Den Haag pakt grip terug op voorzieningen bij gebiedsontwikkelingen

Leestijd: 3 minuten

Bij gebiedsontwikkelingen legt de gemeente Den Haag voortaan vast welke voorzieningen er moeten komen. Er komen normen voor de ruimtevraag per type maatschappelijke voorziening, uitgedrukt in vierkante meters per 1.000 woningen. Door deze niet-woonfuncties direct mee te ontwikkelen, wil de stad voorkomen dat te laat duidelijk wordt waar aanvullende voorzieningen nodig zijn. 

‘Door de forse woningbouwplannen in De Binckhorst, het Central Innovation District en Zuidwest zal Den Haag de komende 20 tot 30 jaar doorgroeien naar zo’n 650.000 inwoners’, zegt wethouder van Asten op Linkedin. Hiermee zet de stad een forse stap om het woningtekort op te lossen.  

Naast woningen komen daar ook kantoren, werkruimtes én voorzieningen bij. Voor de Binckhorst bleek het vorig jaar lastig voor huisartsen om een goede plek te vinden voor hun praktijk. En dat terwijl er veel nieuwe mensen in de wijk komen wonen. 

‘Als we terugkijken, dan komen we uit een crisissituatie waarin we aan iedereen vroegen om maar in Den Haag te komen ontwikkelen’, zegt Van Asten tegen omroep West. ‘Dan werden er tenminste woningen gebouwd.’ Daarbij werden de benodigde voorzieningen vergeten. 

Die zijn volgens Van Asten uiteindelijk wel gekomen, zegt de wethouder. ‘Maar achteraf gezien was het beter geweest om de voorzieningen bij ontwikkelingen op plek één te zetten. Pas dan bouw je een echt goede buurt.’ 

Nota met normen 

Met de Nota ‘Haagse richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen en groen 2024’ wil hij voortaan voorkomen dat bij gebiedsontwikkelingen publieke voorzieningen worden vergeten. 

‘Daarin staat per gebied precies beschreven hoeveel tandartsen, huisartsen of scholen we nodig hebben’, zegt Van Asten tegen Omroep West. ‘Dat leggen we van tevoren vast, zodat bij de start van een nieuwbouwproject iedereen weet wat er nodig is en waarvoor de ontwikkelaars en de gemeente gezamenlijk aan de lat staan.’ 

In de Nota wordt uitgegaan van vier typen woonmilieus: centrum-stedelijk, gemengd stedelijk, stedelijk, en een nieuwe, nog zonder referentie, het hoogstedelijke. Elk woonmilieu heeft een eigen karakter met bijbehorende unieke behoeften en gemiddelde huishoudensgrootte, en dus met eigen richtinggevende normen. 

Die woonmilieus zijn overigens anders dan de tien die zijn gedefinieerd in de woonvisie. 

Het hoogstedelijke woonmilieu kenmerkt zich door een groot aandeel 25-45-jarigen en eenpersoonshuishoudens. De gebouwen kennen functiemengingen met wonen, werken recreatie en winkels. Op straat is het erg druk en er is veel ov beschikbaar. 

Een voorbeeld van een bijpassende richtlijn is één basisschool per 4.350 woningen, waarbij de richtinggevende norm 1.000m2 per 1.000 woningen is. Of dat per 2.095 inwoners 1 huisarts nodig is en daarvoor moet voor een hoogstedelijk milieu gemiddeld 327m2 per 1.000 woningen beschikbaar komen. 

Het kan gebeuren dat een gewenste voorziening moeilijk in te passen is in een ontwikkelgebied vanwege de grote ruimtevraag. Bijvoorbeeld sportvelden of een groter park. Dan is het nodig om stadsbreed te kijken waar plek te vinden is voor deze voorzieningen. Vervolgens wordt op stedelijk niveau geborgd dat die voorzieningen buiten het ontwikkelgebied er ook gaan komen. 

De nota gaat niet alleen over voorzieningen, maar gaat ook dieper in op het groen dat nodig is in een wijk. De richtinggevende normen worden toegepast bij het opstellen van ruimtelijke plannen voor een ontwikkelgebied, zoals een structuurvisie en het bijbehorende voorzieningenprogramma.  

Hierin wordt nader uitgewerkt hoeveel voorzieningen en groen er echt nodig zijn, en hoe dit ruimtelijk gerealiseerd kan worden. 

De gemeenteraad moet zich nog buigen over de nota. 

De wijze waarop we onze steden bouwen en leefomgeving inrichten heeft bewijsbare impact op de gezondheid van mensen. Talloze wetenschappelijke onderzoeken wijzen op een verband tussen de inrichting van de leefomgeving en het aantal ziekenhuisopnames, chronische ziekten en het gemiddelde sterftejaar. Met meer vergroening of ruimte voor ontmoeting gaan deze statistieken aantoonbaar omlaag. Of het nu om mentaal welzijn of fysieke gezondheid gaat: een groene en gezonde leefomgeving doet er toe.

En waarom genezen als je beter kan voorkomen? Begin dit jaar ondertekenden gemeenten, GGD’s, zorgverzekeraars en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Stip op de horizon is een gezonde generatie in 2040 met weerbare gezonde mensen die opgroeien, leven, werken en wonen in een gezonde leefomgeving met een sterke sociale basis. Ook de Omgevingswet schrijft voor dat gezondheid als primair belang wordt meegewogen in ruimtelijke beleid en -inrichtingskeuzes.

Die gezonde leefomgeving zal steeds vaker een stedelijke leefomgeving zijn, want steeds meer mensen zoeken een plek in de stad. Of het nu grote, middelgrote of kleinere steden zijn: we wonen, werken en leven dichter op elkaar. En dat hoeft helemaal niet ten kosten te gaan van gezondheid, laten tal van inspirerende voorbeelden van gezonde stedelijke leefomgevingen zien. Op deze themasite presenteren we de bewijslast in de vorm van inspirerende verhalen en bundelen we praktische vakinformatie van onze journalisten uit onze titels Groen, Stedelijke Interieur en Stadszaken.nl.

De sleutel voor een gezonde generatie ligt voor een belangrijk deel bij degenen die de stedelijke leefomgeving inrichten en vormgeven. Schrijf u nu in voor de tweewekelijkse nieuwsbrief voor iedereen die wil bijdragen aan gezondere, aantrekkelijke en duurzame steden.