Soortenrijke volkstuinen nu ook op de Rode Lijst?

Leestijd: 9 minuten

Het Algemeen Verbond van Volkstuindersverenigingen in Nederland (AVVN) luidt de noodklok: volkstuinen staan te veel onder druk door ruimteclaims van onder andere de woningbouw. Het aantonen van de soortenrijkdom zou een troef moeten zijn, vinden volkstuinencomplexen. Zij pleiten voor landelijke wetgeving om de biodiversiteit en de toekomst van de Nederlandse volkstuin veilig te stellen.

Overal in Nederland zijn enorme wachtrijen voor een eigen volkstuin. In Amsterdam alleen al zijn dat er duizenden, leert navraag bij AVVN samen natuurlijk tuinieren, de landelijke club voor volkstuinverenigingen. ‘We zien een groeiende belangstelling voor volkstuinen in alle lagen van de samenleving’, zegt Herman Vroklage, senior-adviseur bij AVVN. 

AVVN ziet de afgelopen jaren een nog grote verscheidenheid aan tuinders, van senioren tot mensen met een kantoorbaan en jonge gezinnen. ‘Op de volkstuin ben je gewoon een volkstuinder’, hoor je van veel verenigingen, die het groen prijzen om het inclusieve karakter met een grote mix van culturele achtergronden. 

Ouders met jonge kinderen zijn volgens Ruud Grondel, voorzitter van AVVN, de groep die het snelst groeit. Zij willen steeds vaker hun kinderen kennis laten maken met de natuur en het leven in de tuin, doordat hun eigen woonomgeving vaak te versteend is. Een andere trend is de belangstelling voor het produceren van gezond voedsel, door berichtgeving over niet duurzame en behandelde producten uit de supermarkt.

Het AVVN maakt zich sterk voor het behoud en uitbreiding van groen in de woonomgeving. ‘In iedere wijk, dorp of stadsdeel in Nederland willen we samen kunnen tuinieren’, vertelt Grondel. ‘Stads- en buurtgroen, zoals de volkstuin, zorgt voor plezier en verbinding voor bewoners, maar doet ook veel voor de biodiversiteit en een leefbaar klimaat.’

Het AVVN 
Het Algemeen Verbond van Volkstuindersverenigingen in Nederland organiseert regelmatig (online) lezingen en workshops over samen natuurlijk tuinieren voor aangesloten verenigingen en supporters. Ook heeft AVVN een langjarig programma opgezet, met een eigen keurmerk en cursus gericht op hoe volkstuinen zo natuurlijk mogelijk ingericht kunnen worden.  

Volkstuinen kunnen een maximum van vier stippen verzamelen om te laten zien dat zij hieraan voldoen, met aandacht voor het bodemleven en de sociale cohesie op volkstuincomplexen. Dit kan via natuurlijke oevers, bewust maaien op handige tijdstippen, de juiste plantenkeuze in afstemming op lokale soorten en het aanbrengen van hoogteverschillen en waterpartijen.

Het onderzoek naar biodiversiteit is in Nederland nog niet zo breed, maar over de grens blijkt volgens Grondel dat volkstuinen in landen als Engeland en Oostenrijk de hoogste biodiversiteit kennen van alle vormen van stadsnatuur.

Grondel vertelt dat hij in samenwerking met onderzoeksinstituut en natuurhistorisch museum Naturalis Biodiversity Center concrete gesprekken voert over gedegen Nederlands onderzoek naar de betekenis van volkstuinen voor de biodiversiteit. Dit zou kunnen bijdragen aan een meer beschermde status van de Nederlandse volkstuin. Al durft de voorzitter nu al wel uitspraak te doen over die meerwaarde.

‘Zonder volkstuinen maak je de fijnmazigheid van het biodiversiteitsnetwerk kapot. Dat zijn parelkettingen van flora én fauna’, zegt hij. ‘Een volkstuin is ecologisch pas na een jaar of tien volledig op orde. Het is dus doodzonde om die plekken zomaar te verplaatsen.’ AVVN en haar voorzitter raden volkstuinders altijd aan om de soortenrijkdom in de eigen tuin bij te houden en door te geven aan waarneming.nl. 

Ruimteclaims

Ons Buiten is een Leidsche volkstuinenvereniging, een van de grootste met 450 tuinen van gemiddeld 300 vierkante meter per tuin. Robert Steenbergen van Ons Buiten vertelt dat ook zij grote belangstelling ervaren, van jong tot oud publiek. Zij zoeken in hun tuin vooral de ruimte om duurzamer te kunnen tuinieren. 

