‘Groennorm kabinet nieuw en broodnodig’

Leestijd: 3 minuten

De nieuwe groennorm, vorige week gepubliceerd door het kabinet in een handreiking, is een eerste stap om groen vanaf het begin te waarborgen in de planvorming. Dat is broodnodig, zegt Roel van Dijk van Stichting Steenbreek. Dat blijkt ook uit een recent rapport over vergroening. De VNG is kritisch en zit niet te wachten op meer landelijke regels. 

‘De sterk verschillende ruimtelijke structuur van steden, voorsteden en overige gemeenten en de mogelijkheden en onmogelijkheden om groen aan te planten vereist een op de situatie afgestemde aanpak waarbij ruimte moet blijven voor afwegingen op lokaal niveau’, zegt VNG tegen Stadszaken.  

Met de komst van de Omgevingswet is natuur voor gemeenten al een integraal onderdeel van ruimtelijke beleid, aldus de VNG. De vereniging is dan ook niet voor een landelijke norm die regeldruk vergroot en handelingsvrijheid inperkt. 

Dat ziet Stichting Steenbreek toch anders. ‘Willen we goede groenvoorzieningen in onze dorpen en steden dan is borging in planvorming een voorwaarde. Dat groen enkel decoratieve waarde had, ligt ver achter ons en dat wordt in het document ook bevestigd’, zegt Roel van Dijk van Steenbreek. 

De stichting zet zich al langer in voor het vergroenen van steden en dorpen, onder meer door acties en communicatiemateriaal beschikbaar te stellen voor aangesloten gemeenten. De stichting werkt samen met overheden, projectontwikkelaars, woningbouwcorporaties, kennis- en onderwijsinstellingen en andere maatschappelijke organisaties. 

Integrale benadering 

‘De integrale benadering van groen op basis van de beschreven doelen, zoals voor het versterken van biodiversiteit, leefbaarheid, het stimuleren van gezondheid en het beperken van hittestress en wateroverlast en droogte spreekt ons zeer aan.’ 

‘We kunnen niet zonder groen, want zoals ook vermeld staat: niet vergroenen heeft negatieve gevolgen. Laat dit een eerste stap zijn die gemeenten meer richting geeft om te komen tot kwalitatief goede groenvoorzieningen in de publieke en private ruimte.’ 

Cecil Konijnendijk, verbonden als onderzoeker en ereprofessor aan University of British Columbia en aan het Nature Based Solutions Institute, zegt dat in de huidige groennormen onder meer een maatstaf voor biodiversiteit ontbreekt. 

In de handreiking Groen in en om de Stad (GIOS), die het kabinet vorige week publiceerde, wordt ook gesteld dat bestaande groennormen, zoals de 3-30-300-regel niet het complete spectrum van vergroening afdekt.  

‘Politici beginnen in te zien dat we meer moeten inzetten op vergroening, anders zie je toch dat groen achteruit blijft gaan’, zegt hij tegen Stadszaken.  

Afname vergroening 

Konijnendijk wijst op LinkedIn onder meer op het recente rapport van architecten- en ingenieursadviesbureau Sweco. Dat toont aan dat het niet goed gaat met de vergroening in Nederland. 

Sweco trok die conclusie na monitoring van 124 gemeenten binnen de Groene Stad Challenge, een initiatief van Sweco, NL Greenlabel en Husqvarna Nederland BV. Die onderzochten op grote schaal of dorpen en steden in Nederland ook echt groener worden. 

Vooral het aandeel groen in tuinen neemt af, laat het rapport zien. Veel mensen richten hun tuin nog in met tegels, bestrating en kunstgras.  

Volgens Konijnendijk heeft de overheid geen keus om in te zetten op normering. Het gaat niet alleen om biodiversiteit en klimaat. Uiteindelijk gaat het om gezondheid, zegt de wetenschapper.  

‘Normen zijn goed, we hebben ze nodig, anders zie je toch dat vergroening het steeds aflegt in de discussie over wegen, woningbouw, industrie, enzovoort. Met deze handreiking staat de groene sector sterker.’

De wijze waarop we onze steden bouwen en leefomgeving inrichten heeft bewijsbare impact op de gezondheid van mensen. Talloze wetenschappelijke onderzoeken wijzen op een verband tussen de inrichting van de leefomgeving en het aantal ziekenhuisopnames, chronische ziekten en het gemiddelde sterftejaar. Met meer vergroening of ruimte voor ontmoeting gaan deze statistieken aantoonbaar omlaag. Of het nu om mentaal welzijn of fysieke gezondheid gaat: een groene en gezonde leefomgeving doet er toe.

En waarom genezen als je beter kan voorkomen? Begin dit jaar ondertekenden gemeenten, GGD’s, zorgverzekeraars en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Stip op de horizon is een gezonde generatie in 2040 met weerbare gezonde mensen die opgroeien, leven, werken en wonen in een gezonde leefomgeving met een sterke sociale basis. Ook de Omgevingswet schrijft voor dat gezondheid als primair belang wordt meegewogen in ruimtelijke beleid en -inrichtingskeuzes.

Die gezonde leefomgeving zal steeds vaker een stedelijke leefomgeving zijn, want steeds meer mensen zoeken een plek in de stad. Of het nu grote, middelgrote of kleinere steden zijn: we wonen, werken en leven dichter op elkaar. En dat hoeft helemaal niet ten kosten te gaan van gezondheid, laten tal van inspirerende voorbeelden van gezonde stedelijke leefomgevingen zien. Op deze themasite presenteren we de bewijslast in de vorm van inspirerende verhalen en bundelen we praktische vakinformatie van onze journalisten uit onze titels Groen, Stedelijke Interieur en Stadszaken.nl.

De sleutel voor een gezonde generatie ligt voor een belangrijk deel bij degenen die de stedelijke leefomgeving inrichten en vormgeven. Schrijf u nu in voor de tweewekelijkse nieuwsbrief voor iedereen die wil bijdragen aan gezondere, aantrekkelijke en duurzame steden.