Utrechtse ‘hittehelden’ meten hitte in groenarme wijken

Leestijd: 2 minuten

De gemeente Utrecht wil de hittestress in vier groenarme buurten terugdringen. Om data te verzamelen over de plaatselijke hitte, worden inwoners uitgenodigd deel te nemen aan het participatieproject ‘Groene Buurt, Koele Buurt’. Samen met Natuur en Milieufederatie Utrecht (NMU) wordt daarmee een verkoelingsplan bedacht. 

Wethouder Susanne Schilderman (Openbare Ruimte, Klimaatadaptatie): ‘Met dit project willen we die hitte in kaart brengen én onderzoeken hoe dit door inwoners van onze stad beleefd wordt. De data die de deelnemers verzamelen kunnen we goed gebruiken om buurten te verkoelen. 

Het gaat in het project om de buurten Kanaleneiland, Rivierenwijk, Ondiep en Zuilen. Deelnemers wordt gevraagd de hitte en luchtvochtigheid in hun eigen wijk te meten in de zomers van 2024 en 2025 

Deze meetkastjes zijn licht, mobiel en kunnen worden bevestigd aan een tas of sleutelbos. Hierdoor kunnen vrijwilligers ze bij zich dragen bij dagelijkse bezigheden zoals boodschappen of een wandeling door de wijk. 

Naast objectieve data wordt deelnemers ook gevraagd om hun ervaringen vast te leggen via een app.  

De gemeente zoekt in totaal 160 bewoners die willen meedoen. Hen wordt gevraagd per zomer minstens tien metingen uit te voeren. 

Het meetapparaatje van het project Groene Buurt, Koele Buurt. Beeld: ICCS

Workshop geveltuintjes 

Op basis van de data werken bewoners samen met experts van de NMU aan een verkoelingsplan voor de wijk. Zo worden er workshops georganiseerd over het aanleggen van geveltuintjes. 

Ook worden resultaten van het lopende onderzoek worden bijvoorbeeld op bijeenkomsten gedeeld. 

Europese samenwerking 

Het participatieproject Groene Buurt, Koele Buurt wordt gefinancierd door het overkoepelende burgerwetenschapsproject UrbanReleaf, waarin namens Utrecht onder andere de gemeente en provincie, het NMU en vier andere organisaties meedoen. 

Utrecht is een van de zes Europese pilots in dat project, naast Riga, Dundee, Mannheim, Casais en Athene. In Riga is ook een soortgelijk participatieproject aangekondigd, maar dan gericht op luchtkwaliteit. 

De wijze waarop we onze steden bouwen en leefomgeving inrichten heeft bewijsbare impact op de gezondheid van mensen. Talloze wetenschappelijke onderzoeken wijzen op een verband tussen de inrichting van de leefomgeving en het aantal ziekenhuisopnames, chronische ziekten en het gemiddelde sterftejaar. Met meer vergroening of ruimte voor ontmoeting gaan deze statistieken aantoonbaar omlaag. Of het nu om mentaal welzijn of fysieke gezondheid gaat: een groene en gezonde leefomgeving doet er toe.

En waarom genezen als je beter kan voorkomen? Begin dit jaar ondertekenden gemeenten, GGD’s, zorgverzekeraars en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Stip op de horizon is een gezonde generatie in 2040 met weerbare gezonde mensen die opgroeien, leven, werken en wonen in een gezonde leefomgeving met een sterke sociale basis. Ook de Omgevingswet schrijft voor dat gezondheid als primair belang wordt meegewogen in ruimtelijke beleid en -inrichtingskeuzes.

Die gezonde leefomgeving zal steeds vaker een stedelijke leefomgeving zijn, want steeds meer mensen zoeken een plek in de stad. Of het nu grote, middelgrote of kleinere steden zijn: we wonen, werken en leven dichter op elkaar. En dat hoeft helemaal niet ten kosten te gaan van gezondheid, laten tal van inspirerende voorbeelden van gezonde stedelijke leefomgevingen zien. Op deze themasite presenteren we de bewijslast in de vorm van inspirerende verhalen en bundelen we praktische vakinformatie van onze journalisten uit onze titels Groen, Stedelijke Interieur en Stadszaken.nl.

De sleutel voor een gezonde generatie ligt voor een belangrijk deel bij degenen die de stedelijke leefomgeving inrichten en vormgeven. Schrijf u nu in voor de tweewekelijkse nieuwsbrief voor iedereen die wil bijdragen aan gezondere, aantrekkelijke en duurzame steden.