Steenbergen legt uit dat de leden worden gemotiveerd door de toenemende klimaatverandering en thema’s als voedselveiligheid, na berichtgeving over ongezond en behandeld eten in de supermarkt.

‘Ze overleven hele generaties, de volkstuinen’, zegt Steenbergen. Maar dat is wel de vraag, nu in steeds meer gemeenten de vraag rijst of grote volkstuinen niet beter ruimte kunnen maken voor andere ruimteclaims. Andere ruimteclaims zoals de woningbouw lijken moeilijk tegen te houden. Als grijs meer ruimte nodig, moet groen vaak uitwijken. Ongeveer 5 jaar geleden werd ook Ons Buiten hiermee geconfronteerd.

Het complex werd op dat moment bedreigd door woningbouw en plannen voor een fietspad dwars door het terrein. De afgelopen 4,5 jaar werkte de vereniging daarom aan het programma Biodiversiteit in Beeld, een inventarisatie van de soortenrijkdom op eigen terrein. ‘Op een gegeven moment wil je weten wat je beschermt’, legt Steenbergen uit. Zij kregen daarbij hulp van Naturalis, dat net als het complex ook in Leiden zit. Veel volkstuinders meldden zich aan om te helpen, uit liefde voor het complex.

Worm, vogel, vis

Het veldonderzoek leverde onder andere een bomeninventarisatie op, maar het gaat breder. ‘Alles van worm tot vogel tot vis zit in dat boekwerk. Er zitten ook een aantal Rode Lijst-soorten tussen.’ Het document is een promotie van biologische en inheemse planten. ‘Groene volkstuinen hebben zoveel voordelen. Als je wil dat de temperatuur in de stad afneemt, dan zijn volkstuinen net zo essentieel als ander openbaar groen. En als je als stad van de aanwezigheid van dieren houdt, dan bescherm je die.’ 

Steenbergen somt op: driekwart van de ransuilen zit in volkstuinen. Hetzelfde zou gelden voor ijsvogels, roofvogels en vele andere soorten. Het onderzoek van Ons Buiten is slechts uitgevoerd op ‘een fractie van hun grond’. Met een groter ecologisch onderzoek groeit de lijst met soorten nog langer, aldus Steenbergen. 

De inventarisatie is in eerste instantie bedoeld om tuinbezitters op het terrein te stimuleren om zo groen en zo duurzaam mogelijk te tuinieren, maar is net zo goed een troef om op de politieke agenda te komen. 

Eigen parochie

Steenbergen vindt het een goed idee om het onderzoek naar gemeenteraadsleden te sturen, als argument voor het behoud van de volkstuinen. ‘Het zou het bestaansrecht van volkstuinen kunnen helpen legitimeren. Daar hopen we op.’ De inventarisatie toont wat hem betreft aan wat de grote groenvoorziening voor Leidenaren doet en waarom de volkstuinen goed voor de omliggende natuur zijn.

Groenambtenaren en raadsleden zijn volgens Steenbergen al eens langs geweest. ‘Maar dat zijn wel de bekende gezichten die groen sowieso al hoog op de agenda hebben.’ Hij noemt SP en PvdD. ‘Dat is ergens toch preken voor eigen parochie.’

Ons Buiten wordt door de gemeente Leiden officieel erkend als een onderdeel van de gemeentelijke hoofdgroenstructuur, alsmede onderdeel van de provinciale ecologische hoofdstructuur. Andere politieke partijen zouden dit desondanks onvoldoende doorhebben. Zij zien de volkstuincomplexen volgens Steenbergen eerder als recreatievoorziening en daardoor als mogelijk locatie voor andere ruimteclaims. 

Steenbergen: ‘Het is ook wel recreatie, dat is waar. Maar wél groene recreatie. Dan heb je het dus over een stapeling van functies. Mijn vraag aan de gemeente is: wil je van die twee functies naar enkel woningbouw?’

Rode Lijst

Volkstuinvereniging Streven naar Verbetering (SNV), een van de 45 Rotterdamse verenigingen, weet net als andere volkstuincomplexen hoe serieus je de dreiging van ruimteclaims moet nemen. ‘We zijn in 1938 opgericht, sindsdien zijn we eigenlijk nooit veilig geweest. Het is een dingetje geworden dat we onszelf in leven houden’, aldus Jane van der Staaij, secretaris bij SNV.

