MRA klimaatadaptief: baten dekken vrijwel alle kosten

Leestijd: 6 minuten

Metropoolregio Amsterdam (MRA) wil de gebouwde omgeving klimaatbestendig maken. Dat gaat 12,6 miljard euro kosten; de kosten kunnen echter vrijwel geheel worden gedekt uit de financiële baten die de maatregelen opleveren. Dat blijkt uit onderzoeken van adviesbureaus Arcadis en Rebel naar investeringen in klimaatadaptatie in MRA.

Het gaat bij het klimaatbestendig maken van de regio onder meer om het vergroten van de capaciteit voor waterberging, het verlagen van het hitte-effect in stedelijke omgevingen en het voorkómen van verdroging. Voor MRA zijn de adviesbureaus Arcadis, Rebel en The Positive Lab gevraagd om onderzoek te doen naar de investeringen die nodig zijn voor klimaatadaptatie van nieuwbouw én de reeds bestaande bebouwde omgeving in deze regio. 

Doelstelling van het onderzoek was inzicht verkrijgen in de maatregelen en investeringen die nodig zijn en de omvang van de financiële baten en vermeden schade. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van MRA en het Ministerie Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). 

Als het om nieuwbouw gaat, is klimaatbestendigheid al langer het uitgangspunt in de MRA. De samenwerkende overheden in de regio hebben in 2022 afgesproken om dit op te nemen in hun beleid. Zij ondertekenden hiervoor de Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw. De onderliggende kaders voor de intentieovereenkomst waren, samen met andere regionale voorbeelden, de basis voor de ontwikkeling van de landelijke “maatlat” voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving door de rijksoverheid. De Maatlat klimaatadaptieve groene gebouwde omgeving maakt duidelijk hoe klimaatadaptief bouwen en inrichten eruitziet (zie kader). 

De baten liggen niet alleen maar in de toekomst: extreem weer leidt ook nu al tot schade en veel overlast.

Groen, tenzij 

Arcadis heeft in een separaat onderzoek de kosten om de gebouwde omgeving klimaatbestendig te maken, voor de komende 30 jaar geraamd op 12,6 miljard euro, inclusief meerkosten voor beheer en onderhoud. Die laatste bedragen voor de komende drie decennia ongeveer 6 miljard euro, bijna de helft van de totale opgave. 

De totale opgave voor grijze maatregelen (voornamelijk voor gebouwen en materialen die zorgen voor verkoeling) is een kleine 9 miljard euro en de totale opgave voor groene maatregelen (bomen en planten worden gebruikt voor verkoeling) is een kleine 4 miljard euro. 

Het principe “groen tenzij” kan maar beperkt worden toegepast zonder aanpassing van de bestaande planologie. Van de grijze maatregelen gaat ruim 52 procent naar de maatregel “(water)berging onder verhard oppervlak”. Hierbij wordt regenwater ondergronds opgeslagen in infiltratiekratten of grindkoffers of -stroken. Voor het hergebruiken van regenwater (voor bijvoorbeeld toilet, wasmachine en de tuin) kunnen onder meer regenwaterzakken, -tanks en -kelders worden gebruikt. 

Ruim 31 procent van de investering gaat naar de maatregel ‘licht ophoogmateriaal’ om overmatige inklinken van een weg te beperken of te voorkomen. Bij de groene maatregelen gaat ruim 38 procent naar het planten van bomen en ruim 34 procent naar het aanleggen van wadi’s. Groene pergola’s tellen voor ruim 17 procent van de totale groene investeringskosten. 

Uit de analyse van de kosten en de baten blijkt dat maatregelen op bedrijventerreinen een groot positief saldo hebben, waarmee kleinere negatieve saldo’s in andere gebieden kunnen worden gecompenseerd. Dit komt doordat, in verhouding, de kosten van maatregelen op bedrijventerreinen veel lager zijn. Die lagere investering geldt met name voor de maatregel “berging onder verhard oppervlak”. Deze opgave wordt op bedrijventerreinen gecompenseerd door naar verhouding meer waterbergende wegen, blauwe daken en wadi’s. Dit zijn relatief goedkopere maatregelen.

