Sturingsinstrumenten voor een loopvriendelijke stad: drie aanbevelingen

Leestijd: 3 minuten

Sturingsinstrumenten voor een loopvriendelijke stad, zoals uit de Omgevingswet, zijn volgens kenniscentrum CROW en coalitie Ruimte voor Lopen niet bekend genoeg bij gemeenten. Samen met adviseurs van Royal HaskoningDHV inventariseerden zij welke instrumenten gemeenten kunnen inzetten, en doen drie aanbevelingen voor een loopvriendelijke omgeving. 

Steeds meer gemeenten zijn op zoek naar handvaten om de openbare ruimte loopvriendelijk te maken én houden.   

‘Om beleid kracht bij te zetten is inkleuring met juridische instrumenten vaak gewenst. Deze publicatie richt zich op deze juridische instrumenten’, schrijven het CROW en de coalitie Ruimte voor Lopen in hun rapport. 

Zij bundelden alle bruikbare instrumenten die gemeenten kunnen inzetten voor het realiseren van meer en betere loopvriendelijke omgevingen. De instrumenten vallen onder drie categorieën: de Omgevingswet, verkeerswetgeving en privaatrechtelijk instrumenten.  

De coalitie Ruimte voor Lopen lanceerde recent ook de Toolbox Loopbeleid, waarin gemeenten in zes stappen worden geholpen om meer met loopbeleid aan de slag te gaan. 

De meeste gemeenten passen maar een deel van de instrumenten toe en zijn niet op de hoogte van overige kansen, aldus CROW en Ruimte voor Lopen. Hierdoor kunnen gemeenten niet efficiënt genoeg optreden. 

Het meest genoemde instrument is het mobiliteitsplan, dat per januari is opgegaan in de Omgevingsvisie, en verkeersbesluiten. Andere veelgebruikte instrumenten zijn gemeentelijke verordeningen en beleidsdocumenten zoals ruimtelijk programma’s, leidraden en ontwikkelvisies.  

Beleidsdocumenten zijn echter enkel bindend voor de gemeente zelf, niet voor burgers of bedrijven. 

Toepassen is opgave

De toepassing van juridische instrumenten blijkt voor gemeenten vaak toch erg lastig. In interviews met gemeenten werd duidelijk dat het ingewikkeld kan zijn om de omgevingsvisie en beleidsdocumenten door te vertalen naar andere juridische instrumenten. 

Het CROW en Ruimte voor Lopen doen drie aanbevelingen aan de hand van het onderzoek. 

1. Meer inzicht in werking instrumenten 

Met meer inzicht in het instrumentarium en hoe de instrumenten in te zetten zijn, kunnen gemeenten hun plannen beter uitvoeren. ‘Deze publicatie met het hierin opgenomen overzicht van de instrumenten kan hieraan een eerste bijdrage leveren’, aldus het rapport. Dit geldt voor zowel bestaande ruimte voor voetgangers als extra of nieuwe loopvriendelijke ruimte. 

2. Stem beleid en uitvoering beter af 

Daarnaast valt er voor gemeenten winst te halen door het beleidsproces en de uitvoering beter op elkaar aan te laten sluiten. Gemeenten geven aan dat betrokkenen het proces niet altijd volledig meekrijgen. De tweede aanbeveling luidt dan ook: maak bij de vroegtijdige formulering van ambities ook direct inzichtelijk welke instrumenten kunnen bijdragen aan het halen van de doelstellingen, aldus het CROW. 

3. Meer gebruik maken van APV 

Gemeenten kunnen ook meer gebruik maken van de Algemene Plaatselijke Verordening om een loopvriendelijke omgeving in stand te houden,  

‘Door gemeenten meer bewust te laten zijn van de regels die thuishoren in een APV (openbare orde en veiligheidsoogmerk) en het omgevingsplan (bescherming fysieke leefomgeving) en hoe zij deze kunnen toepassen en handhaven, zal bijdragen aan een effectievere toepassing van de instrumenten die gemeenten ter beschikking staan.’ 

Omgevingsvisie helpt 

Bevraagde gemeenten geven aan de juridische instrumenten vooral in te zetten voor een wijkgerichte inzet, om de instrumenten zo specifieker toe te passen.  

De omgevingsvisie helpt daarbij, schrijft het CROW. Deze kan op wijkniveau als voor de gehele gemeente worden ingericht. De toepassing op wijkniveau helpt specifieke ambities voor een wijk te formuleren, terwijl een algemene visie juist uitnodigt om ‘over de grenzen van een wijk heen te denken’. 

Gemeenten geven ook veel aan het creëren van een loopvriendelijke omgeving te koppelen met andere beleidsdoelen. Zo wordt ruimte voor voetgangers vaak gecombineerd met het aanleggen van openbaar groen.  

De wijze waarop we onze steden bouwen en leefomgeving inrichten heeft bewijsbare impact op de gezondheid van mensen. Talloze wetenschappelijke onderzoeken wijzen op een verband tussen de inrichting van de leefomgeving en het aantal ziekenhuisopnames, chronische ziekten en het gemiddelde sterftejaar. Met meer vergroening of ruimte voor ontmoeting gaan deze statistieken aantoonbaar omlaag. Of het nu om mentaal welzijn of fysieke gezondheid gaat: een groene en gezonde leefomgeving doet er toe.

En waarom genezen als je beter kan voorkomen? Begin dit jaar ondertekenden gemeenten, GGD’s, zorgverzekeraars en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Stip op de horizon is een gezonde generatie in 2040 met weerbare gezonde mensen die opgroeien, leven, werken en wonen in een gezonde leefomgeving met een sterke sociale basis. Ook de Omgevingswet schrijft voor dat gezondheid als primair belang wordt meegewogen in ruimtelijke beleid en -inrichtingskeuzes.

Die gezonde leefomgeving zal steeds vaker een stedelijke leefomgeving zijn, want steeds meer mensen zoeken een plek in de stad. Of het nu grote, middelgrote of kleinere steden zijn: we wonen, werken en leven dichter op elkaar. En dat hoeft helemaal niet ten kosten te gaan van gezondheid, laten tal van inspirerende voorbeelden van gezonde stedelijke leefomgevingen zien. Op deze themasite presenteren we de bewijslast in de vorm van inspirerende verhalen en bundelen we praktische vakinformatie van onze journalisten uit onze titels Groen, Stedelijke Interieur en Stadszaken.nl.

De sleutel voor een gezonde generatie ligt voor een belangrijk deel bij degenen die de stedelijke leefomgeving inrichten en vormgeven. Schrijf u nu in voor de tweewekelijkse nieuwsbrief voor iedereen die wil bijdragen aan gezondere, aantrekkelijke en duurzame steden.