Zij herinnert zich in 2021 nog het verweer tegen een voetbalvereniging in de buurt. Had SNV toen grond moeten opgeven, dan had dit hen negentig tuinen gekost. De vereniging ging in de bres met in haar gelederen een groepje tuinders met planologische en architectonische achtergrond. 

Dit hielp bij het opstellen van zes alternatieven voor de uitbreiding van de voetbalvelden, waaronder het uitwijken van nieuwe leden naar nabijgelegen verenigingen waar ledenaantallen juist terugliepen. Hier werd uiteindelijk ook voor gekozen, vertelt de secretaris.

Naast de zes alternatieven, inventariseerden de tuinders van SNV ook maandenlang de verschillende soorten op hun complex. Maandenlang werden foto’s verzameld van vlinders, wantsen, libellen, spinnen, weekdieren, amfibieën en vissen en zoogdieren. 

‘Het bleek dat er toch best veel dieren op SNV verbleven, waaronder ook bedreigde soorten zoals de ransuil, de rode celspin en strekpoot en de laatvliegervleermuis’, aldus Van der Staaij.

Ook naald- en loofbomen werden op een rij gezet, naast sier- en nutsplanten. Ook daar vonden ze een soort op de Rode Lijst: de holwortel. Er ontstond een eenmalig magazine, verstuurd naar alle partijen in de Rotterdamse gemeenteraad. Door heel Rotterdam zijn driekantborden geplaatst met informatie. ‘Het is niet vanzelfsprekend dat je een complex zoals die van ons zomaar van tafel veegt.’

Intensiever gebruik

Het inventariseren bleek uiteindelijk geen zekere bescherming tegen woningbouw of andere ruimteclaims. Volkstuinvereniging SNV vreest ook dit jaar nog voor haar bestaansrecht. In de Van Nelle Knoop, een uitgestrekt gebied rond de Van Nelle fabriek en de Schiegevangenis, is spoorwegbeheerder ProRail van plan een treinstation te bouwen om het gebied beter te ontsluiten. Dit betekent mogelijk iets voor de volkstuinen van SNV, dat de grond nu rechtstreeks huurt van de gemeente.

‘De gemeente Rotterdam besteedt te weinig aandacht aan grote, groene plekken in de stad. Een volkstuin doet veel meer dan wat met een geveltuintje lukt.’ Van der Staaij geeft aan dat het gesprek met de gemeente nu veelal gaat over eigentijdse volkstuinvoorzieningen. 

In de Rotterdamse Visie Volkstuinen wordt gesproken over een transitie van exclusieve naar inclusieve volkstuinen en een transitie van extensief naar intensief gebruik. Volkstuinen moeten straks naar méér gebruikers per vierkante meter “per tijdseenheid”.

Van der Staaij weet wat zij van de gemeente wil: ‘Een definitie van dat moderne volkstuinieren. Want dat is hoe de gemeente het nu noemt.’ De secretaris vreest dat veel verenigingen alsnog worden verplaatst of opgeheven om slechts in kleinere vorm terug te keren. Dit betekent dus ook dat biodiversiteit hier wordt “gereset”. 

In de Rotterdamse visie staat daarover: ‘In geval van opheffing van volkstuinvoorzieningen vraagt de gemeente volkstuinverenigingen van ándere volkstuinvoorzieningen om mee te denken in oplossingsrichtingen.’

De gemeente Rotterdam zegt verschillende ruimteclaims voor de verdichtingsopgaven, zoals energieparken, sportterreinen en volkstuinvoorzieningen, zorgvuldig tegen elkaar af te wegen. ‘Deze afwegingen worden te zijner tijd per volkstuinvoorziening inzichtelijk gemaakt. We nemen het bestaande groen zoveel mogelijk mee als basis voor de inrichting van de nieuwe groenstructuur.’

Verdichtingsopgave

Als oud-wethouder in de steden Amsterdam, Haarlem en Diemen heeft Grondel wellicht wat meer begrip voor de moeilijke situatie waarin gemeentelijke bestuurders zich bevinden. Hij kan zich inleven in de moeilijke situatie voor wethouders die druk voelen om te verdichten ten behoeve van de woningbouwopgave, maar juist in een verdichte stad moet volgens hem het groen gekoesterd worden.

‘De verdichtingsopgave voor wonen vraagt van bestuurders en politici dat zij ook de vergroeningsopgave in acht nemen en aan elkaar gelijkstellen’, aldus Grondel. Hij is echter wel voorstander van binnenstedelijke verdichting, want het toevoegen van woningen aan de rand van de stad raakt ook natuur. ‘Maar de druk op groen moet serieus worden genomen en stadsgroen zoals volkstuinen verdient het om te worden beschermd.’