Over de maatlat gebouwde omgeving 
Met de maatlat Maatlat klimaatadaptieve groene gebouwde omgeving geeft het Rijk de bouwsector en overheden duidelijkheid over de criteria om te bouwen in een veranderend klimaat. Zo wordt ervoor gezorgd dat nieuwe gebouwen en hun omgeving bestand zijn tegen bijvoorbeeld overstromingen, wateroverlast, droogte, hitte en bodemdaling. Hierbij is het uitgangspunt “groen, tenzij”, en hebben maatregelen de voorkeur die zowel de gevolgen van een veranderend klimaat opvangen als een bijdrage leveren aan biodiversiteit en gezondheid. 

De maatlat maakt duidelijk hoe klimaatadaptief bouwen eruitziet. Het instrument beschrijft doelen en prestatie-eisen, en geeft richtlijnen; de maatlat schrijft geen specifieke maatregelen voor. Daardoor blijft er lokaal ruimte voor maatwerk en krijgen innovatieve en slimme oplossingen alle ruimte. De maatlat is ontwikkeld door de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Infrastructuur en Waterstaat en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, in samenwerking met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen (UvW).

Kostenbesparingen 

Van de maatregelen wordt 92 procent toegepast in de openbare ruimte, waarmee gemeenten opdraaien voor de kosten van de maatregelen. Daarmee is de opgave voor gemeenten 11,6 miljard euro. Maatregelen op particuliere grond bedragen nu een investeringsopgave van 1 miljard euro. 

De MRA ziet de maatregelen die leiden tot klimaatbestendigheid als investeringen: ze kosten geld, maar leveren ook waarde op in de vorm van baten. De kosten kunnen nagenoeg geheel worden gedekt uit de financiële baten: circa 11 miljard euro. Voor het restant zijn er voldoende kansen om de kosten te optimaliseren, blijkt uit het onderzoek. Een enorme kostenbesparing die de maatregelen zouden opleveren is onder meer het vermijden van schade ten gevolge van de klimaatverandering, vermeden zuiveringskosten en de stijging van de waarde van vastgoed. De grootste meevaller is het voorkomen van schades door verzakking (3,12 miljard euro tegen 2,74 miljard voor maatregelen). 

Naast financiële baten levert het klimaatbestendig maken van de regio ook andere baten op, zoals een aantrekkelijker (groene) omgeving. Maar ook het effect van hitte op gezondheid en het versterken van biodiversiteit. Een passende biodiversiteit is belangrijk voor het functioneren van ecosystemen; een gezonder ecosysteem is vaak productiever en kan daarmee bijvoorbeeld meer CO2 opnemen. 

De onderzoekers sluiten niet uit dat het totaal aan baten hoger uitpakt; een aantal is niet meegenomen in de analysen omdat data ontbreken. Bijvoorbeeld het versterken van de sociale cohesie (in een koele en groene omgeving ontmoeten mensen elkaar vaker), beter vestigingsklimaat bedrijven, en minder drinkwatergebruik (minder beregenen met drinkwater). 

De baten liggen niet alleen maar in de toekomst: extreem weer leidt ook nu al tot schade en veel overlast. Intense regenbuien leiden tot onbegaanbare wegen en water in kelders en huizen en tijdens hittegolven ervaren mensen gezondheidsproblemen met ieder jaar ook dodelijke slachtoffers tot gevolg. 

Aanbevelingen 

De onderzoekers geven ook enkele aanbevelingen om de kosten te optimaliseren. Zoals beginnen met laaghangend fruit. ‘Sommige gebieden kennen veel wateroverlast, andere hebben meer last van hitte’, zegt Jonne Velthuis, een van de onderzoekers van Rebel. ‘Je kunt je dus richten op het deel van de maatregelen die voor die locatie het meeste effect hebben. Infiltratievelden in plaats van een grasveld is bijvoorbeeld een relatief makkelijk te treffen maatregel tegen wateroverlast. Zo kan je al een eind komen.’ 

Verder om de maatregelen al bij aanvang mee te nemen. ‘Dat betekent om toekomstige kosten – bijvoorbeeld vermeden schade – naar voren te halen. Door nu een wateradaptief gebied aan te leggen, voorkom je later kosten. Als je ze in de gebiedsontwikkeling meeneemt, scheelt dit vaak in de kosten omdat er toch al maatregelen getroffen worden en kosten gemaakt worden. Dus: nu een beetje meer kosten dan later veel meer kosten.’ 

