite presenteren we de bewijslast in de vorm van inspirerende verhalen en bundelen we praktische vakinformatie van onze journalisten uit onze titels Groen, Stedelijke Interieur en Stadszaken.nl.

De sleutel voor een gezonde generatie ligt voor een belangrijk deel bij degenen die de stedelijke leefomgeving inrichten en vormgeven. Schrijf u nu in voor de tweewekelijkse nieuwsbrief voor iedereen die wil bijdragen aan gezondere, aantrekkelijke en duurzame steden.