Grondel zegt te staan voor het mee-ontwerpen van volkstuinen in alle nieuwe wijken en herinrichtingen. ‘Mijn motto is: in elke nieuwbouwwijk en herinrichting een volkstuin.’ AVVN doet dan ook een beroep op gemeenten: zorg dat je volkstuinen ontwikkelt als deel van openbaar groen. De volkstuin moet zo een vast onderdeel worden in het groene instrumentarium voor de openbare ruimte. 

Een mooi voorbeeld vindt Grondel de kantoorwijk PaddenpoeI in Groningen. De volkstuinen daar zijn mee-ontworpen om onderdeel uit te maken van de wijk. Een groot succes, werknemers lunchen er regelmatig en de plek leent zich voor spontane ontmoetingen. Aan het project werkte ook landschapsarchitect Adriaan Geuze mee.

Wetgeving

‘Wat opvalt, is dat in landen als Frankrijk en Duitsland een wet bestaat voor volkstuinen. Die regelen dat lokale overheden de volkstuin moeten faciliteren. Maar ook aan welke eisen een volkstuin hoort te voldoen.’ Dergelijke wetgeving kan gemeentelijke besturen helpen vertrouwen op de meerwaarde en noodzaak van volkstuinen.

Het beste voorbeeld vindt Grondel Engelse wetgeving: ‘Als in Engeland tien mensen naar de gemeente stappen, dan zijn ze verplicht om een locatie aan te wijzen om te kunnen tuinieren. In Duitsland stellen ze wettelijke eisen dat er minstens één lid van een volkstuinvereniging opgeleid moet zijn om over ecologische kennis te bezitten.’

Grondel en AVVN hopen dat ook Nederland meer wetgeving introduceert om volkstuinen in bescherming te nemen. In de gemeente Amsterdam zijn volkstuinen, na flinke ophef van volkstuinbezitters, weliswaar veiliggesteld met langdurige contracten. De druk van de woningbouw lijkt alsnog dichtbij.

Ook Steenbergen is voorstander van duidelijkere wetgeving, het liefst op landelijk niveau. ‘We willen een beschermde status voor volkstuinen. Met heldere wetgeving, geldend in alle gemeenten, wordt het voor tuincomplexen een stuk makkelijker om hun stukje natuur te behouden.’

De wijze waarop we onze steden bouwen en leefomgeving inrichten heeft bewijsbare impact op de gezondheid van mensen. Talloze wetenschappelijke onderzoeken wijzen op een verband tussen de inrichting van de leefomgeving en het aantal ziekenhuisopnames, chronische ziekten en het gemiddelde sterftejaar. Met meer vergroening of ruimte voor ontmoeting gaan deze statistieken aantoonbaar omlaag. Of het nu om mentaal welzijn of fysieke gezondheid gaat: een groene en gezonde leefomgeving doet er toe.

En waarom genezen als je beter kan voorkomen? Begin dit jaar ondertekenden gemeenten, GGD’s, zorgverzekeraars en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Stip op de horizon is een gezonde generatie in 2040 met weerbare gezonde mensen die opgroeien, leven, werken en wonen in een gezonde leefomgeving met een sterke sociale basis. Ook de Omgevingswet schrijft voor dat gezondheid als primair belang wordt meegewogen in ruimtelijke beleid en -inrichtingskeuzes.

Die gezonde leefomgeving zal steeds vaker een stedelijke leefomgeving zijn, want steeds meer mensen zoeken een plek in de stad. Of het nu grote, middelgrote of kleinere steden zijn: we wonen, werken en leven dichter op elkaar. En dat hoeft helemaal niet ten kosten te gaan van gezondheid, laten tal van inspirerende voorbeelden van gezonde stedelijke leefomgevingen zien. Op deze themasite presenteren we de bewijslast in de vorm van inspirerende verhalen en bundelen we praktische vakinformatie van onze journalisten uit onze titels Groen, Stedelijke Interieur en Stadszaken.nl.

De sleutel voor een gezonde generatie ligt voor een belangrijk deel bij degenen die de stedelijke leefomgeving inrichten en vormgeven. Schrijf u nu in voor de tweewekelijkse nieuwsbrief voor iedereen die wil bijdragen aan gezondere, aantrekkelijke en duurzame steden.