Een andere aanbeveling is om maatregelen ook mee te nemen als ze makkelijk bij andere ingrepen ingepast kunnen worden. ‘Wanneer het riool vervangen moeten worden, gaat vaak de hele straat op de schop. Neem dan ook gelijk klimaatadaptieve maatregelen’, zegt Velthuis.

Ook wordt aangegeven om private partijen te stimuleren om, al dan niet op eigen grond, een bijdrage te leveren door hen actief te betrekken en zelf het goede voorbeeld te tonen. ‘Verleid private partijen om mee te doen, zoals bijvoorbeeld bedrijven of ondernemers, die ervaren negatieve gevolgen van wateroverlast en hittestress. Zij zijn ook wel bereid in maatregelen te investeren, waarmee niet alles voor rekening van de gemeente en in de openbare ruimte hoeft te worden gerealiseerd.’ 

Succesvolle uitvoering van de maatregelen is afhankelijk van een goede organisatie. Samen sta je sterker: zie elkaar als partners, geeft het rapport aan. De partij die de maatregel treft, is doorgaans anders dan de partij die de baten ontvangt. Het gezamenlijke doel voor de MRA is helder: de gebouwde omgeving moet klimaatbestendig. De nadruk moet liggen om daar gezamenlijk uitvoering aan te geven en als partners op te trekken, staat in de verkenning te lezen. 

Positief 

De resultaten van de verkenning stemmen positief, aldus de onderzoekers. De MRA kan met bekostiging uit directe en indirecte financiële baten klimaatbestendig worden gemaakt. Zij geven wel aan dat het slechts een verkenning betreft die vraagt om verdere concretisering, bijvoorbeeld hoe zou een project er op de schaal van één locatie uitzien, zijn er nog juridische hobbels te nemen en welke strategie kan de MRA het best hanteren om dit project te financieren? Zij zien veel waarde in vervolgonderzoek. 

Inmiddels is ook een verkenning naar de kosten op landelijke schaal uitgevoerd. Om de vertaling te maken naar heel Nederland, heeft Arcadis een onderverdeling gemaakt in drie bodemtypen: licht hellend met hoog grondwater, polderlandschap en sterk hellend met zand. In een volgende uitgave van Vakblad Groen worden de resultaten van deze verkenning belicht.

De wijze waarop we onze steden bouwen en leefomgeving inrichten heeft bewijsbare impact op de gezondheid van mensen. Talloze wetenschappelijke onderzoeken wijzen op een verband tussen de inrichting van de leefomgeving en het aantal ziekenhuisopnames, chronische ziekten en het gemiddelde sterftejaar. Met meer vergroening of ruimte voor ontmoeting gaan deze statistieken aantoonbaar omlaag. Of het nu om mentaal welzijn of fysieke gezondheid gaat: een groene en gezonde leefomgeving doet er toe.

En waarom genezen als je beter kan voorkomen? Begin dit jaar ondertekenden gemeenten, GGD’s, zorgverzekeraars en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Stip op de horizon is een gezonde generatie in 2040 met weerbare gezonde mensen die opgroeien, leven, werken en wonen in een gezonde leefomgeving met een sterke sociale basis. Ook de Omgevingswet schrijft voor dat gezondheid als primair belang wordt meegewogen in ruimtelijke beleid en -inrichtingskeuzes.

Die gezonde leefomgeving zal steeds vaker een stedelijke leefomgeving zijn, want steeds meer mensen zoeken een plek in de stad. Of het nu grote, middelgrote of kleinere steden zijn: we wonen, werken en leven dichter op elkaar. En dat hoeft helemaal niet ten kosten te gaan van gezondheid, laten tal van inspirerende voorbeelden van gezonde stedelijke leefomgevingen zien. Op deze themasite presenteren we de bewijslast in de vorm van inspirerende verhalen en bundelen we praktische vakinformatie van onze journalisten uit onze titels Groen, Stedelijke Interieur en Stadszaken.nl.

De sleutel voor een gezonde generatie ligt voor een belangrijk deel bij degenen die de stedelijke leefomgeving inrichten en vormgeven. Schrijf u nu in voor de tweewekelijkse nieuwsbrief voor iedereen die wil bijdragen aan gezondere, aantrekkelijke en duurzame steden.