Onderzoek: gemeenten terecht positief over voortgang klimaatadaptie

Leestijd: 3 minuten

Gemeenten zijn over het algemeen positief over de voortgang van het werken aan klimaatadaptatie. Volgens onderzoekers van TwynstraGudde is er nog wel veel werk aan de winkel.

Zo is klimaatadaptatie nog het domein van een kleine groep gemeenteambtenaren en ontbreekt strategisch beleid, monitoring en borging op de lange termijn. Vanuit het Rijk missen harde doelen en minimumeisen.  

Ook gemeenten die een gemiddelde of achterblijvende voortgang hebben, en dat ook zelf erkennen, beoordelen het werken aan klimaatadaptatie in de eigen gemeente relatief goed, stellen de onderzoekers

Deze tevredenheid is niet misplaatst, aldus het rapport. ‘Kijkend naar de vrij recente aandacht voor klimaatadaptatie in de gebouwde omgeving op lokaal niveau en de complexiteit van de opgave (inhoudelijk en organisatorisch), is deze tevredenheid logisch en terecht. Er zijn in relatief korte tijd al veel mooie resultaten geboekt. ‘ 

Zo hebben bijna alle gemeenten een stresstest uitgevoerd, is de rol van de gemeente en het belang van klimaatadaptatie bepaald. De meeste gemeenten hebben ook een uitvoeringsprogramma opgesteld en zijn er al mee aan het werk gegaan. 

Aanbevelingen 

Om klimaatadaptie beter te borgen, geven de onderzoekers deze 13 aanbevelingen: 

  1. Stel een strategisch beleid en (regelgevende) kaders op; 
  2. Vul een eventueel bestaande risicodialoog verder aan; 
  3. Formuleer een strategische kop om losse maatregelen en programma’s te bundelen; 
  4. Zet meer in op lokale regelgeving, zodra stresstest, risicodialoog en beleidsbepaling duidelijk zijn. 
  5. Zet meer in op meekoppelen dan losse projecten; 
  6. Gebruik de risicodialoog om van klimaatadaptatie een gedeelde opgave met andere lokale spelers te maken; 
  7. Kijk kritisch naar de aanwezige vaardigheden binnen de organisatie, niet alleen naar de inhoudelijke medewerker; 
  8. Stel de landelijke maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving en de structurerende keuzes van Water en Bodem sturend (en de Concept ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving) vast en laat deze leidend zijn voor de uitvoering; 
  9. Gebruik de Bijsluiter Stresstest van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA); 
  10. Gebuik de DPRA-werkregio’s niet alleen voor i;spiratie, maar ook om werkzaamheden te verdelen. 
  11. Laat de trekker klimaatadaptatie zich verdiepen in financieringsmogelijkheden en het ontschotten van budgetten; 
  12. Ontzorg inwoners dan met bijvoorbeeld tegeltaxi’s of het rondbrengen van regentonnen; 
  13. Zodra de basis op orde is, zou een monitoringssysteem moeten volgen. 

Het Rijk zou via het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) moeten zorgen voor standaarden voor de stresstest in de nieuwe ronde die loopt vanaf 2025. Ook is een handreiking aan gemeenten nuttig met uitgangspunten voor de interne risicodialoog. 

Verder zou het Rijk moeten zorgen voor goede definities, een monitoringssystematiek en goede voorbeelden, waar gemeenten inspiratie uit kunnen halen. Hier ligt ook een taak voor VNG, aldus de onderzoekers. Provincies zouden een rol moeten krijgen om het regionale speelveld gelijk te houden. 

Ieder project draagt bij 

Ondanks het gemis aan strategische doelen en integraliteit, blijkt uit het het onderzoek wel dat klimaatadaptie tijdens de uitvoering van projecten veel aandacht krijgt.  

‘Dit is waardevol, want ieder project draagt bij aan een meer klimaatbestendige leefomgeving en concrete resultaten leiden tot inspiratie en belangrijke lessen die de uitvoering verder kunnen brengen.’ 

Het onderzoek is uitgevoerd door TwynstraGudde in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). 

De wijze waarop we onze steden bouwen en leefomgeving inrichten heeft bewijsbare impact op de gezondheid van mensen. Talloze wetenschappelijke onderzoeken wijzen op een verband tussen de inrichting van de leefomgeving en het aantal ziekenhuisopnames, chronische ziekten en het gemiddelde sterftejaar. Met meer vergroening of ruimte voor ontmoeting gaan deze statistieken aantoonbaar omlaag. Of het nu om mentaal welzijn of fysieke gezondheid gaat: een groene en gezonde leefomgeving doet er toe.

En waarom genezen als je beter kan voorkomen? Begin dit jaar ondertekenden gemeenten, GGD’s, zorgverzekeraars en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Stip op de horizon is een gezonde generatie in 2040 met weerbare gezonde mensen die opgroeien, leven, werken en wonen in een gezonde leefomgeving met een sterke sociale basis. Ook de Omgevingswet schrijft voor dat gezondheid als primair belang wordt meegewogen in ruimtelijke beleid en -inrichtingskeuzes.

Die gezonde leefomgeving zal steeds vaker een stedelijke leefomgeving zijn, want steeds meer mensen zoeken een plek in de stad. Of het nu grote, middelgrote of kleinere steden zijn: we wonen, werken en leven dichter op elkaar. En dat hoeft helemaal niet ten kosten te gaan van gezondheid, laten tal van inspirerende voorbeelden van gezonde stedelijke leefomgevingen zien. Op deze themasite presenteren we de bewijslast in de vorm van inspirerende verhalen en bundelen we praktische vakinformatie van onze journalisten uit onze titels Groen, Stedelijke Interieur en Stadszaken.nl.

De sleutel voor een gezonde generatie ligt voor een belangrijk deel bij degenen die de stedelijke leefomgeving inrichten en vormgeven. Schrijf u nu in voor de tweewekelijkse nieuwsbrief voor iedereen die wil bijdragen aan gezondere, aantrekkelijke en duurzame steden.