Zeven ontwerpprincipes voor vrouwvriendelijke openbare ruimte

Leestijd: 2 minuten

Sociale controle door de aanwezigheid van anderen, goede zichtlijnen en meer betekenisvolle, multifunctionele plekken. Onderzoekers van Hogeschool Inholland, de TU Delft en Erasmus Universiteit Rotterdam komen met nieuwe ontwerpprincipes om openbare ruimte in te richten voor zowel mannen als vrouwen. De gebruiksbehoeften van de man blijken nog altijd de norm, aldus associate lector Krista Schram. 

‘Ons onderzoek legt een dieperliggend maatschappelijk probleem bloot: de behoeften van mannen zijn de norm bij het inrichten van de publieke ruimte’, zegt Krista Schram, lector van Inholland. ‘Dat leidt tot een gebrek aan aandacht voor de wensen en veiligheid van vrouwen in de openbare ruimte.’ 

De openbare ruimte wordt anders gebruikt door vrouwen, staat in het onderzoeksrapport. ‘De literatuur biedt hierover slechts beperkte duidelijkheid. Wat we wel hebben gevonden, bijvoorbeeld, is dat meiden graag rondlopen in plaats van rondhangen, elkaar willen ontmoeten, mensen willen observeren, met elkaar willen kletsen, andere vormen van interactie willen hebben en zich soms uit het zicht willen terugtrekken.’ 

In het onderzoeksrapport ‘Ruimte voor Meiden op Zuid’ worden vijf ontwerpprincipes en twee participatieprincipes gepresenteerd om openbare ruimte-professionals op gang te helpen:  

  • Ontwerpprincipe 1: Zorg voor betekenisvolle plekken in de openbare ruimte die multifunctioneel gebruikt kunnen worden; 
  • Ontwerpprincipe 2: Houd er rekening mee dat culturele en normatieve kaders waarmee de jonge meiden opgroeien van invloed zijn op hun type en mate van gebruik van de openbare ruimte 
  • Ontwerpprincipe 3: Zorg voor vanzelfsprekend, zichtbaar toezicht door mensen (‘ogen op straat’) 
  • Ontwerpprincipe 4: Zorg voor zichtlijnen, verlichting en toegankelijkheid, inclusief uitgangen 
  • Ontwerpprincipe 5: Herken de copingstrategieën en -tactieken van jonge meiden; 
  • Participatieprincipe 1: Geef in een project de tijd om warme relaties op te bouwen of aan te haken op een bestaand netwerk; 
  • Participatieprincipe 2: Ga naar de jonge meiden toe, verplaats je in hun leefwereld en werk vanuit wederkerigheid. 

Vooral groene, stedelijke plekken met veel toezicht en sociale controle door de aanwezigheid van anderen worden door vrouwen als aantrekkelijk ervaren. Zij zoeken om die laatste reden vaak winkelcentra op. 

Recente interventies in de openbare ruimte, om overlast van jongeren tegen te gaan, werkten een mannendominante openbare ruimte juist in de hand. Het neerzetten van sportfaciliteiten zoals voetbalvelden en skateparken heeft juist als effect dat vrouwen zich meer binnenshuis begeven. 

Dit mechanisme werd zichtbaar rond het Rotterdamse Zuidplein, waar de studie zich op concentreerde, en tijdens een eerdere studie rond het Zuiderpark. 

Nu wél toepassen 

Het is volgens Schram aan de huidige en nieuwe generatie professionals om de door de onderzoekers voorgestelde interventies wél toe te passen. Elkaar opvolgende nieuwsartikelen over vrouwonvriendelijke openbare ruimte duidt erop dat dit nog amper gedaan wordt. 

Schram en andere onderzoekers roepen gemeentelijke professionals van stadsontwikkeling, maatschappelijke ontwikkeling en veiligheid, wijkmanagers en – netwerkers, maar ook welzijnsorganisaties en jongerenwerkers op tot meer actie om de openbare ruimtes veiliger en meer uitnodigend te maken voor meiden en jonge vrouwen. 

De opdracht voor het onderzoek kwam van de Kenniswerkplaats Leefbare Wijken, een samenwerking tussen de gemeente Rotterdam en de Erasmus Universiteit.

De wijze waarop we onze steden bouwen en leefomgeving inrichten heeft bewijsbare impact op de gezondheid van mensen. Talloze wetenschappelijke onderzoeken wijzen op een verband tussen de inrichting van de leefomgeving en het aantal ziekenhuisopnames, chronische ziekten en het gemiddelde sterftejaar. Met meer vergroening of ruimte voor ontmoeting gaan deze statistieken aantoonbaar omlaag. Of het nu om mentaal welzijn of fysieke gezondheid gaat: een groene en gezonde leefomgeving doet er toe.

En waarom genezen als je beter kan voorkomen? Begin dit jaar ondertekenden gemeenten, GGD’s, zorgverzekeraars en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Stip op de horizon is een gezonde generatie in 2040 met weerbare gezonde mensen die opgroeien, leven, werken en wonen in een gezonde leefomgeving met een sterke sociale basis. Ook de Omgevingswet schrijft voor dat gezondheid als primair belang wordt meegewogen in ruimtelijke beleid en -inrichtingskeuzes.

Die gezonde leefomgeving zal steeds vaker een stedelijke leefomgeving zijn, want steeds meer mensen zoeken een plek in de stad. Of het nu grote, middelgrote of kleinere steden zijn: we wonen, werken en leven dichter op elkaar. En dat hoeft helemaal niet ten kosten te gaan van gezondheid, laten tal van inspirerende voorbeelden van gezonde stedelijke leefomgevingen zien. Op deze themasite presenteren we de bewijslast in de vorm van inspirerende verhalen en bundelen we praktische vakinformatie van onze journalisten uit onze titels Groen, Stedelijke Interieur en Stadszaken.nl.

De sleutel voor een gezonde generatie ligt voor een belangrijk deel bij degenen die de stedelijke leefomgeving inrichten en vormgeven. Schrijf u nu in voor de tweewekelijkse nieuwsbrief voor iedereen die wil bijdragen aan gezondere, aantrekkelijke en duurzame steden.